Ontnuchterende cijfers energieverbruik

Het Internationaal Energie Agentschap had gisteren een sombere boodschap voor de klimaatconferentie in Den Haag. De wereld verbruikt zoveel energie dat de emissies van het broeikasgas CO2 in twintig jaar met 60 procent stijgen.

Robert Priddle, directeur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) was er speciaal voor naar Den Haag gekomen. Voor zijn harde boodschap vond hij het beste en meest geïnteresseerde gehoor in het Congresgebouw, waar de klimaatconferentie onder leiding van minister Pronk vergadert.

,,Ontnuchterende cijfers'' noemt het IEA, een organisatie van de westerse industrielanden en Japan, de conclusies van zijn gisteren gepubliceerde World Energy Outlook 2000. Voor het eerst houdt dit rapport rekening met alle internationale afspraken die vanaf de klimaatconferentie in Kyoto van eind 1997 zijn gemaakt over het terugdringen van broeikasgassen. Wat blijkt? Als elk land zich aan die afspraken zou houden en de wereldeconomie groeit met een matige 3 procent, zal het energieverbruik tot 2020 met 2 procent per jaar toenemen. Maar de emissies van het broeikasgas kooldioxyde (CO2) gaan in dezelfde periode met maar liefst 60 procent omhoog. Verreweg het grootste deel van die stijging treedt op in de ontwikkelingslanden.

Robert Priddle's IEA is na de oliecrisis van 1973 vooral opgericht om een stabiele energievoorziening van de OESO-landen te bevorderen. De laatste jaren verdiept het agentschap in Parijs zich ook in de milieugevolgen van een ongebreideld energieverbruik, vooral waar het de fossiele brandstoffen (olie, kolen en aardgas) betreft.

,,We maken deze scenario's vooral voor de beleidsmakers'', zei Priddle gisteren op een persconferentie. ,,Zij moeten beoordelen of deze effecten acceptabel zijn.''

Wat de energievoorziening betreft maakt de IEA-directeur zich geen zorgen, tenzij het Midden-Oosten weer in een oorlog verzeild zou raken. Ook al gaat de omschakeling naar voldoende duurzame energiebronnen (zon, wind, waterkracht, biomassa, waterstof) langzaam, er is meer dan voldoende olie en gas in de wereld ontdekt om de economische machines nog tientallen jaren op volle kracht te laten draaien. Fossiele brandstoffen (olie, gas en kolen) blijven borg staan voor 90 procent van het wereldverbruik aan primaire energie, hoewel aardgas in sommige regio's zoals West-Europa de kolen gaat vervangen. Olie blijft zo'n 49 procent van de energiedorst in de wereld lessen.

Maar juist die dominante rol van vervuilende brandstoffen is het probleem. Ze is het gevolg van steeds meer mobiliteit en transport van goederen. Het energieverbruik zal de komende twintig jaar het snelst groeien in de ontwikkelingslanden, die naar verhouding de meeste olie verbruiken omdat ze sterk afhankelijk zijn van de vervoer over de weg. Bovendien beschikken de meest ontwikkelingslanden niet over moderne raffinaderijen die schone brandstoffen maken, noch over de zuinigste auto's met schone motoren.

Maar ook voor het rijke deel van de wereld zijn de emissiecijfers somber: Noord-Amerika, de OESO-landen in Azië en West-Europa halen bij lange na niet de doelstellingen van Kyoto die voor 2010 zijn afgesproken. ,,De cijfers maken duidelijk dat er meer, en meer beslissende, actie nodig is om ongewenste klimaatverandering af te wenden'', concludeert het IEA, en doet de regeringen drie alternatieve scenario's aan de hand.

Het agentschap adviseert de regeringen snel nieuwe wegen in te slaan in de transportsector, de opwekking van elektriciteit en de handel in emissies.

De uitstoot van schadelijke stoffen door motorvoertuigen en vliegtuigen kan fors worden teruggebracht door een efficiënter brandstofverbruik, alternatieve brandstoffen, verandering in transportmogelijkheden (weg, spoor en schip) en milieubelastingen. Zuiniger omgaan met brandstof alléén zou voor de transportsector tot een stabilisering van de emissies kunnen leiden, maar pas ná 2010 en dat helpt dus niets voor het nakomen van de Kyoto-afspraken.

Omschakeling van kolen naar aardgas in de elektriciteitsopwekking (in Nederland een omstreden en actuele kwestie) zou de emissies in die sector in 2010 met 1,7 procent omlaag brengen.

Het langer in bedrijf houden van kerncentrales levert een bijdrage van 2,3 procent en meer gebruik van zon en wind 3,2 procent. Aanzienlijke reducties binnen de Kyoto-termijn (2010), tegen relatief lage kosten, zijn mogelijk door een systeem van handel in vergunningen voor emissies van CO2 op te zetten.

Een effectief handelssysteem zou volgens het IEA resulteren in een prijs van 32 dollar per ton CO2. Daardoor zouden de kosten voor landen die hun Kyoto-verplichtingen willen halen, met 29 tot 63 procent dalen, afhankelijk van de mogelijkheden. Deze handel zou ook een belangrijke extra inkomstenbron opleveren voor de Oost-Europese landen, de grootste aanbieders van emissierechten.