Onveilig vlees

DE EUROPESE ministers van Landbouw zijn er gisterochtend niet in geslaagd één front te vormen tegen de gekkekoeienziekte BSE. Na zeventien uur beraad hebben zij besloten vanaf 1 januari verdachte runderen van 30 maanden en ouder te testen. Over de vraag of alle koeien moeten worden onderzocht, konden ze het echter niet eens worden. Intussen blijven de lidstaten hun eigen beleid voeren. Wordt vervolgd, zoals vaker in de EU.

Dat is niet verwonderlijk. De gekkekoeienziekte raakt verschillende en vooral tegenstrijdige belangen. Bij de bestrijding van BSE, die bij mensen de ziekte van Creutzfeldt-Jakob tot gevolg kan hebben, gaat het niet alleen om veilig voedsel voor de consument en dus de volksgezondheid. Ook de veeteelt als bedrijfstak en de financiering van de bestrijding zijn in het geding. Als in Nederland alle runderen zouden worden getest, zou dat 75 miljoen gulden kosten. Deze dubbelzinnigheden hebben er mede toe geleid dat de nationale overheden binnen de EU, toen de BSE-epidemie in Groot-Brittannië in 1998 losbarstte, grotendeels op eigen kompas hebben gevaren. Terwijl in Engeland bijna tweehonderdduizend runderen werden vernietigd, werd het rundvlees in Duitsland en Nederland `veilig' verklaard. Dat was op zichzelf begrijpelijk. Vergeleken bij Engeland of Portugal leken de risico's hier beperkt. Bovendien verschafte ook de wetenschap lange tijd geen sluitende antwoorden, zodat de openbare besturen niet precies wisten wat ze nu wel of niet serieus moesten nemen. De veehouders konden mede daarom soms naar eigen goeddunken handelen. Omdat een geslachte koe meer opleverde dan een vernietigde, is niet uitgesloten dat er zo BSE-runderen in de voedselketen zijn terechtgekomen.

MAAR SINDS er in Frankrijk na een paar sterfgevallen paniek is uitgebroken, de verkoop van rundvlees daar is ingestort en de regering in Parijs alle vormen van diermeel in het veevoer heeft verboden, werken geruststellende woorden van de EU niet meer afdoende. Er is bovendien nog een andere reden voor de Unie om BSE niet te benaderen als een variant op de boterberg. Hoewel er rond BSE en Creutzfeldt-Jakob nog talloze raadsels niet zijn opgehelderd, is het logisch dat de gekkekoeienziekte een grensoverschrijdend probleem is dat zich niet laat oplossen door op gezette tijden de nationale poorten te sluiten. De tijd dat een koe rustig op een weiland graasde tot zij door de plaatselijke slager werd uitgebeend, is allang voorbij. De handel in rundvlees is internationaal. Hetzelfde geldt voor het slachtafval en het veevoer. Daarom weet niemand precies of en hoeveel BSE-gevallen vanuit Engeland op het Europese continent zijn geïmporteerd en of die wellicht ook weer naar elders in de wereld zijn geëxporteerd.

OOK NEDERLAND speelt in deze cyclus een rol. Vorige week heeft de Rekenkamer harde noten gekraakt over de uitvoering van de destructiewetgeving. De betrokken bewindslieden hebben hun verantwoordelijkheid ,,onvoldoende kunnen waarmaken''. Ondanks alle toezeggingen vanwege de regering zijn ze volgens de Rekenkamer ,,tekortgeschoten''. Het vermogen van de Europese ministers van Landbouw om een gemeenschappelijk beleid te formuleren en ook uit te voeren, is dan ook niet alleen een test voor de EU, maar eveneens voor de Nederlandse regering. Het reclamecredo `ons vlees is veilig' werkt niet meer.