Geweld Kosovaren in Zuid-Servië

Langs de grens tussen Servië en Kosovo zijn in twee dagen vier Servische politiemannen vermoord door uit Kosovo afkomstige Albanese separatisten. President Koštunica zei gisteren dat in het gebied ,,een oorlog op grote schaal'' dreigt. Hij riep zijn kabinet bijeen voor een spoedbijeenkomst over de situatie in Zuid-Servië, waar ,,terroristen en extremisten'' actief zijn die uit Kosovo de grens overkomen. Belgrado heeft een zitting van de Veiligheidsraad van de VN gevraagd om over het onderwerp te praten. ,,Ik constateer met spijt dat ondanks de zege van de democratische krachten [in Joegoslavië] en de opening van ons land naar de wereld, de internationale gemeenschap nalaat haar verplichtingen jegens Joegoslavië na te komen'', aldus Koštunica.

De vredesmacht in Kosovo, KFOR, meldde gisteren tien Kosovo-Albanezen, ,,duidelijk separatisten'', te hebben gearresteerd toen ze in een vrachtwagen op weg waren naar de grens met Servië. Ze waren niet gewapend maar ze droegen wel zwarte uniformen. Later onderschepte KFOR ook een vrachtwagen met mortiergranaten, mijnen, een mitrailleur en munitie, die in de richting van de grens reed.

In Priština, de hoofdstad van Kosovo, werd gisteren een zware bomaanslag gepleegd op het gebouw waar de Joegoslavische vertegenwoordiger in Kosovo kantoor houdt. Eén staflid werd bij de ontploffing gedood, een tweede raakte gewond. Het kantoor verzorgt de verbindingen tussen het VN-bestuur in Kosovo en de Joegoslavische regering.