Van studeerkamersamoerai tot politieke paria

Terwijl verhuisauto's voor het presidentieel paleis halt hielden en Keiko Sofia Fujimori, de dochter van de president, de familiebezittingen liet inladen, scheen een grimmig en bitter eind in zicht van het tienjarige polititieke drama van de langstheersende leider van Zuid-Amerika. Verdwenen is het eeuwige beeld van de studeerkamergeleerde Alberto Fujimori (62) die een dappere samoerai werd en twee guerrillabewegingen wegvaagde, een eind maakte aan de hyperinflatie en armoede bestreed met succesvolle programma's voor openbare werken.

In plaats daarvan rijst het beeld op van een man op de vlucht, onwillig het land onder ogen te zien dat hij niet langer totaal in zijn macht heeft. De politieke nalatenschap van Fujimori, waarvan hij zelf vaak zei dat het van belang was voor wat hij aanduidde zijn Oosterse eergevoel, is meer dan ooit in gevaar. De ministers van zijn kabinet toonden zich verbolgen over zijn besluit om aan de overkant van de oceaan af te treden.

Daar komt bij dat de Peruaanse pers melding maakt van het feit dat Fujimori vrijdag een korte tussenstop in Singapore gebruikt zou hebben om 18 miljoen dollar weg te sluizen naar Japanse bankrekeningen. In een interview met het Spaanse persbureau EFE heeft Fujimori die aantijgingen ontkend.

De ex-vrouw van Fujimori, Susana Higuchi, zei: ,,In het belang van het land en in het belang van hemzelf moet er een onderzoek tegen Fujimori worden ingesteld. Hij moet terugkeren. Hij kan zich niet schuilhouden in Japan. Dat is niet de man die ik ooit huwde. Wat hem heeft veranderd? Macht en geld en Vladimiro Montesinos.''

Ook al zou Fujimori dat nu graag willen, hij kan niet los worden gezien van Montesinos, de voormalige chef van de gehate en gevreesde inlichtingendienst, die in het middelpunt staat van de politieke afgang van de president. In september lekten video-opnames uit van Montesinos, van oudsher de macht achter Fujimori, die een parlementariër van de oppositie omkocht. Het schandaal werd nog erger omdat Montesinos, die tevens medewerker was van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, betrokken bleek bij een wapens-voor-drugs overeenkomst met Colombiaanse guerrilla`s. Beide schandalen hadden plaats vier maanden nadat Fujimori de presidentsverkiezingen had gewonnen, zij het volgens velen alleen door op ruime schaal stemfraude toe te passen.

Onder invloed van de publieke opinie, en de afkeuring van de wereldgemeenschap, kondigde Fujimori in september vervroegde verkiezingen aan voor volgend jaar april, waaraan hijzelf niet zou meedoen. Een nieuwe president zou op 28 juli 2001 kunnen aantreden, tenzij de president zoals sommige analisten waarschuwden, een andere verrassing in petto had. Dat laatste lijkt nu niet meer het geval.

Vooral in de laatste helft van het afgelopen decennium legde het duo Fujimori/Montesinos de pers het zwijgen op, zij koloniseerden de rechterlijke macht en voerden spionagecampagnes uit tegen politieke tegenstanders. Duizenden burgers verdwenen zonder een spoor na te laten. Het regime van Fujimori baarde een nieuwe term in Zuid-Amerika: ,,democratische dictatuur''.

Fujimori, de ambitieuze rector van een universiteit, zoon van een nederige Japanse winkelier, kwam in 1990 aan de macht, gekleed in poncho's en Indiaanse hoeden. Tijdens zijn campagne stak hij de draak met zijn eigen Japanse achtergrond door het electoraat, waaronder veel Indianen, te vermaken met spleetogige campagnetekens. Het volk dat hem aanvankelijk op handen droeg wegens zijn armoedebestrijdingprogramma noemde hem liefkozend El Chino – de Chinees.

Fujimori versloeg bij die eerste verkiezingen bij verrassing auteur en intellectueel Mario Varga Llosa, die alleen al gruwde bij de gedachte om dat electoraat zelfs maar de hand te schudden. De nieuwe president schafte in 1992 tijdelijk het congres af om de guerrillabeweging Lichtend Pad te bestrijden, wat hij meedogenloos deed. Nadat de laatste leider van die beweging vorig jaar gevangen was genomen verklaarde Fujimori: ,,Ik heb gedaan wat nodig is om dit land bestuurbaar te maken.''

Het leek er vaak op dat hijzelf niet de enige was die er zo over dacht. In 1996 versloeg hij met een overweldigende meerderheid de voormalige secretaris generaal van de Verenigde Naties, Javier Perez de Cuellar. Het zelfvertrouwen waarmee Fujimori vakkundig, zij het hardhandig, een eind maakte aan de gijzelingscrisis in de Japanse ambassade in 1996, ontlokte lofprijzingen aan de Amerikaanse president Bill Clinton en andere wereldleiders.

Zijn aanstekelijke zelfvertrouwen is Fujimori inmiddels kwijtgeraakt. In een transcript van zijn officiële ontslagbrief lijkt Fujimori nederig, hoewel hij de Peruanen tracht te herinneren aan zijn prestatie, erkende hij ook `fouten' te hebben gemaakt.

Fernando Rospigliosi, politiek analist in Lima, zegt dat de Peruanen aanvankelijk voor Fujimori, een buitenstaander, kozen omdat ze ziek waren van de eigen politieke elite. ,,Nu is zijn politieke nalatenschap eenvoudigweg zó bezoedeld door Montesinos en door zijn vlucht naar Japan, dat hij de annalen van Peru zal ingaan als het zoveelste corrupte dictatortje.''

Copyright: LAT/Washington Post Service