ECB maskeert interventie

De weekstaat lichtte deze week een tipje van de sluier op met betrekking tot de omvang van de valutainterventie die de Europese Centrale Bank pleegde op donderdag 9 november. De nettopositie van het eurosysteem in vreemde valuta (vorderingen minus verplichtingen in vreemde valuta) daalde in de verslagweek met 1,2 miljard euro naar 271 miljard euro.

In welke mate de interventie voor deze mutatie verantwoordelijk is geweest blijft echter met mist omgeven. Naast de interventieverkopen beïnvloedden namelijk ook normale cliënten- en beleggingstransacties en een swap-transactie met de Bank of Japan de deviezenreserves van de Europese Centrale Bank.

Het is beleid van de Europese Centrale Bank om in het midden te laten in welke mate zij precies in de valutamarkten intervenieert. De onduidelijkheid wordt versterkt doordat de centrale bank over het algemeen het effect van de interventie op de geldmarktruimte steriliseert door een tegengestelde verkoop van euro's in ruil voor schuldpapier. Zou zij dit niet doen, dan zou de interventie zich direct in een verslechtering van de reserverekening uiten, waarmee de omvang van de interventie voor de markten zichtbaar wordt.

Naast de afname van de deviezenreserves hadden belastingafdrachten in het eurogebied een verkrappend effect op de geldmarkt. Dit uitte zich in de post schatkistsaldi die met 2,1 miljard euro toenam naar 52,2 miljard euro. De verkrappende mutaties werden gedeeltelijk gecompenseerd door de afname van het aantal bankbiljetten in omloop met 2,2 miljard euro.

De basisherfinancieringstransactie die in de verslagweek werd uitgegeven had geen consequenties voor de geldmarktruimte. Deze 90 miljard euro grote transactie verving namelijk een transactie van dezelfde omvang.

Op de jongste transactie schreven 565 partijen in voor een bedrag van 130,3 miljard euro. Het marginale en gemiddelde tarief waartegen banken hun geld kregen bedroeg respectievelijk 4,78 en 4,80 procent. Daarmee ligt het marginale tarief weer dichter in de buurt van de officieel vastgestelde minimale inschrijvingsrente van 4,75 procent.

De bovengenoemde mutaties leidden per saldo tot een verkrapping van de geldmarktruimte. Dit is terug te vinden in de post reserverekening die met 3,3 miljard euro afnam tot 111,4 miljard euro.

Bron: ING Economisch Bureau