Vervolging Bouterse `achtervang' Suriname

Justitie vervolgt Desi Bouterse alsnog vanwege de 'Decembermoorden'. Suriname houdt hierbij nog het voortouw.

Het heeft op het eerste gezicht iets wrangs. Net nu Suriname, na een stilzwijgende worsteling van bijna achttien jaar, concrete stappen neemt tegen de meest traumatische gebeurtenis uit haar recente historie, komt het nieuws dat ook de Nederlandse justitie een gerechtelijk vooronderzoek zal openen naar de 'Decembermoorden'. Uitgerekend het land dat in 1982 het ingrijpende besluit nam de ontwikkelingshulp stop te zetten, maar juridisch nooit iets ondernam tegen de Decembermoorden, waarbij ook één Nederlander het leven liet. Uitgerekend het land dat in december 1990 Desi Bouterse ongemoeid liet toen hij via Schiphol naar Zwitserland en Ghana reisde en, ondanks oproepen van nabestaanden, niet werd gearresteerd.

Met het bevel van het hof aan het openbaar ministerie om toch tot vervolging over te gaan, is het voormalige moederland dus overstag. Maar dat komt op een miraculeus moment. In Suriname zelf is er inmiddels een gerechtelijk vooronderzoek gestart. Er is een lijst met 37 verdachten opgesteld en er zijn, naar verluidt, nieuwe documenten, bandopnames en getuigenissen boven water gekomen. Kortom: de zaak komt in Paramaribo op stoom. Wat kan Nederlandse juridische actie daar op dit moment aan toevoegen?

Het Amsterdamse gerechtshof is niet weggelopen voor die vraag en stelt het punt van de `opportuniteit van berechting' expliciet aan de orde in haar beschikking. Het hof erkent dat vervolging ,,in beginsel een verplichting is'' voor Suriname.

Een vervolging in Nederland kan bovendien worden gestaakt als het Surinaams strafproces daar aanleiding toe geeft. Maar tegelijkertijd laat het rechtscollege een vleugje argwaan doorschemeren: als vervolging daar onverhoopt niet lukt, kunnen we altijd nog verder in Nederland.

De beslissing van het hof moet in de praktijk dan ook vooral als een soort `achtervang' worden gezien voor de lopende gebeurtenissen in Paramaribo. Niemand zal ontkennen dat het verantwoordings- en verwerkingsproces van de Decembermoorden het best op z'n plek is in Suriname zelf.

Maar succes is niet gegarandeerd. Bouterse heeft alle oproepen in het juridische traject om te getuigen tot nu toe genegeerd. De voormalige bevelhebber, van wie bekend is dat hij zich omringt met een groep fanatieke en gewapende aanhangers, zal zich niet zomaar gewonnen geven. Een eventuele arrestatie en detentie zal risicovol zijn.

Daarnaast zal het vervolgingsproces extra spanningen geven omdat het om meer mensen gaat dan Bouterse alleen. Niet voor niets voorspelde de huidige parlementariër enkele weken geleden al dat een rechtsgang over de Decembermoorden ,,een nieuwe nachtmerrie voor Suriname'' zou inluiden.

De regering-Venetiaan staat voor de moeilijke taak dit proces in goede banen leiden. Minister Gilds (Justitie) heeft al gezegd dat internationale juridische en technische bijstand daarbij gewenst is. Dat is dan ook een van de punten waar de kersverse adviseur van de Surinaamse regering, strafpleiter G. Spong, zich mee bezig zal gaan houden.

Bronnen binnen de Surinaamse regering bevestigen dat Paramaribo op dit moment vooral behoefte heeft aan Nederlandse steun bij het onderzoek of zelfs bij het oppakken van Bouterse, en minder aan een afzonderlijk juridisch traject overzee.

Bovendien is het de vraag wat justitie hier eigenlijk concreet kan doen. Een dossier over de Decembermoorden is nauwelijks aanwezig, veel getuigen zitten in Suriname en wederzijdse rechtshulp is, met twee lopende gerechtelijke vooronderzoeken, niet aan de orde. Binnenkort zullen er een officier van justitie en een rechter-commissaris worden benoemd, maar voorlopig lijken die weinig anders te kunnen doen dan de kat uit de boom kijken.

Maar mocht het mis lopen, dan is vervolging in Nederland dus aan de orde. In de uitgebreid gemotiveerde beschikking signaleert het hof trouwens nog een addertje onder het gras. Weliswaar gaat het rechtscollege ervan uit dat vervolging van Bouterse op grond van misdaden tegen de menselijkheid uit volkenrechtelijk oogpunt opportuun is, maar juridisch is deze zienswijze niet waterdicht. Een vervolging vindt namelijk plaats op grond van het folterverdrag uit 1984, terwijl de Decembermoorden in 1982 gepleegd zijn.

,,Niet is uit te sluiten dat de strafrechter voor een meer beperkte uitleg zal kiezen'', aldus de beschikking. Maar het hof, dat zich uitgebreid liet adviseren door hoogleraar volkenrecht prof. C. Dugard, gaat mee in ,,de meer uitgebreide uitleg'' en vindt dus wel dat Bouterse in Nederland kan worden berecht.

Zo speelt Nederland, op de drempel van de viering van 25 jaar onafhankelijkheid, toch nog een belangrijke rol in de verwerking van het drama van de Decembermoorden. Met een, volgens nabestaanden ,,hoopgevende stok achter de deur'' Bovendien zijn, in de personen van Spong en Bouterses raadsman A. Moszkowicz, twee van 's lands bekendste strafpleiters betrokken. Maar het juridische tempo wordt, zoals Spong het verwoordt, voorlopig bepaald door Suriname.