A'DAM STRING TRIO

Er is `kamermuziek' en er is `jazz', en als je die twee samenvoegt krijg je niet per se `kamerjazz', een term die zweemt naar swingende leunstoelmuziek met beperkt volume. Maar het Amsterdam String Trio laat een minder conventionele uitkomst horen van een dergelijke kruisbestui-

ving. Dit driemanschap, bestaande uit bassist Ernst Glerum, cellist Ernst Reijseger en Maurice Horsthuis op viola, zette begin jaren negentig de samenwerking op een laag pitje maar heeft dit jaar de draad weer opgepakt met het album Winter Theme.

De groep put uit een breed scala aan historische invloeden variërend van Saties lichtvoetigheid tot het ritmische vraag-antwoord spel van Kevin Volans. Felle rifs vol rauwe klanken worden afgewisseld met bijna doorzichtige passages, die echter nooit verzanden in het soort gepolijst esoterisme waar bijvoorbeeld Arvo Pärt zich schuldig aan maakt. In zestien composities worden overzichtelijke thema's grondig onderzocht maar is de humor nooit ver weg. Behalve uit hals-over-kop capriolen en onconventionele uithalen, blijkt dat uit titels als `Een kennis vind ik niks' en `Blauwe sliert'. `Le Tombeau de Jean Nicot', het langste nummer op de cd, is een ironische hommage aan het graf van de kettingroker die nicotine zijn naam gaf.

Het enige Nederlandse optreden van het Amsterdam String Trio dit seizoen vindt op 30 november plaats in het Amsterdamse BIMhuis.

Amsterdam String Trio: Winter Theme (Winter & Winter, 910 060-2) Distr. Culture Records.