Fiscus minder streng voor coffeeshops

Het wordt moeilijker voor de fiscus om coffeeshops belasting te laten betalen. Van coffeeshops kan redelijkerwijs niet verwacht worden dat zij er een deugdelijke administratie op na houden.

Dit blijkt uit een uitspraak op 24 oktober jongstleden van het gerechtshof in Amsterdam. Volgens het hof mag ,,van de exploitant van een coffeeshop in redelijkheid niet worden verwacht dat hij ter zake van de inkoop van softdrugs over facturen beschikt''. De reden is dat de inkoop van softdrugs nog altijd illegaal is en dat leveranciers geen facturen verstrekken.

De Belastingdienst wil niet reageren op de uitspraak van het hof, bijna een maand geleden. Volgens een woordvoerder moet de uitspraak nog bestudeerd worden. Of er door de uitspraak rechtsongelijkheid ontstaat – coffeeshophouders met een deugdelijke administratie betalen de volle mep, terwijl softdrugsverkopers met een belabberde boekhouding de dans ontspringen – zegt de woordvoerder nog niet te kunnen oordelen.

Ter zitting erkende de fiscus wel dat de manier van administreren bij coffeeshops problemen kan opleveren. Een coffeeshophouder maakte bezwaar tegen een door de Belastingdienst opgelegde naheffing. Normaal gesproken mag de fiscus zelf een inschatting van de omzet en winst – en daarmee van de verschuldigde belastingen – maken als de administratie van een onderneming gebrekkig of te laat is. Er is dan sprake van zogeheten omgekeerde bewijslast.

In het geval van de coffeeshop had de Belastingdienst geoordeeld dat de opgegeven winstmarge op softdrugs niet kon kloppen, omdat het niet overeen zou komen met de normale winstmarge in de branche. De coffeeshophouder had aangevoerd dat er grote verschillen bestaan in de winstmarges van coffeeshops en dat er in de omgeving veel coffeeshops zijn.

Het hof erkende dat de adminstratie van een coffeeshop onbetrouwbaar kan worden geacht als er ,,significante afwijkingen'' zijn van de gangbare winstmarges in de branche. Maar in dit geval was dat ,,niet aannemelijk'' gemaakt door de Belastingdienst, aldus het hof. De omgekeerde bewijslast en de daaruit volgende naheffing waren volgens het hof dan ook niet toelaatbaar. Van belang hierbij is dat ,,naar het oordeel van het hof niet kan worden voorbijgegaan aan de omstandigheid dat [...] ter zake van de verkoop van cannabisproducten aan coffeeshops door de desbetreffende leveranciers geen facturen worden verstrekt.''