Tussen zijn wens en mijn gevoel

``Patiënten weten goed met mij om te gaan om te krijgen wat ze willen. Ik kende deze man al lang. Zonder meer goede contacten waarbij hij autoritair was, maar mij de ruimte gaf om goed na te denken en me niet onder druk te zetten. Er was een vertrouwensbasis. Het was een vitale baas; voordat hij naar zijn werk ging, ging hij altijd zwemmen. Tot voor een jaar of drie heb ik hem nauwelijks gezien. Totdat hij een ernstige longontsteking kreeg, waarbij hartritmestoornissen optraden. Het hart heeft toen een flinke klap gehad. Patiënt ging snel achteruit. Het bekende beeld van iemand die de heuvel afrent en niet meer kan stoppen. Af en toe werd hij opgenomen wegens ernstige benauwdheid. Hij werd steeds weer opgelapt. Deze man wilde nog heel graag. Hij vond het verschrikkelijk dat hij weinig kon. Het ging hem letterlijk aan zijn hart.

De laatste keer dat patiënt werd opgenomen, had hij acute wegrakingen, soms van een minuut. De benauwdheid werd erger. In het ziekenhuis werd hij met medicijnen ingesteld. Hij vroeg de artsen of hij nog behandeld kon worden. Het antwoord was negatief (`U staat op maximale medicatie'). Patiënt wilde het ziekenhuis toen meteen verlaten. Hij wilde naar huis. Voordat hij thuiskwam belde zijn vrouw mij met de vraag of ik de zorg voor haar man op mij kon nemen. Mijn antwoord was: `Ja, natuurlijk'. Ik vind dat heel mooi werk omdat de druk van het maken van fouten er niet is waardoor je ontspannen voor iemand kunt zorgen. Het contact met iemand die gaat sterven is heel intens, heel direct. En het is mooi als dat thuis kan.

De patiënt lag in een prachtige kamer. In het begin bezocht ik hem regelmatig. Met de familie maakte ik afspraken hoe te handelen in panieksituaties. Ik zorgde voor morfine en zuurstof. Daarna ging ik wekelijks of op afroep en er was overleg met de wijkverpleging. En meneer bleef leven. Dat is essentieel in dit geval. Door de medicijnen is de belasting voor het hart zo minimaal dat hij op een zacht pitje door kon leven. Maar verder kon hij niets. Hij kon een paar uur op een stoel zitten en lag de rest van de tijd in bed.

Op een middag zat ik met zijn vrouw aan de keukentafel. Zij begon over de mogelijkheid van actieve euthanasie. Ik zei laten we wachten totdat hij er zelf over begint. Het verzoek bereikt mij vaker, alleen is het zelden nodig om actief in te grijpen. Ik antwoordde de echtgenote, dat ik het me wel kon indenken, zijn leven was minimaal, maar wie zijn wij om daarover te oordelen.

Twee weken daarna werd ik gevraagd om te komen. Daar zaten de oudste zoon, de patiënt en zijn echtgenote. Hij zag er beter uit dan in bed. Hij zat daar als een echte pater familias. Ik voelde me ontboden. Zo had hij mij nog nooit benaderd. Er werd duidelijk iets belangrijks aan mij gevraagd: `Mijn leven heeft totaal geen zin meer, ik kan niets meer, ik wil graag dood en ik wil dat je me daarbij helpt'.

Mijn eerste gevoel was, daar ben ik nog helemaal niet aan toe. Dat heb ik hem ook gezegd. En waarom was ik daar niet aan toe, tja, zoals hij daar zat, en helder was nam hij zo `volledig' deel aan het leven, dat ik me niet kon voorstellen dat ik deze man zou euthanaseren. Ik heb hem gevraagd duidelijk te maken waarom hij het wilde. Of het angst was voor pijn, benauwdheid, voor het moment, voor het onbekende? Angst had hij eigenlijk niet. Hij had er schoon genoeg van, van dat gehang in bed, de uitzichtloosheid, de benauwdheid – een situatie die naar hij vreesde nog wel maanden kon duren. Ik vroeg hem mij drie dagen bedenktijd te geven. Ik heb hem ook gezegd waarom – omdat hij nog zo'n vitale indruk op mij maakte. De dagen daarop heb ik met een bevriende collega gebeld om te vragen of ik nog iets over het hoofd zag waarmee ik zijn lijden (technisch) kon verzachten. Zijn antwoord was – en dat was ook mijn eigen overtuiging – als je twijfelt moet je het niet doen.

Na drie dagen ben ik teruggegaan: ik trof een zeer slecht uitziende man. De patiënt was slecht aanspreekbaar, blauw aangelopen, zo ernstig dat de twijfel waarmee ik was gekomen weg was. Dit was een terminale patiënt die te kennen had gegeven niet verder te kunnen. In termen van de wet kon ik de man euthanasie geven. In mijn eigen overtuiging kon ik het nu ook. Natuurlijk zijn er richtlijnen, maar bij morele kwesties gaat je gevoel spelen. Ik ben geen uitgesproken voor- of tegenstander. In dit geval zou ik zelf niet om euthanasie hebben gevraagd. Mijn dilemma was duidelijk: ik wilde de patiënt verzorgen maar ook het verzoek kunnen rijmen met de situatie. Als ik zou zijn blijven twijfelen, had ik gezegd: zoek een andere arts.

Patiënt heeft een verklaring getekend. Als betrokkene het eenmaal wil, moet het zo snel mogelijk. Patiënt had oplevingen en vroeg dan `komt er nog wat van?' Ik stelde hem voor om als de medicijnen op waren, de medicatie te staken. Ik zou dan morfine kunnen geven en een slaapmiddel. `Oké Doc', zei hij dan altijd. Wellicht zou hij een natuurlijke dood sterven. Zolang je iemand behandelt, ontneem je hem de kans te sterven. Anders gezegd: als je de medicijnen stopt, geef je een mens de mogelijkheid dood te gaan. Ik haalde wel alle actieve euthanica in huis. Als het niet gaat zoals we willen of als er onnodig geleden wordt, wil ik kunnen ingrijpen.

Maandagochtend vroeg ben ik naar hem toegegaan. Morfine zetpil, valium, en in de loop van de dag ben ik een aantal keren teruggegaan om dit te herhalen. Mijn assistent ook een keer. De familie wilde het per se niet doen. Dan moet ik het doen, dat is de consequentie van de beslissing die we genomen hebben. Om vier uur bleek dat patiënt iedere keer weer wakker werd, moest plassen en weer insliep. Hij was niet wekbaar, hij was heel ver weg. Toen heb ik met de familie gesproken. Ik stelde voor om tot 20.00 uur te kijken hoe het zou gaan. Als het leven dan niet ophoudt, doen we het actief. Hij ging niet dood, dat bevestigde mijn twijfel. De familie was aan het eind van haar krachten. Ik was ervan overtuigd dat hij bij de volgende zetpil zelf was gegaan, maar om 20.00 uur heb ik hem een infuus gegeven. Het verdient niet de schoonheidsprijs – het was een compromis tussen zijn wens en mijn gevoel.