Benoeming Richelle in Brussel nog niet rond

Het kabinet heeft geprobeerd Koos Richelle benoemd te krijgen tot directeur- generaal Ontwik- kelingssamenwerking bij de Europese Commisie.

Dankzij persoonlijke bemoeienis van premier Kok werd topambtenaar Koos Richelle in oktober de Nederlandse kandidaat voor de post van directeur-generaal Ontwikkelingssamenwerking bij de Europese Commissie. Maar meer dan een maand later is zijn benoeming nog altijd onzeker. Daarmee duurt ook de onduidelijkheid voort over de manier waarop Nederland bij de hoogste ambtelijke posten van de Commissie wordt gecompenseerd voor het gedwongen vertrek in mei van dit jaar van de Nederlander Trojan als secretaris-generaal.

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) kondigde afgelopen juli al aan dat hij over de door de Nederlandse regering van Commissievoorzitter Prodi verlangde compensatie voor Trojan ,,zeer tevreden'' was. Sindsdien is er geen sprake geweest van benoemingen van Nederlanders op topposities bij de Europese Commissie.

Richelle is door de Deense Eurocommissaris Poul Nielson (Ontwikkelingssamenwerking) gevraagd om zich kandidaat te stellen voor de funstie van directeur-generaal. Hij is voormalig directeurgeneraal internationale samenwerking en werkt momenteel bij het ministerie van Sociale Zaken. Richelle antwoordde Nielson dat hij toestemming voor zijn kandidatuur moest vragen aan minister Van Aartsen. Deze zei hem dat hij hem ongeschikt vindt voor de Brusselse post. Daarop bleef Nielson aandringen op de voordracht van Richelle, die hij als voormalig Deens minister van Ontwikkelingssamenwerking persoonlijk kende.

Premier Kok stemde vervolgens tijdens een gesprek met Commissievoorzitter Romano Prodi in de wandelgangen van de top van Europese regeringsleiders in het Franse Biarritz toch in met de kandidatuur van Richelle. Maar daarmee was Nederland nog altijd ver verwijderd van compensatie van de vertrokken Trojan. Bovendien hebben twee Nederlanders hun post van plaatsvervangend directeur-generaal bij de Europese Commissie afgestaan, waarop evenmin compensatie is gevolgd.

Richelle kwam op een lijst van 45 kandidaten terecht die belangstelling hadden voor de functie van directeur-generaal Ontwikkelingssamenwerking. Die kandidaten worden volgens de principes van de vorig jaar aangetreden Europese Commissie onder leiding van Romano Prodi beoordeeld op hun capaciteiten en niet op hun nationaliteit. Eurocommissaris Nielson realiseert zich dat in werkelijkheid als gevolg van druk van lidstaten de nationaliteit van een kandidaat ook een belangrijke rol kan spelen. Hij zegt dat hij met belangstelling toeziet in welke mate de oorspronkelijke principes van de Commissie overeind blijven bij de benoeming van de onder hem ressorterende directeur-generaal. Meer dan een mysterieuze glimlach wil hij er verder niet over kwijt.

De Nederlandse kandidaat Richelle is inmiddels doorgedrongen tot de selectie van tien kandidaten die voor een sollicitatiegesprek in Brussel mogen verschijnen. Ieder van de kandidaten krijgt 45 minuten de tijd om zich te presenteren bij de commissie voor benoemingen van de Europese Commissie. Daarna maakt deze commissie een selectie van enkele kandidaten die naar Eurocommissaris Nielson gaat. Deze draagt vervolgens de kandidaat van zijn keuze uit deze selectie voor benoeming voor bij de Europese Commissie.

De sollicitatiegesprekken nog moeten beginnen. Of de Nederlander Richelle de eindkandidaat zal zijn, staat ook nog verre van vast. Het is nog altijd mogelijk dat hij, ondanks de steun van de regering, alsnog in overeenstemming met minister Van Aartsens oorspronkelijke oordeel ongeschikt wordt bevonden.