Wraaklust en angst vechten om voorrang

Israël voerde gisteren raketaanvallen uit op de veiligheidsstructuur van Yasser Arafats zelfbestuur in de Gazastrook als vergelding voor de aanslag op een Israëlische schoolbus.

,,Vliegtuigen!'' klinkt het plotseling van alle kanten en direct slaat de sfeer in Kamp 17, de kazerne van de persoonlijke lijfwachten van de Palestijnse leider Yasser Arafat, volkomen om. Zonet nog staken militairen tegenover Westerse en lokale journalisten betogen af vol verontwaardiging en strijdvaardigheid, en leidden ze Palestijnse vips opgewonden rond langs de verwoestingen die Israëlische raketten gisteravond in hun trainingskamp aanrichtten. Maar een enkele langsscherende Israëlische straaljager doet dit laagje bravoure meteen verdampen.

In vrijwel totale paniek rennen de soldaten en de recruten het kamp uit, op hun hielen gevolgd door de Palestijnse vips en de journalisten. ,,Ze komen terug!'', roept iemand, ,,ze gaan de doelen raken die ze gisteren hebben gemist.'' Buiten het ontruimde kamp kijkt iedereen gespannen naar de hemel, maar een nieuwe aanval blijft uit. Als het tien minuten stil is, begint de menigte te joelen en leuzen te scanderen: ,,O joden, we zullen de grond onder jullie voeten verbranden.''

Ook op andere plekken in Gazastad die gisteren werden getroffen tijdens het twee uur durende bombardement – de zwaarste aanval die Israël ooit uitvoerde in de Palestijnse gebieden – vechten wraaklust en angst om voorrang. ,,We moeten vechten!'', roepen een paar jonge mannen in de camera van een Franse televisieploeg. ,,De dood of de overwinning!'' Ze staan tegenover het zwaar geraakte hoofdkwartier van de Preventive Security, de veiligheidsdienst die door Israël verantwoordelijk wordt gehouden voor een serie aanvallen op joodse kolonisten en Israëlische soldaten in de afgelopen weken. Een interviewer van een pan-Arabisch satellietstation legt de boosheid vast van een andere jonge man: ,,Waar zijn de Arabische landen? Waar zijn de Verenigde Naties? Waarom beschermt niemand ons?''

Fruitboer Ahmed had zijn kinderen al in de middag van school gehaald. ,,We waren bang dat de Israëliërs scholen zouden bombarderen. Immers, de aanval eerder op de dag was ook op een Israëlische schoolbus geweest'', vertelt hij. Verderop zegt stratenmaker Abdallah dat hij zijn kinderen niet stil kreeg gisteravond. ,,Ik bleef maar zeggen: die bommen vallen ver weg, maar ze hebben twee uur hysterisch gehuild. Ze zijn zulke explosies niet gewend.'' De bewoner van de villa tegenover het hoofdkwartier had hetzelfde probleem. Hij moest zijn kinderen in allerijl evacueren, ze onderwijl beschermend tegen het overal rondvliegende glas. ,,De mijne hebben de hele nacht niet geslapen'', vertelt hij.

,,En ik kon zelfs geen televisie kijken om te weten of het bombardement voorbij was. Schuilkelders hebben de Palestijnen niet laat staan een luchtafweergeschut of zelfs maar luchtalarm.''

Stratenmaker Abdallah excuseert zich, hij moet met zijn collega's weer verder op inspectie. Zij rijden de hele Gazastrook door, om te zien of de wegen zijn beschadigd bij de bombardementen, of bij de ongelukken die in paniek naar huis racende automobilisten hebben gemaakt. Bij de kustweg nabij Kamp 17 reden twee personenauto's frontaal op elkaar in, omdat de bestuurders enkel naar de hemel keken om te zien of er raketten hun kant uitkwamen.

Terug in Kamp 17 hervatten militairen, in de schaduw van een ongeschonden standbeeld van Arafat – pistool in het holster – hun werk. Ze vegen brokstukken bijeen, verzamelen onderdelen van Israëlische raketten en leggen weer verklaringen af tegenover de media. De slaapvertrekken, badkamers en leslokalen, neergezet met geld van de Europese Unie, zijn zwaar beschadigd. Op een schoolbord zijn nog de woorden `doel' en `middel' te lezen, met een pijl ertussen.

Niemand is gewond in het kamp want de Palestijnen zagen de bui hangen en hadden het kamp voortijdig ontruimd. Maar waar moeten de lijfwachten van Arafat in opleiding nu trainen en slapen? Een recruut met een ouderwets geweer en ongepoetste schoenen haalt zijn schouders op en wijst naar begroeide omheiningen: ,,Net als vannacht, tussen de bomen.''

Maar de jongeman is nog niet uitgesproken of een strengkijkende superieur komt tussenbeide en legt hem het zwijgen op: ,,Over onze verblijf- en slaapplaats kunnen wij geen uitspraak doen, dat begrijpt u. Staatsveiligheid. Dit is een leger en wij zijn in oorlog.''

DOSSIER MIDDEN-OOSTEN: www.nrc.nl