Commissie positief over euro-economie

De Europese Commissie blijft zeer positief over de economie van de eurozone en de Europese Unie als geheel. Zij is zelfs nog een fractie optimistischer dan gisteren de OESO. De economisch groei blijft volgend jaar hoger dan drie procent en vertaalt zich ook in sterke banengroei. Dat blijkt uit de vanmiddag door Europees Commissaris Pedro Solbes (Economische en Monetaire Zaken) gepresenteerde halfjaarlijkse vooruitzichten.

De economische groei bereikt het hoogste niveau sinds 1989. De lichte vertraging van de groei in de eurozone van 3,5 procent in 2000 tot 3,2 procent in 2001 komt vooral door hogere olieprijzen.

Zowel de consumptie (plus 2,8 procent), investeringen (plus 5,3 procent) als export (plus 10,3 procent) draagt dit jaar bij aan de groei. Bij de exportgroei speelt de relatief lage eurokoers een rol. Belastingverlaging en banengroei leidden tot een hogere consumptie. De Commissie wijst op de lage en stabiele lange rente (iets meer dan 5 procent) als een belangrijke factor in de versterking van de binnenlandse vraag. De stabiele lange rente illustreert ook dat de huidige eurokoers niet de `fundamentals' van de economie weerspiegelt.

In 2000 komen er in de Europese Unie 2,6 miljoen banen bij. Deze versnelde groei met 1,6 procent is de hoogste in tien jaar. En voor het eerst ook sinds zeer lange tijd is de banengroei groter dan in de Verenigde Staten. De Europese banengroei zal na 2000 een fractie afvlakken door een lichte vertraging in de economische activiteit en ook door het tekort aan geschoolde arbeidskrachten in sommige landen. De werkloosheid in de EU daalt van 8,4 procent dit jaar naar 7,3 procent in 2002, wat overeenkomt met 13,3 miljoen werklozen.

De Europese Commissie ziet de nominale lonen iets sneller stijgen tot 3,2 procent volgend jaar, wat mede een gevolg is van krapte op de arbeidsmarkt. Zij wijst hierbij onder meer op Nederland. De Europese Commissie acht het wenselijk dat loonstijgingen afgestemd blijven op het doel van prijsstabiliteit. Zij gaat er voorts vanuit dat de arbeidskosten per eenheid product ,,getemperd'' worden door de groei van de arbeidsproductiviteit. De Europese Commissie ziet enkele `nieuwe-economie-effecten'.

De olieprijsstijging door de Commissie gezien als belangrijkste risicofactor - is de voornaamste reden dat de inflatie in de eurozone iets boven het 2-procentsplafond van de Europese Centrale Bank blijft: 2,3 in 2000 en 2,2 procent in 2001. Maar volgens de Commissie blijft de `kerninflatie' (zonder olie en voeding) beperkter en nemen de verschillen tussen de landen af.

De Europese Commissie stelt vast dat de publieke financiën in de eurozone er dit jaar beter voorstaan, maar constateert ook dat de structurele inspanningen ,,verflauwen'' doordat voordelen van de economische groei deels wegvloeien in belastingverlagingen. Hierdoor slaat het gemiddelde begrotingsoverschot van 0,3 procent – vooral dankzij opbrengsten uit UMTS-veilingen – om in een tekort van 0,5 procent in 2001.