Nieuwe asielwet

DE CIJFERS ZIJN er weer naar. In Europa als geheel nam de toestroom van asielzoekers in de periode mei-juni met 15 procent af ten opzichte van het jaar ervoor, in Nederland steeg hij met 12 procent (in België trouwens met 18 procent). Nu zijn de asielstatistieken berucht om hun incidentele schommelingen. Toch is de algemene trend duidelijk: in verhouding met zijn inwonertal neemt Nederland een relatief groot aandeel van de vluchtelingenstromen naar Europa voor zijn rekening.

Deze omstandigheid vormt de legitimatie van de vernieuwing van de vreemdelingenwetgeving die staatssecretaris Cohen (Justitie) op stapel heeft gezet. Deze week passeerde de wet met een toch nog comfortabele meerderheid de Eerste Kamer. Op de valreep van de behandeling in de Tweede Kamer had het document extra tanden gekregen door een aanscherping bij amendement van het zogeheten veiligelandenbeginsel. Nederland stuurt in beginsel direct terug naar ieder land dat het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties heeft aanvaard.

Deze aanscherping was omstreden want zij lijkt weinig rekening te houden met de omstandigheid dat het Vluchtelingenverdrag in sommige landen alleen formeel betekenis heeft. Het valt veilig aan te nemen dat de Europese rechter versnelde terugzending in dergelijke gevallen niet zal accepteren. Zelfs tussen de gelijkgestemde landen van het Europese Schengenverdrag geldt dat men niet automatisch mag terugzenden.

HET BELANGRIJKSTE doel van de nieuwe wet is indikking van de asielprocedure, met de bijbehorende beroepsmogelijkheden, waardoor ook een effectiever terugkeerbeleid mogelijk moet worden. Een van de snoeimiddelen is het opheffen van de zogeheten bezwaarfase, waarbij een afgewezen asielzoeker de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) om een heroverweging vraagt. Dat kan aardig ophouden, zeker omdat de verleiding van de eerste beslisser groot is om lastige vragen door te sluizen naar de tweede ronde. Maar zo'n tweede ronde vormt wél een ontlasting van de rechter. Het is de vraag of deze niet wordt ondergesneeuwd wanneer de bezwaarfase verdwijnt. De vreemdelingenkamers hebben nu al een netto-achterstand van twaalfduizend zaken.

De sleutel tot de nieuwe wet ligt bij de IND. Die begint met een achterstand van 53.000 oude bezwaarzaken, maar Cohen denkt dat de dienst deze tijdig kan wegwerken en de nieuwe wet dan verder kan bijhouden. Nieuwe, snellere regels zullen daarbij helpen, maar de kwaliteit van de IND en zijn beslissingen blijft ook onder de nieuwe wet een zorgenkindje. De staatssecretaris waarschuwde vorige maand nog in een Kameroverleg: ,,We hebben te maken met een geweldig lange doorlooptijd, zelfs als we gaan versnellen.''

Een Kamerlid opperde dat de eerste effecten van de nieuwe wet pas in 2004 merkbaar zijn. ,,Ik denk eerder'', zei Cohen. Erg sterk klinkt het voorlopig niet.