Lekken, spoken en sensatie

Strafzaken behoren in zittingszalen te worden afgehandeld en niet in de media. Deze waarschuwing liet minister Korthals van Justitie horen op de jongste jaarvergadering van de Orde van Advocaten. Dit vermaan wordt onderstreept door de Nederlandse traditie waarin de rechtspraak is opgedragen aan professionele, onafhankelijke magistraten. Volksinvloed op de rechtspleging (jury, gekozen rechters) is hier van oudsher miniem.

Toch zijn zeker de grote strafzaken tegenwoordig de inzet van een complete mediaoorlog tussen aanklagers en verdedigers, zo brengt het programma Zembla vanavond nog weer eens in herinnering. Topper tot dusver was het proces tegen Johan V., alias de Hakkelaar: de zaak van advocaten die spottend poseren met een speelgoedoctopusje (codenaam van de beweerde bende) en officieren van justitie die een speciale pr-adviseur in de arm neemen.

Deze en andere megazaken vormen ook in de analyse aanleiding tot een vrij primitief nietes-welles-spelletje. Het openbaar ministerie is begonnen, zeggen strafpleiters, bijvoorbeeld door het etaleren van wapen- en drugvondsten op persconferenties – nog lang voordat er een advocaat in beeld is. ,,We moeten toch laten zien dat we niet op spoken jagen'', is het weerwoord van de scheidende Amsterdamse hoofdofficier Vrakking.

Laten zien aan wie?

Aan het publiek, zo blijkt uit het antwoord. Dus toch ook weer niet de rechter om wie alles begonnen behoort te zijn. Strafpleiters houden op hun beurt allerlei vertoningen voor de media, variërend van poseren met Bouterse in Suriname tot een optreden bij Paul de Leeuw. In dat laatste geval wilde de rechter overigens wel een bandje.

Is dit nog af te doen als Spielerei, menens wordt het bij het lekken van processtukken naar de media. Een gerechtelijk vooronderzoek in strafzaken is geheim, althans niet openbaar zoals de zitting. Mag een advocaat een heel strafdossier aan de media toespelen? De ereregels verbieden het niet, geeft de scheidende Deken van de Orde van advocaten Von Schmidt auf Altenstadt toe. Maar hij zou de kwestie wel eens voorgelegd willen zien aan de tuchtrechter.

De eigenlijke vraag van Zembla richt zich tot de media zelf, in het bijzonder NRC Handelsblad-redacteur Tom-Jan Meeus. Hij publiceerde uit de officiële processen-verbaal in de Doverzaak waarbij 58 Chinese verstekelingen omkwamen in de koelruimte van een vrachtwagen. ,,Ik had graag gehad dat ik niet werd verrast door stukken in de krant'', zegt minister Korthals, die in deze affaire met enige moeite het vege politieke lijf redde. Dat is natuurlijk vervelend voor een bewindsman maar niet het echte probleem.

Dat geldt ook voor de kwalificatie ,,sensatie'' van hoogleraar strafrecht en oud-journaliste Ch. Brants. Zij ziet onvoldoende algemeen belang in de publicatie. Gezien het debat in de Tweede Kamer valt dat moeilijk vol te houden.

Iets anders is het bezwaar dat het lekken van dossiers een kwestie is van ,,voor wat hoort wat'': wordt de journalist niet voor het karretje van de bron gespannen? De oude Hertog van Wellington had in de negentiende eeuw wel een antwoord: ,,publish and be damned''.

Zembla, Ned 3, 21.18-22.00u.