Symbool van verzoening

Weer redt Juan Carlos de Borbón y Borbón Spanje. Deze week staat Spanje uitgebreid stil dat er vijfentwintig jaar geleden een eind kwam aan de dictatuur die het land decennia in zijn greep hield. Of preciezer, dat er een einde kwam aan Francisco Franco y Bahamonde, die zijn laatste adem uitblies na een langgerekt en hemeltergend ziekbed.

Franco (1892-1975) is nog steeds een ongemakkelijk figuur in de Spaanse geschiedenis. Afgelopen weekeinde woonde een handjevol aanhangers en familieleden een mis bij bij zijn graf in de kille kathedraal van de Vallei der Gevallenen en bracht een groep bejaarden en skin-heads hun gebruikelijke saluut aan de Caudillo tegenover het koninklijk paleis in Madrid. Maar de rest van Spanje richt zijn aandacht liever op de man die op 22 november 1975 in het Spaanse parlement werd beëdigd als koning van Spanje en de weg vrijmaakte voor de democratie.

De stoet aan rampzalige vorsten die Spanje eeuwenlang teisterden, heeft er toe geleid dat de meeste Spanjaarden in hun hart oprechte republikeinen zijn, maar voor koning Juan Carlos wordt graag een uitzondering gemaakt. Een peiling leert dat 60 procent van de Spanjaarden zich geen monarchist voelt, maar meer dan de helft in de constitutionele monarchie op dit moment het beste staatsbestel ziet. En bijna 90 procent vindt dat Juan Carlos het uitstekend gedaan heeft als ,,koning van de republiek''.

Dat zijn cijfers waar menig Europees monarch met verhulde afgunst naar zal kijken. Zeker omdat de zwijgzame Juan Carlos aanvankelijk op zijn best een vraagteken voor de Spanjaarden was. De nieuwe koning had immers deel uitgemaakt van de oude Franco-boedel, doordat zijn vader Juan hem voor zijn opvoeding op 10-jarige leeftijd vanuit Portugal naar Spanje had gestuurd. En Franco's besluit in 1968 om als troonopvolger Juans vader te passeren werd niet overal gewaardeerd. Dat de kroonprins ook nog eens trouw zwoor aan Franco en de falangistische beweging maakte het er niet beter op.

Maar de beademingsapparatuur van Franco was nog niet uitgeschakeld of Juan Carlos zette zich actief in voor een snelle afbraak van de oude garde. Waarschijnlijk was de invloed van koningin Sofía, die zelf als Griekse prinses geen beste herinneringen had aan het Griekse kolonelsregime, van doorslaggevende betekenis. ,,Ik wist vanaf het begin dat een monarchie niet kan bestaan zonder democratie'', verklaarde de koning zelf in een tv-vraaggesprek dat afgelopen zondag werd uitgezonden. ,,Maar hoe? Dat wist ik niet.''

De koning koos goede raadgevers, in het bijzonder de jurist Torcuato Fernández-Miranda. Adolfo Suárez als premier van een overgangsregering bleek eveneens een schot in de roos. De Transitie werd in gang gezet: politieke partijen werden gelegaliseerd, de grondwet radicaal veranderd, de democratie ingevoerd, en de regio's kregen autonomie. Juan Carlos' lange loopbaan binnen alle onderdelen van de strijdkrachten verzekerde hem van de loyaliteit van het leger.

Dat laatste bleek vooral van nut bij de mislukte coup in 1981, toen een aantal militairen in opstand kwam tegen de voortschrijdende democratie. Op tv veroordeelde de koning — gekleed in het generaalsuniform van de landmacht — de coupplegers, waarna er snel een einde kwam aan de revolte. Dat het nogal lang duurde voordat hij op de buis verscheen — onderwerp van insinuaties en kritiek — was te wijten aan een legerkapitein die de studio's bezet hield, zo onthulde de koning afgelopen zondag.

Ook in minder woelige tijden blijkt de koning zich staande te houden. Van nature is hij weliswaar geen groot spreker, maar als het op publieke optredens aankomt valt hij op door zijn warme aanpak: handen schuddend, omstanders omarmend, kwinkslagen makend en, als het moet, een traantje wegpinkend. Daar houden Spanjaarden van. Het publieke geheim dat hij er minnaressen op na houdt, komt zijn reputatie alleen maar ten goede.

Juan Carlos geniet als symbool van de verzoening van links en rechts in Spanje een grote mate van onschendbaarheid. Dat betekent dat de pers weinig gretig is in het signaleren van eventuele misstapjes. Bijvoorbeeld, dat er zich in de vriendenschare van de koning dubieuze types ophouden, of dat er in de afgelopen jaren binnen de organisatie van het koninklijk huis ingrijpende personele wisselingen hebben plaatsgehad. Ook is de financiering van het verarmde Spaanse vorstenhuis niet altijd even inzichtelijk. Het praaljacht dat de vorst recentelijk cadeau kreeg van de Mallorcaanse zakengemeenschap was vanuit het oogpunt van staatsrechtelijke onafhankelijkheid weinig fraai. En wat precies de rol van het staatshoofd is geweest bij de niet altijd legitieme manier waarop de terreur van de ETA werd aangepakt, is eveneens taboe voor nader onderzoek. Je maakt er meer mee kapot dan je er mee wint, zo laten zich de journalistieke mores samenvatten.

De transitie was een succes en Spanje is zijn koning er dankbaar voor. De enige regio waar de democratie hapert, blijft Baskenland. Daar houden nationalisten de herinnering aan Franco levend als rechtvaardiging voor hun dwangmatige afscheidingsidealen. De terreurgroep ETA — met haar kadaverdiscipline, hang naar geweld en afkeer van dialoog — is paradoxaal genoeg de meest legitieme erfgenaam van aartsvijand Franco, zo merkte voormalig minister van Cultuur Jorge Semprún dezer dagen op. Juist deze week vermoordden de ETA-terroristen diens voormalige collega-minister Ernest Lluch, een socialist die bekend stond als tolerant voorvechter van de dialoog.