Het woord is al een taboe

Hoe staat men in het buitenland tegenover euthanasie of hulp bij zelfdoding? In de meeste landen is euthanasie uitdrukkelijk verboden, maar gebeurt het in de praktijk wel. Alleen in België staat een euthanasiewet in de steigers. Nederland fungeert in de discussies vaak als afschrik- wekkend voorbeeld.

Het begrip euthanasie is in Duitsland taboe. Alleen al het woord zelf komt maar zelden iemand over de lippen. `Vernietiging van als minderwaardig beschouwd leven', staat in het woordenboek. Dat verstonden de nazi's onder euthanasie. Het trauma van de industriële euthanasie die artsen tijdens het nationaal-socialisme massaal op joden, zigeuners en gehandicapten toepasten, heeft voor zuivering van het taalgebruik gezorgd.

Het woord euthanasie duikt in de pers alleen op als er een monument voor euthanasieslachtoffers wordt voorgesteld of als er onrust is uitgebroken omdat een ereburger van een stad als euthanasie-arts in de Tweede Wereldoorlog is ontmaskerd.

Wordt verlichting van de doodsstrijd bedoeld dan spreken de Duitsers over actieve of passieve Sterbehilfe, hulp bij het sterven. Een politiek debat over euthanasie, laat staan het legaliseren van euthanasie, wordt in Duitsland niet gevoerd.

De Duitse Maatschappij voor Humaan Sterven, die als enige voor legalisering van euthanasie pleit, neemt een eenzame positie in. Met haar actie, jaren geleden, voor de zogenaamde arsenicumpil heeft ze tegen zoveel zere benen aangetrapt dat het gewenste brede publieke debat in de kiem werd gesmoord.

,,Over aanpassing van de wet bestaat geen enkele discussie'', zegt parlementariër Monika Knoche resoluut, gezondheidsspecialist van de Groenen. ,,Het doden van patiënten is absoluut verboden. Het recht om te leven is een mensenrecht. Daarin is onze grondwet heel duidelijk'', aldus Knoche. De arts heeft volgens haar als taak te helpen, te genezen, de nood te lenigen, nooit te doden. ,,Het trauma van de nazi-tijd zit bij ons nog diep in het bot'', licht Thomas Friedl toe, werkzaam bij de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag. Nederland noemt hij een ,,afschrikwekkend'' voorbeeld. Zowel Friedl als Knoche menen dat de situatie in Nederland ,,volledig uit de hand'' is gelopen. Nu probeert men achteraf de huidige praktijk te legaliseren. Een verwerpelijke situatie, vindt Friedl.

Hoewel de groene parlementariër Knoche volhoudt dat artsen in Duitsland zich niet schuldig maken aan euthanasie, wil Friedl niet ontkennen dat ,,sommige artsen patiënten doden''. Zolang euthanasie strafbaar is, blijft de situatie volgens hem evenwel binnen de perken. ,,Is de Rubicon eenmaal overschreden, dan loopt iedereen naar de apotheek.'' En wat te denken van ziekenhuizen, die onder steeds grotere druk van krappe budgets komen te staan, zegt Friedl. ,,Een spuitje of een pil zijn goedkope alternatieven voor jarenlange, kostbare verzorging van patiënten in verpleeghuizen.'' Zodra de wet ook maar enigszins wordt versoepeld, wordt gekozen voor de ,,goedkoopste oplossing'', vrezen de christen-democraten.

Voor Gisela Leipold, sociaal werkster bij de maatschappelijke Hospizhilfebewegung, ligt de situatie genuanceerder. De situatie in Nederland is zeker geen voorbeeld, meent ze. Maar in Duitsland is een debat hierover volledig taboe. Uiteraard komt euthanasie in de praktijk voor en worden in hopeloze gevallen versterkte morfinepreparaten ingezet, weet Leipold. In actieve hulp bij sterven ziet ze niets. De huidige wetgeving is echter onbevredigend, meent Leipold. ,,Er zijn werkelijk gevallen waarbij het voor een zwaar zieke een verlossing is als een machine wordt uitgezet. Alleen is zoiets met de huidige wet onmogelijk zonder dat de arts zich strafbaar maakt.'' Een debat over aanpassing van de wet is kansloos, meent Leipold. ,,Gezien de discussie over het rechts-radicale geweld en de slepende discussie over schadevergoeding voor dwangarbeiders tijdens de nazi-tijd is er geen politicus die hieraan zijn handen wil branden.''