Labyrint met vele uitgangen

Soms verschijnt er een boek dat zich presenteert als een labyrint. Dat maakt nieuwsgierig, maar ook voorzichtig; voor aanschaf eerst maar eens de recensies afwachten. In het geval van Een pruik van paardenhaar & Over het lezen van een boek, het proefschrift van M. Februari/Marjolijn Drenth hielpen die niet veel. De artikelen, een stuk of vijf, zes waren stuk voor stuk lang en eerbiedig van toon, maar desondanks leek geen van de hooggekwalificeerde recensenten er werkelijk chocola van te hebben kunnen maken. Zelf de status van het boek bleef onduidelijk. Was het een economisch/filosofisch proefschrift? Een roman? Of een vertoog over het lezen? Zelfs de auteur schiep verwarring: het gebeurt niet vaak dat iemand promoveert via twee pseudoniemen – zover ik weet heten M. Februari en Marjolijn Drenth in werkelijkheid allebei Marjolijn Drenth von Februar.

Maar goed, Een pruik van paardenhaar. Na de kranten en weekbladen komt de Revisor met een M. Februari-themanummer dat helemaal aan Een pruik is gewijd. Wie aan het lezen van deze vijf artikelen begint weet dat hij aan het einde een beslissing zal nemen: of je besluit, geprikkeld, het boek alsnog te lezen, of je weet dat je er definitief niet meer aan hoeft te beginnen. In dat soort thema-nummers heeft de Revisor overigens een aangename traditie. Ik herinner me een special over Botho Strauss Anschwellender Bocksgesang, die de (Duitse) discussie over dit boek goed samenvatte.

Nu is dat met Een pruik van paardenhaar een stuk ingewikkelder. Net als hun kranten- en weekbladencollega's begint het meningsverschil van de vijf auteurs (Anthony Mertens, Menno Lievers, Atte Jongstra, Gerrit Krol en André Klukhuhn) al bij hun idee waarover het boek gaat. Dat probleem heeft de redactie ondervangen door te openen met een artikel van Anthony Mertens, waarin die beschrijft hoe hij Een pruik probeert te lezen. En dat gaat niet zomaar: ,,We hebben een boek: een roman. We hebben een ander boek: over de methode van de roman. We hebben een derde boek dat handelt over beschrijving van de methode van de roman. En we hebben Een pruik (...): een roman over het totstandkomen van een roman die vertelt over een roman waarin verteld wordt over een roman die zijn eigen wording vertelt.

Hallo, is daar nog iemand?

Gelukkig geeft Mertens ook een duidelijker leidraad. Als ik hem goed begrijp, is Een pruik het beste te lezen als een soort hooiberg waarin je als lezer naar je gading spelden kunt zoeken. Waarom dat zo omslachtig zou moeten, vertelt hij er niet bij – wat dat betreft is Mertens, net als de overige Revisor-auteurs al volledig in de ban van Drenth/Februari.

Nu is daar is wel iets bij voor te stellen, want de veelheid van interpretaties die uit de stukken opstijgt is intrigerend. Atte Jongstra gebruikt Een pruik voor zeer persoonlijke associaties over Kurt Schwitters, Multatuli en George Steiner. Gerrit Krol schrijft een voor mij onbegrijpelijk betoog over wiskunde en logica. André Klukhuhn trekt een kast met schrijvers en filosofen om (Sartre, Bergson, Cioran, Popper). Maar als zoekende lezer sprak het betoog van Menno Lievers me het meeste aan, al is het maar omdat hij kritisch durft te zijn over Drenths werk – haar promotie noemt hij een `weinig geloofwaardige gebeurtenis' (gezien die pseudonieme auteurs) en het boek als geheel vindt hij `allemachtig pretentieus van opzet en toon.'

Na het lezen van deze Revisor beklijft vooral de indruk dat Een pruik van paardenhaar een grote zoektocht is, `een zelfportret zonder ik', zoals Anthony Mertens het noemt. ,,Het onderzoek dat een auteur verricht, de boeken die hij leest, de aantekeningen die hij maakt, geven zicht op zijn niet gearticuleerde fascinaties, obsessies, voorkeuren.'' In deze Revisor krijgt Marjolijn Drenth maar liefst vijf variaties op haar ik teruggekaatst. Dat lijkt een eerbetoon, maar het is ook een sublieme belediging. Wie deze stukken uit heeft, vermoedt dat Een pruik van paardenhaar een labyrint met tientallen uitgangen is. En dat is geen labyrint meer, maar het echte leven.

De Revisor, nr 4, 2000. M. Februarinummer. Uitg. Querido, 90 blz. Prijs f 24,-