Fine fleur

Over de fine fleur gesproken: het idee om een herbarium uit glas te laten maken voor een vaste tentoonstelling kreeg de plantkundige George Goodale toen hij eens glazen replica's zag van ongewervelde zeedieren in Harvards Museum voor Vergelijkende Zoölogie. Goodale was de eerste directeur van het Botanisch Museum in Harvard. Replica's van planten werden toen nog gemaakt van papier-maché of uit was. In 1886 reisde hij naar Dresden om de beide glasblazers, Leopold Blaschka en zijn zoon Rudolph, die de zeediermodellen hadden vervaardigd, te vragen een aantal bloemen uit glas te maken. Leopold had voor zijn plezier al eens glazen modellen van planten gemaakt, die ook tentoongesteld waren, maar deze waren verloren gegaan bij een museumbrand in België. De Blaschka's wilden wel planten maken voor de Harvard-professor.

De eerste modellen overleefden de douane in New York niet, maar de brokstukken toonden wel het onovertroffen vakmanschap van de beide Blaschka's. Elizabeth Ware en haar dochter Mary vroegen Goodale daarom een contract met de Blaschka's te sluiten voor het maken van glazen modellen van planten, bloemen en hun details. Moeder en dochter zouden samen deze glaskunst financieren en ook het transport, de verzekering en de vitrines, ter nagedachtenis van wijlen hun man en vader Charles Ware, die in Harvard medicijnen had gestudeerd.

In 1890 werd een arbeidscontract voor liefst tien jaar getekend. Leopold Blaschka overleed in 1895, Rudolph werkte daarna alleen door aan het `eersteklas unicum' zoals zijn vader het genoemd had. Niemand had voorzien dat het project uiteindelijk bijna een halve eeuw zou duren – van 1887 tot 1936 – en zou resulteren in een monumentale flora van 780 soorten en variëteiten in 164 families, met ruim 3.000 gedetailleerde modellen zoals rotte peren, uitvergrotingen van schroefvormige zaadcellen, bloem-bestuivende insecten en doorgesneden vruchtbeginsels.

Deze collectie staat en hangt in het universiteitsmuseum van Harvard. Twee vertrekken zijn daar gevuld met tafel- en muurvitrines, waar zo'n honderdduizend bezoekers per jaar op af komen. De stillevens zijn zo natuurgetrou dat je bijna niet ziet dat ze van glas zijn, zelfs niet als je dat weet. Vader en zoon Blaschka werkten aanvankelijk met helder glas, dat zij `koud verfden', zoals zij dat noemden, met gom of lijm of een mengsel daarvan en mineraal-pigmenten. Later maakte Rudolph zelf gekleurd glas, dat hij dan bijna niet hoefde te schilderen.

Eerst werden er wel planten vanuit Amerika naar Duitsland gestuurd en door de Blaschka's in hun eigen tuin gekweekt als uitgangsmateriaal. Maar veel exoten, vooral uit de tropen, waren in koninklijke tuinen en in kassen bij een kasteel bij Pillnitz te zien. Daar schetsten de Blaschka's planten en bloemen, en beschreven zij hun kleuren. Rudolph reisde later door de Caraïben en de Verenigde Staten om daar planten te tekenen en te verzamelen voor zijn atelier in Dresden.

Zo kleur-, vorm- en detailrijk als het glazen herbarium is, zo sober en simpel is de getoonde glasblazerstafel, een exemplaar van het soort werkbank waarop de glazen flora is geschapen. Zo groot als een keukentafel met daaronder een blaasbalg, die de ruimte tussen de poten vult en met de voet wordt aangedreven. De instrumenten – tangen, pincetten en scharen – en de materialen – glasstaven en klossen koperdraad – zijn van een voorname eenvoud, net als de hittebron: een paraffine-kaars. De enorme baasbalg perste via een glazen buis lucht door de kaarsvlam. Dat gaf de extra hitte, die voor het smelten van glas nodig was. Het langzame afkoelen van het glaswerk, om spanning en breuk te voorkomen, gebeurde in een oven. Er kwam geen geheim procédé aan te pas, de gebruikte technieken waren bekend bij de glasblazers uit die tijd. Bohemen, grenzend aan de Duitse deelstaat Saksen, waar Dresden ligt, was Venetië toen al voorbijgestreefd met de kwaliteit van kunstglas. Het herbarium van glas is daarvan het toonbeeld. In elke glazen plant, bloem en vrucht zijn wetenschap, techniek en kunst opnieuw versmolten met een o zo zichtbare libido sciendi et fabricandi.

De catalogus The Glass Flowers at Harvard is te bestellen bij de Publications Director, Botanical Museum at Harvard University, 26 Oxford Street, Cambridge, Massachusetts 02138, USA, 120 blz, $15.95, ISBN: 0-963-4405-0-0. Zie ook www.hmmh.harvard.edu.