Wegrestaurant voor vogels

De zee mag dan achter Zoutkamp verdwenen zijn, de zoute wind is er nog steeds. Vanaf de dijk strekt het lage land zich tot aan de einder uit. Enorme stapelwolken drijven als zeeschepen boven de polders. Kiert de zon er even achter vandaan, dan glijdt er een gouden licht over de rietkragen langs het water. Het is ideaal weer voor een vogeldagje.

Het is momenteel een drukte van belang in het Lauwersmeergebied. Niet wat mensen, maar wat trekvogels betreft. Duizenden ganzen, eenden en zwanen, die in verre noordelijke streken broeden, zijn weer afgedaald naar deze voormalige zeebodem. ,,Je kunt het vergelijken met een wegrestaurant'', zegt boswachter Jan Willems. ,,Op weg naar het zuiden stoppen ze even voor een maaltijd.''

Hij is net terug van een ochtendje tellen. Elke maand zwermen hij en een groepje vrijwilligers erop uit om de aantallen vogels te tellen. Dat gaat zo: je begint bij tien, breidt die bij benadering uit tot honderd en dan zie je tien groepjes van honderd ongeveer een duizendtal vormen. Overigens liggen de schattingen van ervaren tellers altijd dicht bij elkaar.

In het kantoor van Staatsbosbeheer, vlak bij de Ballastplaat, laat hij een lijst zien met populatiecijfers van vorig jaar. Het gaat steeds om het maximale aantal. De ganzen spannen de kroon: een dikke 42.000 brandganzen; ruim 10.000 grauwe ganzen; bijna 9.000 kolganzen; 1.500 (toendra-)rietganzen. De eenden volgen: ruim 4.000 smienten, wintertalingen en pijlstaarten. Verder 540 kleine zwanen en 136 wilde zwanen.

Maar ook vele andere vogels maken in herfst en winter hun opwachting in en bij het Lauwersmeer. Groepjes pestvogels bijvoorbeeld. Of steltkluten (te herkennen aan de `abnormaal, lange, roze poten', zoals mijn vogelboek vermeldt). Een paar jaar geleden zag ik bij Zoutkamp een vlucht notenkrakers voorbijkomen, grote, spreeuwachtige vogels met forse snavels die op de vlucht waren voor de Siberische kou.

Wat zeldzame dwaalgasten betreft, heeft het Lauwersmeergebied een naam hoog te houden. Willems laat de namen vallen van roodhalsgans, ijseend, zeearend, bastaardarend en kuifaalscholver (,,die zwom in de haven van Lauwersoog''). Ook ijsvogels en draaihalzen (een soort specht) worden regelmatig waargenomen. Na al die namen kan ik het niet laten het openingszinnetje uit het verhaal `Vogels kijken' van Bob den Uyl even te laten vallen: `Ik wist niets van vogels af, toch zag juist ik de zeldzaamste exemplaren.'

In een groen wagentje maken wij een rondje over zijn werkterrein dat binnen afzienbare tijd de status van Nationaal Park zal krijgen. Altijd leuk weer eens met een boswachter op stap te gaan. Natuurminnaars zijn toch meestal vriendelijke, ontspannen mensen. En je leert nog eens wat. Zo hoor ik dat kleine zwanen alleen nestelen op de toendra's van Noord-Siberië. In het Lauwersmeer doen zij zich tegoed aan de voedzame knolletjes van het fonteinkruid; als die op zijn, zwermen de sierlijke witte vogels uit over het bouwland, op zoek naar oogstresten.

Water, riet en akkers wisselen elkaar af in dit vlakke land. Ruim dertig jaar geleden (1969) werd de Lauwerszee afgesloten en van meet af aan stond vast dat het leeggepompte gebied vier bestemmingen zou krijgen: landbouw, natuurbescherming, defensie en recreatie. Die uitgangspunten gelden nog steeds. Wie bij Zoutkamp de dijk af rijdt, het nieuwe land in, ziet dat in één oogopslag. Na het riet en de omgeploegde kavels tekent de Willem Lodewijk van Nassau kazerne zich als een boerderijcomplex aan de horizon af. Bij de Ballastplaat duiken rood-witte pannenkoekhuisjes in het landschap op, die samen het `natuurdorp' Suyderoogh vormen. Staatsbosbeheer steekt de natuur graag een helpende hand toe. Zo wordt op sommige plekken het gras gemaaid en afgevoerd, waardoor orchideeën en andere zeldzame planten weer een kans krijgen. Elders houden schapen, paarden en Schotse Hooglanders de vegetatie in toom.

Elk jaar weer vormen de brandganzen een bijzondere attractie. De Bantpolder, ten westen van Lauwersoog, is hun favoriete graasgebied. Duizenden zwart-witte vogels drommen er op enkele hectaren weiland samen. Hun broedgebied ligt op Nova Zembla, een eiland waar je, zoals bekend, beter niet kunt overwinteren. De lucht is vervuld van zacht, melodieus gesnater. Tussen de gansjes dwaalt een enkele (grotere) Canadese gans rond. ,,Geen roodhalsgans te zien'', hoor ik Willems zeggen, die met zijn ellebogen leunend op het autodak door de kijker tuurt.

Voorbij Anjum passeren we het sluisje van Ezumazijl. Erachter ligt Ezumakeeg, een natuurontwikkelingsgebied dat bij vogelaars hoog aangeschreven staat. Vanuit een vogelhut kunnen zij de grote zilverreiger of ruigpootbuizerd in het vizier krijgen. Van over het water klinkt het fluitje van de smient. We zien het geel op hun rode koppen, het vele wit van bergeenden en het gedrongen silhouet van wintertalingen.

,,Niks bijzonders'', bromt Willems.

Boven drassige akkers draaien grote zwermen kieviten rond die zich verzamelen voor de grote trek naar het zuiden. Van overal klinkt het nerveuze gegak van vluchten ganzen die van hun aanvoerders willen weten of ze eindelijk omlaag kunnen.

De boswachter is niet helemaal tevreden. Waarom is het vandaag zo rustig? Omdat het maandag is? Ik kan met hem meevoelen. Waar hangen al die zeldzame dwaal- en wintergasten eigenlijk uit? Ineens drukt hij krachtig op de rem. Rechts van ons dromt een enorme troep kolganzen op de stoppels samen. Twee witte exemplaren springen meteen in het oog. De chauffeur opent het raam.

,,Sneeuwganzen'', fluistert hij.

De eerstvolgende ganzenexcursies (op de fiets; fietsen kan men ter plekke huren) zijn op 25 nov, 9 en 23 dec Aanmelden verplicht Inl 0519-345145.