Ravenstein geeft zichzelf weg

Ravenstein heft zichzelf op, zo heeft de gemeenteraad besloten. De financiële problemen zijn groot, de politici verdeeld.

Molenaar Bart Tonies zette de wieken van de molen in Ravenstein afgelopen weekeinde in de rouwstand. Het Brabantse vestingstadje (8.500 inwoners) had ,,reden om bedroefd te zijn'', vond hij. Een paar dagen eerder immers had de gemeenteraad besloten Ravenstein op te heffen en het per 1 januari 2002 ,,samen te voegen c.q. te laten fuseren met buurgemeenten''.

Tonies zegt dat de rouwstand (één wiek wordt net voorbij het laagste punt van de molen vastgezet) niet moet worden gezien als zijn protest tegen het opgeven van de autonomie. Want als ex-ambtenaar met 40 dienstjaren weet hij ,,verrekte goed'' dat het stadje ,,zijn broek niet meer kon ophouden''. ,,Maar het einde is zonde.''

Tonies krijgt bijval van waarnemend burgemeester I. Keijzer. ,,Jammer, ja, maar het is ook verstandig dat de gemeente zich opheft. Van het rijk moeten gemeenten thans allerlei taken vervullen op het gebied van milieu, onderwijs en ruimtelijke ordening. Voor het kleine Ravenstein werd dat onhaalbaar, ambtelijk, bestuurlijk en financieel. De bevolking begrijpt dat. Ik heb niet één brief gehad met de vraag of het gemeentebestuur nu helemaal van de ratten is besnuffeld.''

Keijzer zegt dat zijn gemeente en de provincie er bij de herindeling van begin jaren negentig al van overtuigd waren dat Ravenstein rijp was voor een fusie. ,,Ravenstein zou samengaan met Megen en Schaik, maar de Tweede Kamer trok daar een streep door.'' Toen al was duidelijk, zegt hij, ,,dat de problemen van dien aard waren dat een optimale dienstverlening aan de bevolking aan twijfel onderhevig was''.

Als álle inwoners van Ravenstein ,,om één kerk woonden'', had de gemeente wellicht overlevingskansen gehad, meent Keijzer. ,,Maar er zijn hier twaalf kerkdorpen. Ons uitgavenpatroon is gelijk aan dat van een plaats met 30.000 zielen. En de gemeentelijke belasting is de hoogste van Brabant.''

Ravenstein is zo arm dat het vorig jaar een verzoek bij het rijk indiende om artikel 12-gemeente te worden. Molenaar Tonies: ,,In Ravenstein is elke gulden maar een kwartje waard. Bouw je in Ravenstein een sporthal, dan moeten er in de gemeente nóg drie komen: eentje in Herpen, eentje over den Dam (de spoorlijn Den Bosch-Nijmegen) en eentje in de buurt van Neerloon. Doe je dat niet, dan krijg je scheve gezichten. Het botert toch al niet zo goed tussen de gemeenschappen. Met name niet tussen Ravenstein en Herpen.'' Keijzer: ,,In de oorlog hebben de moffen Herpen bij Ravenstein gevoegd. Helaas heeft de overheid dat na de bevrijding zo gelaten.'' De cultuurverschillen zijn groot en de politici gingen meer dan eens rollebollend over straat.

Het is nooit goed gekomen tussen die twee plaatsen, vertelt Kees Verhoeckx van de heemkundekring. ,,Je ziet het al als je op de A50 de afslag Ravenstein Herpen neemt. Daar staan dikwijls cijfers achter gekalkt. Zo van Ravenstein 0, Herpen 1, of omgekeerd.'' Tonies: ,,De grond speelt een grote rol. Ravenstein heeft klei; de bevolking is van oudsher rijk en niet op elkaar aangewezen. De Herpenaren met hun zand waren arm en gedwongen elkaar te helpen. De gemeenschap is veel hechter.''

Bij wie moet Ravenstein zich aansluiten? Burgemeester Keijzer: ,,Laat de besturen na een gedegen studie beslissen. Houd niet zomaar even een volksraadpleging, want dan spelen emoties een grote rol. Zodra emoties in het geding komen, schuift het verstand op.''

Verhoeckx: ,,Ravenstein past bij Oss, Herpen bij Landerd. Klei bij klei, zand bij zand.''

De gemeenteraad wil de knoop, met de provincie, snel doorhakken. Is de oplossing er, dan zet molenaar Tonies een wiek van zijn molen vlak vóór het laagste punt vast: in de vreugdestand.