Wie stopt Leefbaar Nederland

Het begint er naar uit te zien dat er bij de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer toch echt weer wat valt te kiezen. Formeel zal het volgend jaar juni worden besloten, maar het moet heel gek lopen wil de partij Leefbaar Nederland niet aan die verkiezingen meedoen. Succes lijkt bij voorbaat gegarandeerd, dat hebben de lokale Leefbaar-varianten inmiddels duidelijk gemaakt.

Meest in het oog springend is het resultaat van Leefbaar Utrecht bij de tussentijdse raadsverkiezingen van twee weken geleden. De partij die in 1998 – om in de wereld van lijsttrekker-zanger Henk Westbroek te blijven – met stip vanuit het niets met negen zetels op de eerste plaats van de Utrechtse politiek terecht kwam, wist de koppositie aanzienlijk te verstevigen. Met veertien zetels (28,5 procent) is Leefbaar Utrecht nu veruit de grootste partij. En dat bij een bedroevend lage opkomst van 42,3 procent. Het betekent dat ook nog eens het meest gemotiveerde deel van het Utrechtse electoraat voor het protestgeluid van Leefbaar Utrecht heeft gekozen.

Net als `gewone' politici geldt ook voor de representanten van de Leefbaar-partijen dat eenmaal verkregen macht naar meer smaakt. Vandaar het initiatief van de voormannen – inderdaad, het blijven mannen – van Leefbaar Utrecht en Leefbaar Hilversum om de grote sprong voorwaarts te maken naar Leefbaar Nederland. Jan Nagel in het midden van de jaren zestig als Nieuw Linkser begonnen met politieke opstand, wil het in zijn VUT-jaren nog één keer proberen: Den Haag opschudden. Wat hem met Leefbaar Hilversum is gelukt (35 procent van de stemmen in 1998) moet ook lukken in Den Haag. Zijn vriend Maurice-ik-heb-het-gepeild-De Hond is het al voor hem nagegaan: er blijken potentieel grote mogelijkheden te zijn.

Nu kan dat ook zonder de methode-De Hond worden vastgesteld. In een a-politiek tijdsgewricht is er altijd ruimte voor nieuwe, onconventionele partijen. Zeker als het economisch goed gaat kunnen kiezers zich `de luxe' permitteren eens op iets heel anders te stemmen. Daarnaast bieden de gevestigde partijen alle ruimte aan nieuwkomers. Het jongste succes van Leefbaar Utrecht geeft aan dat de signalen die de kiezer al twee jaar eerder afgaf absoluut niet zijn begrepen door de oude partijen. Vertrouwend op de gedachte dat het verschijnsel Leefbaar Utrecht wel spoedig weer zou overwaaien, zijn zij doorgegaan op de oude, vertrouwde en platgetreden paden. Aan de ene kant begrijpelijk en getuigend van ruggengraat. Want waarom zou de oude politiek zich inlaten met de populistische grote-bek-retoriek van Henk Westbroek? Maar vervolgens zijn die conformistische partijen dat wel vergeten uit te leggen aan de kiezer. Met als resultaat een nog groter Leefbaar Utrecht.

Zowel op het lokale als het landelijke niveau geldt dat het electorale wingebied oneindig veel groter is dan vroeger. Alle oude partijen zitten met een zwaar geslonken vast electoraat. De rest is vrij. Daar zit de electorale ruimte voor conjunctuurpartijen en dus bij de volgende verkiezingen het `potentieel' voor Leefbaar Nederland. Waarbij nog komt dat de heren van Leefbaar Nederland in tegenstelling tot de andere partijen beschikken over grote hoeveelheden geld.

De dubbele cijfers die Leefbaar Nederland zich ten doel stelt, moeten makkelijk haalbaar zijn. Wat de partij groot kan maken is een combinatie van het altijd bestaande anti-politieke sentiment, het toenemende anti-paars gevoel, en de factor politieke modegevoeligheid. Al deze elementen kunnen de `Lega Nagel' net een zodanige omvang bezorgen dat andere partijen er last van hebben. GroenLinks groeit wellicht minder dan verwacht, D66 verliest nog meer dan verwacht, de SP groeit niet meer. En wat te denken van de PvdA die straks weer met de VVD de strijd moet aangaan om de grootste partij te kunnen blijven. Zoals Ralph Nader bij de verkiezingen in de Verenigde Staten cruciale stemmen voor Gore wegkaapte zal Leefbaar Nederland dat straks kunnen doen bij de PvdA.

Het grote probleem voor de `oude' partijen is dat Leefbaar Nederland moeilijk weerwoord valt te geven, simpelweg omdat een gevoel zich moeilijk laat bestrijden. Het 25-punten plan van Leefbaar Nederland is in veel opzichten niet meer dan een variant op het `Geen gezeik, iedereen rijk' programma van de Tegenpartij dat het cabaretduo Van Kooten en de Bie in de jaren tachtig angstig populair maakte bij heel verkeerde mensen.

Het is volgens Leefbaar Nederland de politiek die niet deugt. Waarna de bekende platitudes volgen: er wordt niet geluisterd, politici zijn alleen maar gehecht aan het pluche, en natuurlijk wordt er veel geld over de balk gesmeten. Is het niet aan politieke partijen zelf, dan wel aan overbodige projecten als de Betuwelijn.

Nee, dan de voorstellen van Leefbaar Nederland. Koopkracht voor de minima tot modaal extra omhoog, een eigen woning voor iedereen die dat wil, stoppen met de onderbetaling van personeel in de zorg. Met het ingewikkelde belastingformulier moet het natuurlijk ook eens afgelopen zijn. Veel internet vanzelfsprekend, want dat is in. Dus lagere BTW op computerapparatuur en liefst geen telefoonkosten. En, niet te vergeten voor elke scholier een gratis laptop. Over de financiering is het actieplan van Leefbaar Nederland wat vager. Maar wat het altijd goed doet is klagen over de bureaucratie. Kortom: 20 à 25 procent van de ambtenaren kan weg. Voor zijn vrienden in Hilversum heeft Nagel nog een apart punt opgenomen: ,,Er dienen overdag op elk uur journaals te komen en een goede actualiteitenvoorziening in de ochtend en tussen de middag, ook op zaterdag en zondag.'' Schattig, hoe maakbaar de politiek dan opeens weer kan zijn.

Blijft de vraag hoe de andere partijen hier mee om moeten gaan. Het probleem is in elk geval niet nieuw. De oplossing trouwens ook niet. Een citaat uit een boekje uit 1966 waarin onder andere werd ingegaan op de toen snel in populariteit groeiende Boerenpartij. ,,De kiezers zullen een werkelijke vernieuwing aangeboden moeten krijgen als alternatief voor de niet geheel ongevaarlijke negatieve nul, die als een sneeuwbal door Nederland rolt.'' De auteur? Jan Nagel.