EUTHANATICA

De pil van Drion bestaat nog niet. Het cleane witte pilletje in de medicijnkast van mensen die op een pijnloos, ongecompliceerd levenseinde voorbereid willen zijn, is in werkelijkheid een flesje met ongeveer 100 ml mixtura nontherapeutica pentobarbitali. Een arts reikt het aan, na het succesvol afwikkelen van een euthanasieprocedure, als hulp bij zelfdoding. Mixtura nontherapeutica pentobarbital is het door de apothekersorganisatie KNMP en de euthanasievereniging NVVE geadviseerde middel voor hulp bij zelfdoding. Het bevat vooral suikersiroop en verder 20 procent alcohol, maar smaakt desondanks bitter. Om braken te voorkomen moet de zelfdoder 24 uur voor inname van het drankje een antibraakmiddel slikken.

Het dodende middel in mixtura nontherapeutica is 9 gram pentobarbital. Dat is een forse overdosering van een ouderwets, wegens bijwerkingen in ongebruik geraakt slaapmiddel, een barbituraat. In overdosering verhindert het middel de prikkeling van alle spieren, ook van long-, hart- en vaatspieren. Zelfdoders vallen in slaap en sterven doordat hart en ademhaling stoppen.

De tijd die verstrijkt tussen de inname en het intreden van de dood varieert. Begin jaren negentig vroeg een groep deskundigen van de KNMP aan artsen en apothekers om hun ervaringen met euthanasie te melden. Bij 20 mensen die 9 gram seco- of pentobarbital slikten, trad bij elf van hen de dood binnen een half uur in, maar één patiënt leefde na zes uur diepe slaap nog. De arts heeft daarna euthanasie gepleegd door inspuiting van een dodend middel.

Echte euthanasie, waarbij de arts het leven van de patiënt zelf beëindigt, wordt uitgevoerd met twee achtereenvolgende injecties. Eerst spuit de arts een hoge dosis van een narcosemiddel (thiopental wordt aangeraden) in een ader. Nadat coma is ingetreden spuit de arts een spierverslapper (alcuronium of pancuronium) in een driemaal hogere dosis dan voor normaal gebruik. De dood treedt in als ademhaling en hart ermee stoppen. Euthanasie is misschien belastender voor de arts, maar sneller en zekerder dan hulp bij zelfdoding. Beide methoden veroorzaken bijna altijd een dood zonder doodsstrijd.

Euthanasie met morfine en rectaal toegediende euthanasiemiddelen (met zetpillen) raadt de KNMP-commissie af. Bij rectale toediening zijn er ten minste negen zetpillen nodig die bij drie tegelijk ieder uur moeten worden ingebracht. Vaak moeten de laatste zetpillen worden geplaatst bij een patiënt die al in coma is. Het bezwaar van morfine is dat bij mensen die al morfine als pijnstiller hebben gehad, de benodigde dosis onzeker is.