Het lijden moet blijven

Hoe staat men in het buitenland tegenover euthanasie of hulp bij zelfdoding? In de meeste landen is euthanasie uitdrukkelijk verboden, maar gebeurt het in de praktijk wel. Alleen in België staat een euthanasiewet in de steigers. Nederland fungeert in de discussies vaak als afschrik- wekkend voorbeeld.

De wet en de medische gedragscode in Italië laten geen grijs gebied bestaan: officieel is euthanasie verboden, altijd en overal. De wet kent de mogelijkheid van euthanasie niet, en in de schaarse rechtszaken die hierover zijn gevoerd zijn de artikelen over moord van toepassing verklaard.

In juni sprak het Hof van Assisen in Monza de eerste veroordeling uit wegens euthanasie. De 51-jarige ingenieur Ezio Forzatti werd tot 6,5 jaar veroordeeld; hij was twee jaar geleden met een pistool het ziekenhuis in gegaan waar zijn vrouw hersendood in coma lag, had iedereen de kamer uitgejaagd, en de apparatuur uitgezet.

Processen tegen artsen zijn er nooit geweest. Die moeten zelf de doodsoorzaak aangeven en zullen nooit zichzelf tot verdachte in een strafzaak maken. Volgens Valerio Pocar, hoogleraar rechtssociologie aan de Universiteit Bicocca van Milaan en voorzitter van de Consulta di Bioetica, een adviesorgaan voor bio-ethiek, is er daarnaast een handjevol rechtszaken geweest tegen familieleden die euthanasie hebben gepleegd. Die zijn vrijgesproken via een omweg: met een beroep op tijdelijke ontoerekeningsvatbaarheid, gesanctioneerd door de rechter.

,,Ik heb de indruk dat de wetgeving ver achter ligt bij de gevoelens in de samenleving hierover'', zegt Pocar. Groene Kamerleden hebben het initiatief genomen tot een wetsvoorstel voor `een waardige dood', maar dat ligt op behandeling te wachten. Het centrum-linkse kabinet beweegt zich uiterst omzichtig. Premier Giuliano Amato heeft de Commissie voor Bio-ethiek om een uitspraak gevraagd.

Dat er geen wet is, betekent niet dat euthanasie niet voorkomt. Bij een onderzoek eerder dit jaar onder 680 artsen die terminale patiënten begeleidden, antwoordde ruim de helft. Van hen zei 40 procent wel eens een euthanasieverzoek te hebben gehad, en 4 procent dat ze actieve euthanasie hadden uitgevoerd.

In de medische gedragscode staan onder het kopje `euthanasie' twee artikelen. Artikel 36 stelt kortweg: ,,De arts mag niet, ook niet op verzoek van de zieke, behandelingen uitvoeren of steunen die er op zijn gericht de dood te veroorzaken.'' Het volgende artikel stelt dat de arts bij terminale zieken de plicht heeft ,,zinloos lijden'' waar mogelijk te voorkomen, maar dat hij de patiënt in leven moet houden ,,totdat het onomkeerbare verlies van alle functies van de hersenen is vastgesteld.''

Het Vaticaan blijft onwrikbaar tegen iedere vorm van euthanasie en gruwt van de gedachte dat hiervoor wettelijke regels komen anders dan een absoluut verbod. Volgens de paus willen voorstanders van euthanasie in feite het mysterie van de dood en het lijden ontkennen door te doen alsof de mens daar de baas over is. Katholieken zouden zich overal actief moeten keren tegen ,,de cultuur van de dood''. In een indirect antwoord hierop schreef de journalist Indro Montanelli, een alom gerespecteerde negentiger, dat hij een arts zoekt die hem wil begeleiden bij euthanasie, als het moment daar is. Hij zei dat ,,de katholieke cultuur van lijden'' hem vreemd is. ,,Lijden verheft de geest niet'', zei Montanelli.

In 1993 ontstond er diplomatieke wrijving tussen de Heilige Stoel en Nederland nadat de Osservatore Romano, de krant van het Vaticaan, had gesuggereerd dat in Nederland ook onvrijwillige euthanasie zou worden toegepast op baby's met ongeneeslijke aangeboren afwijkingen en op geestelijk gestoorden. Twee jaar later protesteerde de toenmalige minister van Buitenlandse zaken, Van Mierlo, in Rome tegen ,,de onzin'' die binnen het Vaticaan de ronde deed. Nog eens twee jaar later constateerde hij bij een nieuw bezoek dat de meeste misverstanden uit de weg zijn geruimd, al zijn de meningsverschillen gebleven.

    • Marc Leijendekker