Praktijk is dubbelzinnig

Hoe staat men in het buitenland tegenover euthanasie of hulp bij zelfdoding? In de meeste landen is euthanasie uitdrukkelijk verboden, maar gebeurt het in de praktijk wel. Alleen in België staat een euthanasiewet in de steigers. Nederland fungeert in de discussies vaak als afschrik- wekkend voorbeeld.

Na het homohuwelijk en het drugsbeleid verlegt Nederland met de nieuwe euthanasiewet in Britse ogen opnieuw zijn grenzen. Te ver, denkt een deel van het Verenigd Koninkrijk, waaronder de twee grootste partijen en het artsenverbond, de British Medical Association (BMA), die euthanasie voorlopig in het Wetboek van Strafrecht willen houden.

Over `de dood als ultieme medische behandeling' is de Britse wet duidelijk. De arts die een terminaal zieke patiënt een dodelijke injectie geeft en de arts die een patiënt de middelen geeft om het zelf te doen, zijn strafbaar, respectievelijk voor moord of voor het helpen bij of aanzetten tot zelfmoord.

Maar de werkelijkheid is dubbelzinni- ger. ,,De Britse samenleving heeft een definitieprobleem'', zegt Graham Nickson van de Voluntary Euthanasia Society (VES), een in 1953 opgerichte vereniging met ruim 20.000 leden die wil dat ondraaglijk lijdende terminale patiënten het recht krijgen de dood te kiezen. ,,Euthanasie is wijdverspreid, alleen heet het hier meestal `goed medisch handelen'.'' Zo geven veel Britse artsen terminale patiënten probleemloos grote doses pijnstillers die het leven bekorten, maar formeel alleen lijden verlichten.

Die praktijk is ,,hypocriet'', zeggen de VES en een arts als de dissidente oud-BMA-voorzitter John Marks, die toegeeft veertig jaar lang patiëntenlevens met pijnstillers te hebben bekort. ,,Als mijn tijd is gekomen, wil ik ook graag een arts die mij helpt'', aldus Marks.

`Passieve euthanasie', waarbij een arts een levensverlengende behandeling afbreekt of achterwege laat, is geaccepteerd in twee `uiterste gevallen': als de patiënt het zelf wil, of als hij in een toestand van `uitzichtloze vegetatie' is terechtgekomen. In dat geval geldt het weghalen van een voedselinfuus als een wettige handeling, oordeelde de hoogste Britse rechter in 1993. Maar artsen blijven verdeeld en de bestaande richtlijn dekt veel schrijnende gevallen in de schemerzone niet.

Een euthanasiewet als de Nederlandse zou veel goed doen, meent VES-woordvoerder Nickson, die de Britse situatie vergelijkt met het Nederlandse `gedogen' van formeel illegale praktijken. ,,Een wet beschermt tegen misbruik en bevordert het maken van keuzes uit compassie.''

Opiniepeilingen onder de Britse bevolking leken dat standpunt vorig jaar te steunen, al zou de stemming veranderd kunnen zijn na het vonnis tegen Harold Shipman. Die huisarts werd in februari van dit jaar schuldig bevonden aan het doden van vijftien bejaarde, maar merendeels gezonde vrouwen met een overdosis morfine. De roep om strengere richtlijnen en controleregimes voor artsen is sindsdien alleen maar toegenomen. En tornen aan zo'n controversieel onderwerp durft noch Labour noch de Conservatieve Partij in de aanloop naar de komende verkiezingen. Alleen de Liberal Democrats, het `Britse D66' blijft roepen om een onafhankelijke studie naar het wettelijk toelaten van vrijwillige euthanasie.

De scheiding van de Siamese tweeling Jody en Mary in Manchester heeft de controverse ook aangewakkerd. De rechter die uiteindelijk toestemming gaf voor de operatie waarbij vaststond dat de zwakste van de twee zou sterven, verankerde daarmee volgens sommigen niet alleen in de wet dat `het doel de middelen heiligt' maar ook dat eugenetica, klonen en euthanasie stapje voor stapje reëel worden.