Autoritair met een masker

Als er in het universum van Het Bureau een god bestaat dan heet die Jaap Balk. En deze god is niet rechtvaardig. Wie Balks kamer wil betreden moet eerst door het `tussenkamertje' waar zijn bewaker, de kettingrokende secretaresse Jantje Bavelaar, de wacht houdt. Daarachter wacht de directeur zelf. Geen mens maar een personage, de verpersoonlijking van autoriteit en macht.

Dat is ook precies de reden waarom Maarten Koning bang is voor Balk. Zoals het de ware machtsmens betaamt, heeft Balk zijn menselijkheid met het verwerven van zijn positie overboord gegooid. Als Maarten zijn kamer betreedt zit Balk altijd achter zijn bureau, gebogen over een boek, wat Maarten het gevoel geeft dat hij ongelegen komt. Dat, maar ook zijn ongeduld en nukkigheid, maakt Balk in Maartens ogen arrogant en, erger, autoritair. Die gedachte is des te pijnlijker voor Maarten omdat Balk hem diep in zijn hart aan zijn vader doet denken. Nicolien voelt dat feilloos aan. Als ze Balk tijdens een Bureau-uitje zijn tegenkomen is het eerste wat ze opmerkt: ,,Wat een verschrikkelijke man. Net je vader.'

Die vergelijking met zijn vader is ook de eerste aanwijzing voor de manier waarop de relatie tussen Balk en Maarten zich ontwikkelt. Ze worden tegelijk op Het Bureau aangenomen; op de universiteit waren ze jaargenoten. Balk studeerde geschiedenis, maar liep niet veel college, omdat, zoals hij zelf zegt, hij zijn studietijd voornamelijk doorbracht met `Wein, Weib und Gesang'. Ondanks gedeelde `linkse sympathieën' is het snel duidelijk dat Maarten en Balk weinig op elkaar lijken. Balk is ongegeneerd ambitieus. Hij munt uit in ongeduld, spreekt `met verheffing van stem en een breed gebaar' en als ze in een groepje over staat wandelen loopt Balk altijd een paar passen vooruit.

Zijn ambitie blijkt ook uit zijn leesgedrag. Wanneer een groep Bureau-medewerkers met de trein naar een correspondentendag gaat, trekt Balk onmiddellijk L'envers de l'histoire contemporaine van Balzac uit zijn zak. Als Beerta de volgende dag naar zijn oordeel vraagt over de dag laat zijn commentaar weinig te raden over: ,,Een grote opkomst! Bovendien heb ik in de trein het laatste deel van Balzac uitgekregen, zodat ik een goedbestede dag had. Nu Proust!'

Als Beerta aan het einde van deel 1 duidelijk maakt dat hij gaat vertrekken is Maarten niet verbaasd als deze Balk als zijn opvolger noemt. Vanaf het moment dat Balk de directeurspositie inneemt bereikt hun relatie een status quo die bijna dertig jaar duurt. Balk is de autoritaire directeur, Maarten zijn timide `vervanger' die, als Balk met vakantie is, nooit meer doet dan op de winkel passen. In de eerste jaren ervaart hij Balks gedrag als regelrecht begreigend, maar langzaam went hij eraan, en beginnen Balks ongeduld en nukkigheid bij het decor van Het Bureau te horen.

Hun verhouding krijgt een apotheose bij Balks afscheid, in 1987. Maarten houdt bij die gelegenheid een warme en humoristische toespraak, waarin hij onder andere refereert aan de meidagen van 1968, toen in Amsterdam de studentenprotesten losbraken - en suggereert dat Balk bij die gelegenheid wel weer achter zijn bureau zal hebben gezeten. Na de afscheidsreceptie komt Balk op hem toe.

`,,En weet je waar ik stond met die rellen?' zei hij uitgelaten [...] ,,Op de stoep van Krasnapolsky! Op vijftig meter afstand!' Zijn gedrag schokte Maarten. Het norse optreden dat hij van hem kende en waar hij in de loop van de tijd mee vertrouwd was geraakt, bleek van het ene ogenblik op het andere een masker te zijn geweest.'

Op zijn laatste dag op het Bureau blijkt de directeur ineens al die tijd een mens te zijn geweest.

`Ga even zitten, ik wil een paar dingen met je bespreken.'

Het CS portretteert zeven personages uit J.J. Voskuils romanserie `Het Bureau'. Nummer 2: Jaap Balk

    • Hans den Hartog Jager