Boeren maken plaats voor water

Waar haal je meer ruimte voor water vandaan? Noord-Holland graaft landbouwgrond af om regenwater te bergen en tegelijk natuur te ontwikkelen.

Dijkgraaf Jaap de Zeeuw zet zijn auto stil op de provinciale weg in de Noord-Hollandse Speketerspolder. Hij wijst naar een uitgestrekte plas water achter een woonhuis in aanbouw. ,,Een riante plek om te wonen'', constateert hij.

We staan op een van de vijf plaatsen waar De Zeeuw en zijn waterschap Groot-Geestmerambacht de afgelopen jaren landbouwgrond hebben aangekocht om er regenwater te bergen én tegelijkertijd het landschap een meer natuurlijk aanzien te geven. Twee vliegen in één klap. Waar vroeger bloemen en heesters werden gekweekt, staat nu polderwater dat door een gemaal op de boezem wordt geloosd.

De bewoners zijn blij met hun woonmilieu, vlakbij water. ,,Dat er op deze manier water bijkomt, kan ik alleen maar toejuichen'', zegt Teun Pilon, van beroep piloot.

Er moet meer ruimte voor water komen in Nederland. Je kunt niet tot in eeuwigheid dijken verhogen en verder bemalen, zo is de communis opinio onder waterbeheerders, zeker niet in een veranderend klimaat. Toen minister Pronk (VROM) begin dit jaar alle departementen liet onderzoeken hoeveel ruimte zij over dertig jaar nodig dachten te hebben, sprong vooral de behoefte aan water, natuur en recreatie er uit. Zelfs als je de functies water, natuur en landbouw combineert, komt Nederland een gebied ter grootte van de provincie Utrecht te kort. De vraag is waar je die ruimte vindt. Deze week publiceerde het Centraal Planbureau een onderzoek met de conclusie dat het opofferen van met name landbouwgrond ten behoeve van waterberging niet veel duurder is dan het nemen van traditionele maatregelen zoals pompen, bemalen en dijken verhogen. ,,Dat is wat we hier doen'', zegt dijkgraaf De Zeeuw. Geen aankoop van grootschalige landbouwgebieden, maar kleine percelen waarvan de functiewijziging de polderbewoners zelf voordeel oplevert.

,,Wateroverlast aanpakken bij de bron'', luidt het motto van De Zeeuw. In de strijd tegen de stijgende hoeveelheid hemelwater in laag Nederland meent De Zeeuw dat voor de komende eeuw de meest efficiënte manier om het water uit zijn polders weg te krijgen niet is om extra gemalen te bouwen of een retentiepolder op boezemniveau in te richten, maar om het water vast te houden waar het valt; in de polder zelf, op het land, binnen het peilgebied. Dit alles om de peilstijgingen bij regenperioden zoals nu te ,,nivelleren''. Grote wateroverlast zoals die zich hier in 1994 voordeed, zal niet meer voorkomen, verzekert De Zeeuw. Thans is dertig procent van de waterberging klaar.

De Zeeuw: ,,De discussie over het waterbeheer in Nederland dreigt te veel in de richting van grootse plannen te gaan. Er wordt gepraat over het inrichten van calamiteitenpolders en retentiegebieden om de stijgende hoeveelheid water te kunnen bergen. Natuurbeschermers pleiten voor uitgestrekte natuurgebieden waar water een belangrijke rol speelt. Het kan allemaal veel kleinschaliger.''

Voor ruim vier miljoen gulden wordt tot medio volgend jaar in de Speketerspolder en in Polder de Woudmeer in totaal dertien hectare landbouwgrond afgegraven. De boeren zijn uitgekocht. Ervoor in de plaats komen moerasachtige gebieden met een voor flora en fauna aantrekkelijk leefgebied. Men verwacht spitsmuizen, rugstreeppadden en smienten. ,,Zelfs de otter zal bij terugkeer in het gebied een gespreid bedje vinden'', aldus een folder van het waterschap. Een commissie van het waterschap en de boerenorganisatie WLTO kent claims toe bij wildschade voor boeren in de omgeving, vooral door smienten.

De Zeeuw, behalve dijkgraaf ook voorzitter van de Stichting Landschapsbeheer Noord-Holland, denkt dat een kleinschalige aanpak het draagvlak onder boeren en burgers vergroot: ,,Mensen herkennen zich in wateroverlast, bijvoorbeeld als het water in Delft over de grachten heen stroomt. Bovendien is er een toenemende behoefte aan natuur. Als je dat combineert, kun je een nieuwe impuls geven aan het vestigen van ecologische zones. We moeten de natuur in de harten van de mensen brengen.''

De Zeeuws gedachten vonden onlangs weerklank bij de provincie Noord-Holland. Die besloot nader onderzoek te laten doen naar waterberging ,,aan de bron'', alvorens in te stemmen met een plan van het Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier om bij Beets, ten zuiden van Hoorn, een retentiepolder aan te leggen voor het uit de polders weggeslagen water. Het hoogheemraadschap beheert het boezemwater in de Kop van Noord-Holland. Maatregelen zijn nodig, omdat de boezemgemalen minder water kunnen wegslaan naar zee dan ze uit de polders aangevoerd krijgen.

Beleidsmedewerker Willem Stuurman van het hoogheemraadschap: ,,Om te voorkomen dat de extra regenval de komende jaren leidt tot wateroverlast, zijn er twee mogelijkheden. We kunnen weer een boezemgemaal bouwen. Dat kunnen we zelf doen. Of we kunnen een tijdelijke boezemberging aanleggen. Omdat wij vermoedden dat de maatschappij een voorkeur heeft voor dat laatste, hebben we de provincie gevraagd hoe die daar tegenover staat. Die heeft onlangs besloten onderzoek te doen naar een derde mogelijkheid, waterberging in de polders. Dat is een aardig idee. Het stimuleert natuur en recreatie. Veel kleine waterbergingen vallen bovendien minder op. Maar je hebt wel een groter oppervlak nodig om dezelfde hoeveelheid water te kunnen bergen. En je haalt een heleboel overhoop. Je zult boeren moeten uitkopen. Dat gaat met veel emoties gepaard. De vraag is nu wat wijsheid is. Misschien een compromis, een combinatie van mogelijkheden.''

De meeste boeren stemmen in met de waterberging op landbouwgrond, zegt Kees Stoop, deeltijdagrariër in tulpen en secretaris van de WLTO-afdeling ter plaatse. Stoop: ,,We zijn positief. In 1994 liep het water hier vanuit de sloten het land op. Dus extra waterberging is prima. De mensen hebben hun land vrijwillig verkocht. We zijn benieuwd hoe het uitpakt.''