Poldermodel in doodsvragen

Voorzichtig verheugd concluderen de tegenstanders van euthanasie dat het verzet tegen de dood op verzoek in de maatschappij toeneemt.

HELLEND vlak? Wie de Nederlandse anti-euthanasielobby beschouwt, heeft eerder het idee dat er sprake is van een moderne, ultrasnelle glijbaan. Krampachtig proberen de tegenstanders de praktijk bij te houden, maar die verandert daarvoor veel te snel. Zo werd het wetgevingsoverleg op 30 oktober overvleugeld door de uitspraak in de zaak Brongersma – op dezelfde dag – die euthanasie loskoppelde van de medische conditie van de patiënt. En in het overleg zelf ging het, tot schrik van de tegenstanders, ineens over euthanasie bij wilsonbekwamen. ,,De regering zegt telkens: we trekken nu een absolute grens, maar je ziet dat die grens steeds verschuift'', zegt H. Molenaar, redactiesecretaris van Pro Vita Humana. ,,Tien jaar geleden was euthanasie alleen aan de orde in de stervensfase. Daar heeft nu niemand het meer over.''

Pro Vita Humana, `tijdschrift voor levensrecht en medische ethiek', is een gezamenlijke uitgave van de juristenvereniging Pro Vita en het Nederlands Artsenverbond, beide pro life organisaties. De pro life beweging is een wereldwijd verschijnsel, waar in Nederland bijvoorbeeld nog de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind en de stichting Schreeuw om Leven onder vallen. Een dertigtal organisaties en instellingen is verenigd in het anti-euthanasieplatform Zorg voor Leven.

De grondgedachte is steeds dezelfde. ,,Het is ons mensen niet gegeven om aan het leven te komen'', aldus Molenaar. ,,Lijden kan toch een functie hebben, ook al zien mensen dat niet direct. Een groot deel van onze leden vult dat religieus in, ja.'' De tegenstanders van euthanasie bevolken een overwegend confessioneel wereldje. De meeste organisaties hebben een christelijke grondslag; Schreeuw om Leven-voorzitter Bert Dorenbos is ex-directeur van de EO.

Hoewel het grote aantal bewegingen en beweginkjes anders doet vermoeden, is de anti-euthanasielobby ook een klein wereldje. Zo is S. Matthijsen, psychiater te Zeist, zowel voorzitter van de werkgroep Oordeelsvorming euthanasie als vicevoorzitter van het Nederlands Artsenverbond. En toen de Guido de Brès-Stichting (het studiecentrum van de SGP) maandag jongstleden een studie over euthanasie presenteerde, was dat onder anderen aan P. Hildering van het Nederlands Artsenverbond en Roel Kuiper van Zorg voor Leven. De laatste had zelf een aparte persconferentie willen houden, deze week, maar je kon dezelfde mensen toch niet twee keer in één week naar Den Haag laten komen. Journalisten komen er ook al nauwelijks op af.

Kuiper maakt zich dan ook geen illusies. ,,De coalitiepartijen hebben hun lijn toch al bepaald. Maar wat er nu gebeurt, vind ik het poldermodel in doodsvragen: als we maar genoeg praten en overleggen, acht men het allemaal wel haalbaar. Ik mis het debat over de grote morele vragen.''

Dat debat wordt alleen in kleine kring gevoerd. Het Nederlands Artsenverbond vindt euthanasie in principe geen medische handeling. ,,Het hele fundament van vertrouwen in de arts valt weg als de dokter ook degene is die het laatste spuitje geeft'', zegt Hildering.

Matthijsen is realistischer. Hij ziet in dat de ontwikkelingen niet te stoppen zijn. Hij is van mening dat euthanasie een apart specialisme moet worden. Jonge artsen die principieel tegen euthanasie zijn, hebben volgens Hildering en Matthijsen nu al de grootste moeite om een opleidingsplaats te krijgen of om zich ergens te vestigen – al mogen zulke vragen in sollicitatiegesprekken officieel niet aan de orde komen.

Het lijkt wel alsof de anti-euthanasielobby nauwelijks nog tijd heeft voor de basale vraag of het in sommige gevallen niet gewoon humaan is om iemand uit zijn lijden te verlossen. Iedere poging om de vooruitsnellende praktijk te stoppen of aan te passen is nu belangrijker. Bovendien, vinden ze, is zo'n vraag al een omkering van de werkelijkheid. Echt barmhartig is ,,maximering van de zorg zodat de euthanasievraag verdwijnt'', aldus het platform Zorg voor Leven. En niet: doodzieke mensen voor het dilemma plaatsen of ze nog wel een beroep mogen doen op langdurige intensieve verzorging.

Een standpunt dat ook door de SP gesteund wordt, als enige niet-confessionele partij. Voorzichtig verheugd concluderen de tegenstanders dan ook dat het verzet tegen euthanasie in de maatschappij toeneemt. Schreeuw om Leven-voorzitter Dorenbos vergelijkt de noodzakelijke cultuuromslag met de afschaffing van de slavernij. ,,Toen ik die film Amistad daarover zag dacht ik meteen: ik ga proberen in contact te komen met Steven Spielberg.''

    • Ellen de Bruin