IDFA wordt onkritisch tv-toestel

Vanavond opent het dertiende International Documentary Filmfestival Amsterdam met Roel van Dalens Ajax: daar hoorden zij engelen zingen. Steeds luider klinkt de roep om een betere selectie uit het door televisie gedomineerde aanbod.

Wie officieel drukwerk van IDFA 2000 bezit met de vermelding dat dit de dertiende editie van het Amsterdamse documentairefestival betreft, mag zo'n stuk papier koesteren als een collector's item. Uit bijgeloof wordt de traditionele nummering namelijk zo veel mogelijk vermeden. Misschien is er ook wel enige reden tot vrees voor een minder gelukkig gesternte.

In zijn korte geschiedenis groeide het initiatief van directeur Ally Derks uit tot het grootste documentaire filmfestival ter wereld. De sympathieke ambiance in het centrum van Amsterdam en een fijne neus voor het kweken van een trouw publiek, dat zich negen dagen dankbaar laat vergasten op mooie, aangrijpende of prikkelende beelden en geluiden uit alle uithoeken van de wondere wereld, bezorgden IDFA tot nu toe nagenoeg unanieme bijval. Ook dit jaar zijn er in het programma van meer dan tweehonderd titels weer vele documentaires te vinden die verrukken of tot denken aanzetten, ontroeren of opstandig maken.

Minstens zo groot is de kans op het aantreffen van voorspelbare, oppervlakkige, zichzelf overschreeuwende of narcistische documentaires. IDFA is één groot televisietoestel geworden, dat zonder veel kritische instantie programma's uitspuwt: rijp en groen, goed en slecht, doordacht en naïef. De invloed van de televisiewereld, waar een onthullende reportage al snel een documentaire heet, is onmiskenbaar op een groot deel van hetgeen IDFA vertoont. De prominente aanwezigheid van `commissioning editors', televisieredacteuren en -programmeurs, die immers ook het grootste deel van de mondiale documentaireproductie financieren, draagt bij aan het zapkarakter van IDFA. Juist door de `democratische', soms demagogische smaakkenmerken van het medium televisie, en beschikbaarheid en bedieningsgemak van moderne kleine videocamera's, heeft een documentairefestival bij uitstek de plicht het kaf van het koren te scheiden.

Al vele jaren weerklinkt onder filmmakers en andere professionele filmkijkers de kritiek dat IDFA die taak slechts mondjesmaat vervult. Het festival zou in zijn selectie te veel oog hebben voor de aantrekkelijkheid van de onderwerpen van documentaires, en te weinig voor de vormgeving en de filmische originaliteit. Langzaam begint het fluisterende gemor van liefhebbers, die niet graag een zo succesvol en dus voor de documentaire filmproductie als geheel nuttig festival in de wielen zouden rijden, luider te worden. Voor het eerst klontert de oppositie tegen het selectiebeleid van Derks samen rond een schaduwfestival in De Melkweg, een kleinschalig evenement van filmdocent Stefan Majakowski, die met zijn selectie van twaalf, deels oudere documentaires waar hij `honderd procent achter staat' nog maar moet aantonen een alternatief te kunnen vormen. Volgens Majakowski hebben zijn films gemeen dat ze een reflectie bieden op de documentaire vorm. Maar dat doen ook films in IDFA als Gert de Graaffs De zee die denkt of Agnès Varda's Les glaneurs et la glaneuse.

Veel discussie valt te verwachten over de keuze van de film, waarmee IDFA 2000 vanavond opent. Is Ajax: Daar hoorden zij engelen zingen van televisieveteraan Roel van Dalen een poging om het succes van de vorige openingsfilm en competitiewinaar André Hazes: zij gelooft in mij te herhalen? Bevat de film een betoog over de teloorgang van een topvoetbalclub of wordt er uitsluitend achter gesloten deuren gegluurd?

Zelfs in zijn dertiende jaar zou IDFA niet bang moeten zijn om die discussie aan te gaan en zelfs te stimuleren. Dan kan IDFA 2000 een spannende, niet alleen op beeldconsumptie gerichte editie worden, waar kijkers en makers, televisie en film, video en celluloid elkaar wederzijds respecteren, en het festival duidelijk kan maken waar het voor staat.

IDFA 2000. International Documentary Film Festival Amsterdam, 22 t/m 30 november. In: City, De Balie en Filmmuseum, Amsterdam. Informatie: 020-6261939 en www.idfa.nl.