Artsen niet vervolgd na euthanasie

De Tweede Kamer stemt in met het wetsvoorstel dat artsen die euthanasie plegen of hulp bij zelfdoding verlenen onder een aantal voorwaarden uitsluit van strafvervolging.

De christelijke partijen en de SP hebben er onoverkomelijke bezwaren tegen. Maar een meerderheid (alle partijen uitgezonderd PvdA, D66 en GroenLinks) vindt eigenlijk dat de wet bij voorkeur moet gelden voor euthanasie en hulp bij zelfdoding bij zieke mensen, niet bij fysiek gezonde mensen die niet meer willen leven.

Vrijwel alle fracties hebben gisteren tijdens de eerste termijn van de plenaire behandeling van het wetsvoorstel kritiek geuit op de Haarlemse rechtbank. Deze ontsloeg onlangs een huisarts van vervolging die oud-senator Brongersma had geholpen bij diens zelfdoding. Deze zei ,,klaar te zijn met het leven'' en te willen sterven. Volgens de huisarts, en met hem de rechtbank, was hier sprake van ,,ondraaglijk en uitzichtloos lijden''.

Oppositiepartij CDA noemt die uitspraak in strijd met de bedoeling van het wetsvoorstel dat `ondraaglijk en uitzichtloos medisch lijden' als voorwaarde aan de medewerking van de arts stelt. Het CDA meent dat als de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand blijft, er een heel ander debat moet worden gevoerd.

De fractie vindt dat als er geen sprake is van een medische noodsituatie het OM altijd het gedrag van de arts moet toetsen. In het wetsvoorstel zijn het vijf regionale, onafhankelijke commissies die de arts toetsen: vinden deze dat de arts volgens de in de wet vermelde regels heeft gehandeld, dan blijft strafvervolging achterwege.

Volgens de VVD blijkt uit de redenering van de rechtbank dat deze het ,,oordeel over zowel de ondraaglijkheid als de uitzichtloosheid in handen van de patiënt plaatst''. VVD-Kamerlid Vos meent dat de rechter daarmee ,,misschien een steen heeft losgetrokken van het juridische bouwwerk in het wetsvoorstel''.

PvdA en D66 deelden die bezwaren niet. Volgens de PvdA heeft de rechter ook aangegeven dat in het geval-Brongersma een zorgvuldiger dan voorgeschreven handelen door de arts noodzakelijk is, iets wat kennelijk is gebeurd. D66 vindt dat ,,mensen die lijden aan het leven, die elke dag hopen dood te gaan'' ook in aanmerking mogen komen voor euthanasie of hulp bij zelfdoding. Volgens D66-Kamerlid Dittrich is de uitspraak van de rechtbank dan ook logisch.

Verscheidene fracties zetten ook vraagtekens bij een van de andere bedoelingen met de wet: het vergroten van de bereidheid bij artsen om zich te houden aan de wettelijke verplichting euthanasie en hulp bij zelfdoding bij de lijkschouwer te melden. Volgens hen is het allerminst zeker dat er na aanvaarding van de wet meer wordt gemeld. Zij vrezen dat, als over een paar jaar wordt geconstateerd dat de wet in die zin is mislukt, de regels verder zullen worden versoepeld.