Nieuwe kansen voor economie

De Europese Unie groeit groter. Vanaf 2004 gaat de EU-deur open voor landen uit Midden- en Oost-Europa. Wat zijn de gevolgen voor Nederland?

De uitbreiding van de Europese Unie tot 25 of meer lidstaten is een majeure operatie, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitiatief. ,,De historische kans om stabiliteit en welvaart voor zo veel staten binnen de Unie te verankeren moet met beide handen worden aangepakt'', schrijft het kabinet-Kok in De Staat van de Europese Unie.

Wat zullen de economische gevolgen zijn voor het welvarende Nederland, dat zó welvarend is dat nagenoeg onopgemerkt bleef dat het zijn koppositie als relatief grootste betaler aan de Europese Unie heeft verstevigd. Dat is gemakkelijker gevraagd dan beantwoord, omdat veel nog onzeker en onduidelijk is. Maar dr. R.A. de Mooij, hoofd Europese comperatieve analyse van het Centraal Planbureau (CPB) durft wel een voorzichtige balans van verwachte plussen en minnen op te maken. Per saldo voorziet hij een ,,klein maar positief effect'' voor de Nederlandse economie.

De Mooij maakt onderscheid tussen handel en investeringen. De afgelopen tien jaar, sinds de val van de Muur, is de handel tussen de Europese Unie en de huidige EU-kandidaten in Midden- en Oost-Europa flink toegenomen: de EU-export verzesvoudigde en de import groeide een factor vierenhalf. Voor industrieproducten is al min of meer sprake van een vrijhandelszone en waar dat niet het geval is zullen tariefmuren in 2002 geslecht moeten zijn, zo is al eerder afgesproken. Daarentegen bestaan er voor landbouwproducten over en weer nog veel belemmeringen. Ook voor investeringen leggen sommige Midden- en Oost-Europese landen nog beperkingen op aan buitenlands eigendom, onder meer in de communicatie, verzekeringen, nutssector en bij onroerend goed. ,,Bij toetreding tot de Europese Unie zullen die belemmeringen, vroeg of laat, verdwijnen. Dat zou kunnen betekenen dat de Nederlandse export op een termijn van een jaar of tien met een derde stijgt. Dan heb je het op jaarbasis over zo'n 5 miljard gulden extra, bovenop de circa 15 miljard van nu'', aldus De Mooij.

Een grotere Unie – nu 375 miljoen inwoners, straks ruim 100 miljoen meer – betekent ook meer mogelijkheden voor Nederlandse investeerders. Dat zullen vooral bedrijven zijn die de lokale markt willen bedienen, bij voorbeeld in de financiële dienstverlening, voorspelt De Mooij op basis van CPB-onderzoek. ,,Het is ze vooral te doen om marktaandeel dáár, niet om vandaaruit de West-Europese markt te beconcurreren met goedkoper geproduceerde producten.''

Tussen de export van de huidige EU en de export van de kandidaat-landen uit Midden- en Oost-Europa zit betrekkelijk weinig overlap. Meer import kan de `oude' Unie verwachten van producten die in Midden- en Oost-Europa goed(koop) zijn. Dat zijn arbeidsintensieve producten (kleding en schoenen), grondstof- en energie-intensieve producten (chemie, rubber, plastic) en verschillende bulkproducten (ijzer en staal). Omdat Nederland in deze branches weinig (meer) voorstelt, zal het ook niet veel te duchten hebben.

Anders ligt het voor de landbouw en de voedingsmiddelenindustrie. Op den duur zullen de betrekkelijk laagwaardige en veel ruimte vergende `bulkproducten' als graan, suikerbieten, aardappelen en varkens onder druk komen te staan. Kansen zullen er daarentegen zijn voor producenten van bloembollen, pootaardappelen, zaaizaden en stekken. ,,In Midden- en Oost-Europa is veel vraag naar goed basismateriaal en daar is Nederland goed in'', zegt Arend Jan Maat, een van de negen CDA'ers in het Europees Parlement. Ook verwacht hij dat bedrijven die zijn gespecialiseerd in zuivel en andere versproducten, zullen profiteren van de uitbreiding.

Maat bepleit wel enige voorzichtigheid bij het opheffen van grenzen en het openbreken van markten, bijvoorbeeld in de vorm van redelijke overgangstermijnen. ,,We moeten straks niet de bizarre situatie krijgen, dat gesubsidieerde West-Europese landbouwproducten wel de Midden- en Oost-Europese markt op mogen, terwijl die landen hun eigen producten niet meer kwijt kunnen omdat ze nog niet voldoen aan de strenge EU-normen op het gebied van voedselveiligheid en milieu.''

Dat zou volgens Maat niet alleen asociaal zijn, maar ook de beoogde politieke stabiliteit van de EU-uitbreiding in gevaar brengen. Maat: ,,Vergeet niet dat één op de vier kiezers in Polen in de landbouw zit.''

Dit is het tweede artikel over de gevolgen van de EU-uitbreiding voor Nederland. Het eerste stond in de krant van 16 november.