Spronkel

De armband van mijn vrouw was helemaal opgepoetst van een reparatie teruggekeerd. Mijn zoontje van acht zag onmiddellijk dat er iets aan was veranderd. Van een gebruikte, doffe armband was het een glimmend, nieuw sieraad geworden. ,,Ik vind hem nu niet meer zo mooi'', zei hij zonder aarzelen. ,,Hij is zo.'' Hij zocht even naar het goede woord. ,,Hij is zo spronkel.'' Ik stond erbij en keek ernaar.

Spronkel. Dat vond ik nou ook. Dat was helemaal het goede woord, behalve dat het tot nu toe niet bestond en meteen weer zou verdwijnen. Het was ook uit de goede letters opgebouwd – een mooie samenballing van sprankelend, schitterend, blinkend, flonkerend, fonkelend, glanzend, glimmend en glinsterend, maar dan korter. En een beetje negatief. Spronkel. Dat woord zou een langer leven verdienen.