Relatie tussen Turkije en Europa vertroebelt

Het uitzicht van Turkije op toetreding tot de EU leek verbeterd. Maar twee oude zaken verzieken dezer dagen de sfeer: de kwestie-Cyprus en de vermeende genocide op Armeniërs.

Ze zaten er weer, gisteren in de rechtszaal in Straatsburg waar de zaak van de Koerdische leider Abdullah Öcalan aan de orde was. Weduwen gehuld in het zwart, mannen die in de strijd met aanhangers van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) een arm of been verloren – nog een keer greep de Turkse regering naar het beproefde middel van het menselijk leed om de wereld te laten zien welk een onnoemelijke pijn de PKK in Turkije heeft veroorzaakt.

De aanwezigheid van de `martelaren' in Straatsburg deed erg denken aan de dagen van het proces tegen de Turks-Koerdische leider op het gevangeniseiland Imrali, toen ze dag in dag uit voor de talrijke Turkse televisiecamera's defileerden. Toen waren ze hoopvol dat Öcalan zou boeten voor zijn misdaden, maar inmiddels hebben velen van hen daar weinig vertrouwen meer in. Want de wereld is veranderd sinds Turkije, vorig jaar februari, Öcalan in de woorden van Turkse regeringsfunctionarissen ,,terug naar zijn vaderland bracht''. Turkije zit inmiddels in de wachtkamer van de Europese Unie en wil kost wat kost voorkomen dat Öcalan het in Turkse ogen nakende lidmaatschap in gevaar brengt. En dus gaat vrijwel niemand hier er nog van uit dat Öcalan de strop, die velen hem hartstochtelijk toewensen, om zijn nek zal voelen.

Hoe de sfeer in Turkije veranderd is, bleek uit de reactie van de Turkse media op de zaak-Öcalan. Natuurlijk werd er over de PKK-leider geschreven, maar de kwestie zinkt in het niet bij twee nieuwe `affaires' die de relatie tussen Turkije en de Europese Unie dreigen te vertroebelen.

De eerste daarvan komt, aldus woedende commentatoren, uit de koker van Turkije's oude aartsvijand, Griekenland. Vorige week liet de Europese Commissie in een rapport weten aan welke eisen Turkije moet voldoen voordat het klaar is voor lidmaatschap van de Unie. De eerste Turkse reacties op het rapport waren gematigd, al was het maar omdat de Commissie behoedzaam met de Koerden-kwestie was omgegaan en bij voorbeeld het woord `Koerd' uit het rapport had weggelaten.

De stemming sloeg echter al snel om. Zo liet premier Ecevit weten grote zorgen te hebben over de zogenoemde partnerschapsovereenkomst waar de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zich maandag over bogen. Met name de volgens Turkse diplomaten uit Griekse koker afkomstige passage, dat Ankara de pogingen van de Verenigde Naties om de verdeling van Cyprus op te heffen ,,ferm moet ondersteunen'', wekte Ecevits woede. Veel Turken denken dat zulke formuleringen de Grieks-Cyprioten alleen maar onbuigzamer zullen maken. ,,Als het zo doorgaat'', zei Ecevit, die als premier in 1974 het besluit tot de invasie van Noord-Cyprus nam, ,,moet Turkije zijn banden met de Europese Unie opnieuw overwegen''.

Griekse pogingen om de territoriale conflicten in de Egeïsche Zee ook in het document op te nemen, gooiden olie op het vuur. ,,De Europese Unie en een aantal van onze vrienden handelen als koloniale gouverneurs'', liet minister van Buitenlandse Zaken Cem verbolgen weten. Het enige dat de Turkse woede tempert, is dat er ook binnen de Europese Unie verdeeldheid over die passages bestaat en de ministers de kwestie doorschoven naar hun volgende vergadering.

Nog gevoeliger ligt een andere kwestie in Turkije, namelijk die van de vermeende genocide onder Armeniërs in de laatste fase van het Ottomaanse Rijk. Vorige week riep het Europese Parlement Ankara op om de genocide te erkennen, gevolgd door het Italiaanse parlement. Ook in Frankrijk speelt de kwestie. ,,Als Europa zo begint'', aldus het dagblad Hürriyet, ,,zou het ook Griekenland eens moeten vragen uitleg te geven over de manier waarop het aan het einde van de Eerste Wereldoorlog Turks grondgebied bezette. Daar zou Griekenland excuses voor moeten maken. Ook het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die bij het Verdrag van Sèvres Armeens land aan de Sovjet-Unie afstonden, zouden verantwoordelijk gehouden moeten worden voor de dingen die (daar red.) later met Armeniërs gebeurden.''

Veel Turken zien de Armeense kwestie als een nieuwe poging van het `anti-Turkse' kamp in Europa om toetreding van Turkije tot de Unie op de lange baan te schuiven. ,,Het is duidelijk dat zulke initiatieven gemanipuleerd zullen gaan worden door diegenen die de betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie negatief willen beïnvloeden'', aldus het Ministerie van Buitenlandse Zaken in een verklaring over het gewraakte rapport van het Europese Parlement.