Vrij Nederland

De oktoberrevolutie bracht de onderdrukte Russen onder meer het recht van vrije meningsuiting. Al snel daarna vond men dat een recht dat verleend was tot het heil van het volk, natuurlijk niet mocht worden gebruikt om het belang van datzelfde volk te schaden. Het recht van vrije meningsuiting kwam dus voortaan alleen toe aan de vrienden van het volk, niet aan zijn vijanden. Zo verkeerde een ideëel recht al snel tot zijn tegendeel, op basis van de edelste motieven ter wereld natuurlijk en voor een groot en schoon doel.

Dat schoot mij te binnen toen ik het artikel van Elsbeth Etty las: `Vrij Nederland moet bronnen noemen' (NRC Handelsblad, 18 november). Eerst stelt zij: `Bronbescherming door journalisten is een fundamentele beroepsnorm en sinds 1996 ook een erkend rechtsgoed', maar later, nadat zij de redactie van VN aansprakelijk heeft gesteld voor de publicatie, schrijft zij niettemin: `Giftige bronnen verdienen geen bescherming en giftige politici verdienen publiekelijk te worden ontmaskerd.' En: `Voor de draad met de namen van de lasteraars, leugenaars en chanteurs.' Ik had aanvankelijk enige aarzeling omtrent de proportionaliteit van bovenstaande spontaan bij mij opgekomen vergelijking, maar Etty's ouderwets gespierde taalgebruik heeft mij daar snel van afgeholpen, want de parallellie van haar redeneertrant en taalgebruik met het voorbeeld is huiveringwekkend, wat er ook zij van het gedrag van de bronnen.