Terug naar de wortels

De Brit Photek stond bekend als een drum 'n' bass-purist. Maar op zijn nieuwe cd laat Solaris tragere ritmes horen.

In de hoogtijdagen van de drum 'n' bass stond Photek (Rupert Parkes) bekend als de man die de nauwkeurigst geprogrammeerde en ritmisch meest complexe muziek in deze stijl maakte. Nu het genre stagneert en Parkes 28 geworden is, grijpt hij op zijn nieuwe cd Solaris terug op de geschiedenis van de dansmuziek en naar eenvoudigere en tragere ritmes.

,,Mijn favoriete nummer van de plaat is `Glamourama', zegt Rupert Parkes, een rossige Brit die goedlachser is dan zijn donkere, oudere werk doet vermoeden. ,,Met zo'n decadent, sleazy late-jaren-tachtig-housegevoel.'' Nummers als deze zijn representatief voor Solaris. Op het onversneden drum 'n' bass-nummer `Infinity' na heeft hij afscheid genomen van de stijl die hem beroemd maakte.

Als hij al breakbeats gebruikt vallen die een stuk trager uit, alsof hij teruggrijpt op de rave-muziek die begin jaren negentig tot drum 'n' bass muteerde. Maar het afwijkendst, en het overtuigendst bovendien, zijn de stukken waarin hij ineens met een moddervette housebeat komt. Een onverwachte koerswijziging voor een man die te boek stond als een puristische beoefenaar van het zwaar op versnelde en verknipte breakbeats leunende drum 'n' bass-genre.

,,Toen ik rond '92 platen ging maken, beleefde ik het meeste plezier aan de hardcore- of rave-muziek van die dagen, wat later drum 'n' bass werd. Juist omdat ik er allerlei muzikale invloeden op los kon laten. Daar ging die muziek in die eerste jaren ook over. Iedereen jatte alles wat los of vast zat. Pas de laatste vier, vijf jaar is die muziek zover ontwikkeld dat je niet meer van andere stijlen hoeft te samplen.''

Dat hoort bij de volwassenwording van deze stijl, maar tegelijkertijd leidde dit het verval in, zegt Parkes. ,,Drum 'n' bass is te eendimensionaal tegenwoordig. Nu de beoefenaren niet meer zozeer naar andere muziek kijken, krijgt het iets inteeltachtigs. Daar heb ik zelf ook een rol in gespeeld, en het was erg opwindend om deel uit te maken van dat proces. Maar het is zo ver gegaan, dat die muziek niet langer interessant is.''

,,Ik weet zeker dat elke drum 'n' bass-producer van mijn leeftijd de geheime ambitie heeft om een album te maken met allerlei soorten muziek. Onder een andere naam desnoods. Maar ik besloot eerlijk te zijn en gewoon de muziek te maken die ik wilde maken, onder mijn eigen naam, nou ja, mijn artiestennaam.''

Het moet een belangrijk signaal zijn dat een van de meest vooraanstaande beoefenaren van drum 'n' bass nu ineens een heel andere kant uit gaat. ,,Toch geloof ik niet dat die muziek dood is'', zegt Parkes.

Hoewel het maken van Solaris Parkes veel lichter viel dan zijn moeizaam en zeer in precies in elkaar gezette debuut Modus Operandi, was de plaat er niet zomaar. ,,Er gingen nogal wat denkprocessen aan vooraf. Sterker nog: ik heb een compleet album gemaakt en geschrapt, omdat het uitliep op Moderus Operandi deel twee. Dat was niet de bedoeling.''

In technisch opzicht was Solaris veel gemakkelijker te maken dan drum 'n' bass. ,,In mijn vroege drum 'n' baas maakte ik zelf mijn breaks. Een nummer van zeven minuten, met een tempo van 170 BPM (beats per minute), daar gaat een boel werk in zitten! Dan is zo'n house-stuk in vieren een stuk simpeler. Dat is een klassieke vorm geworden. Maar het gaat er natuurlijk om dat je een goede groove krijgt en dat valt niet mee. Die heb je of die heb je niet. Ik ben gek op dat tempo van, zeg, 124 BPM. Dat geeft een heel ander soort energie, niet dat hectische van drum 'n' bass. Eerder sexy.''

Buitengewoon sexy is bovendien, in twee nummers, de stem van de legendarische vocalist Robert Owens, die in fanatieke housekringen wordt aanbeden om zijn zang bij de groep Fingers Inc. In `Mine To Give' combineert Parkes zijn stem met een massieve baslijn die herinneringen oproept aan de vroege technoplaten van Reese uit Detroit en met een ritme dat regelrecht gejat is van het Berlijnse fenomeen Maurizio.

De hele plaat staat vol met zulke al dan niet overduidelijke referenties aan de geschiedenis van de dansmuziek, die in zijn huidige, elektronische vorm onderhand zo'n anderhalf decennium teruggaat. Het genre is er kennelijk aan toe om terug te kijken en zijn wortels opnieuw te ontdekken.

Solaris (Science CDQED6 7243 8 49831 23) is verschenen bij Labels/Virgin