`Economie heeft thermostaat ontregeld'

Het bedrijfsleven wacht al lang niet meer op klimaatconferenties. Daar is men doordrongen van de noodzaak om iets tegen CO2-emissies te doen. ,,De politieke debatten getuigen van weinig realiteitszin.''

Over het resultaat van de klimaatconferentie in Den Haag maakt Daan Dijk zich geen grote zorgen. Het doet er niet veel toe. Dat is een opvallende uitspraak voor de man die als manager Duurzame Energie Projecten van de Rabobank nauw betrokken is bij klimaatprojecten die de bank mede financiert. Zo neemt de Rabobank deel aan het zogeheten Prototype Carbon Fund van de Wereldbank, waarin met behulp van concrete projecten wordt gekeken hoe bedrijven een rol kunnen spelen bij het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen.

,,Grote bedrijven beseffen al lang dat reductie van CO2 onontkoombaar is en een vast onderdeel moet worden van de elke bedrijfsvoering'', zegt Dijk in het spiegelende hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. Wie nu niet heel gauw gaat meedoen, behoort straks tot de verliezers, verwacht Dijk.

Carlton Bartels is dat met Dijk eens. Hij is directeur van CO2e.com, een Amerikaans internetbedrijf dat adviseert over emissiehandel en dat via een soort internetmarktplein ook zelf handel in broeikasgassen entameert. Er wordt volgens Bartels via de website nu al zo'n 100 miljoen ton CO2 aangeboden.

,,De emissiemarkt zal zich hoe dan ook ontwikkelen'', denkt Bartels, die in Den Haag bij de conferentie probeert klanten te werven. ,,Bedrijven gaan niet zitten wachten op een akkoord. Wat ze van de conferentie in Den Haag verwachten, is de bevestiging dat het om een serieuze zaak gaat. De onderhandelingen mogen niet doodbloeden. Maar de details van een akkoord doen op dit moment niet ter zake. Ik vind de politieke debatten veel te abstract. Ze getuigen van weinig gevoel voor realiteit.'' Dat kan ook nauwelijks, meent Bartels, want kennis over emissierechten moet nog in de praktijk worden vergaard.

In het bedrijfsleven overheerst de mening dat de klimaatconferentie zich verliest in achterhoedegevechten. De besluitvorming wordt er vertraagd door clubjes die het klimaat beschouwen als een kostenpost, door wetenschappers die betaald worden om uit te leggen dat de invloed van de mens op het klimaat niet onomstotelijk vaststaat, en door bedrijven die volgens Dijk kennelijk liever deel uitmaken van het probleem dan van de oplossing. De politiek loopt hopeloos achter de feiten aan.

Dijk heeft daar overigens wel begrip voor, want het broeikaseffect heeft een ongekende omvang en de risico's zijn immens. ,,Dit is het eerste mondiale probleem dat niet meer kan worden afgewenteld'', zegt Dijk. ,,Het huidige economische systeem heeft de thermostaat van de aarde ernstig ontregeld. Het probleem raakt alle facetten van het dagelijks leven en van de economie. Het gaat al lang niet meer om een katalysator in de auto of om een zuinige verwarmingsketel. In Den Haag wordt onderhandeld over het herverdelen van milieugebruiksruimte. En dat is een schaars goed.''

Volgens Dijk is het broeikasprobleem technologisch oplosbaar, of op zijn minst beheersbaar te maken. Maar dat kost veel geld, ten minste 1 procent van het bruto nationaal product van de rijke landen. Dat geld zal deels in eigen land besteed moeten worden en deels als een geldstroom van noord naar zuid gaan. Over die verdelingskwestie moeten politici het eens zien te worden. De rest kunnen ze het beste overlaten aan het bedrijfsleven.

Dijk voorspelt dat er over een jaar of tien tussen de 100 en 150 miljard dollar per jaar zal omgaan in de CO2-handel. En dat is dan alleen nog maar de zogeheten floating business, de handel. ,,Dat is niet meer dan een fractie van de werkelijke kosten.''

Ook voor Bartels is de emissiehandel slechts als het topje van de ijsberg. ,,Tachtig procent van de kosten om de uitstoot van CO2 te verminderen zal intern gebeuren, binnen een bedrijf, onzichtbaar voor de buitenwereld'', voorspelt hij. ,,Bedrijven moeten nu al bij het maken van prognoses voor de langere termijn rekening houden met de kosten van de CO2-uitstoot. Daarbij kan emissiehandel een essentiële rol spelen, als een instrument om de marktwaarde van een ton CO2 beter te kunnen inschatten.''

Bartels gruwt van de verplichting die Europa de industrielanden probeert op te leggen om een groot deel van de reductie in eigen land te bereiken. ,,Daarover hoef je geen afspraken te maken, dat gebeurt vanzelf. Als de VS eenmaal doordrongen zijn van de noodzaak van de reductie en er economisch ook nog iets te halen valt, dan zul je eens zien hoeveel ze in eigen land realiseren.''

Dijk is daar iets minder zeker van. ,,Een Amerikaanse kennis van mij at altijd van wegwerpborden. Toen ik vroeg waarom hij dat deed, zei hij: `Omdat ik het kan betalen'. Wat gebeurt er als de economische groei doorgaat en de Amerikanen straks twee keer zo rijk zijn als nu? Willen ze dan een tweede zwembad, of op huwelijksreis naar de maan? Voor veel Amerikanen geldt nog steeds the sky is the limit. De mentaliteit moet veranderen. In de VS gebruiken ze twee keer zoveel energie per eenheid van het bruto nationaal product als in Europa.''

Het moet leuk worden om CO2-uitstoot te verminderen, vindt Dijk. Hij geeft een praktisch voorbeeld. ,,Autoverkeer is verantwoordelijk voor heel veel CO2, je kunt dat verkeer proberen in te dammen met tolpoortjes, belasting en dure benzine. Dat is de negatieve impuls. Je zou ook alle Nederlanders het recht kunnen geven om pakweg 10.000 km per jaar te rijden. Wie meer wil, moet elders kilometers kopen, en wie kilometers over heeft kan ze verkopen. Dan wordt zuinig zijn een sport, waar ook nog wat aan te verdienen valt.''

Vertaald naar de klimaatconferentie betekent dit: formuleer de spelregels om de markt zijn werk te laten doen. Heldere normen, met krachtige sancties voor overtredingen, goede controle (liefst door private ondernemingen als KPMG of Kema) en voldoende prikkels om emissiereductie aantrekkelijk te maken.

,,De markt is een ongericht projectiel'', zegt Dijk. ,,Een klimaatakkoord hoeft alleen maar de richting aan te geven.'' Meer vragen Bartels en Dijk niet van de politici. Het afspraken van Kyoto mogen dan een soort grondwet zijn voor het klimaat, het bedrijfsleven is al lang bezig met de jurisprudentie.