OESO werkt de vuiltjes weg met optimisme

Hoe werkt de OESO de spanningen in de wereldeconomie weg? Simpel: ze verhoogt gewoon de onderliggende aannames voor potentiële economische groei.

Geen vuiltje aan de lucht in de wereldeconomie. Dat is de boodschap die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vandaag de wereld in stuurt. Verdere economische voorspoed in Europa de eerstvolgende twee jaar? Wordt voor gezorgd. Zachte landing van de Amerikaanse economie? Komt er aan. Een herstel in Japan? Binnenkort leverbaar.

Zo stevent de mondiale economie volgens het OESO-scenario af op een fraaie en evenwichtige toekomst, en blijft alles zo'n beetje zoals het is.

Er zijn natuurlijk beren op de weg. Het enorme tekort op de Amerikaanse betalingsbalans dat boven de 4 procent van het bbp blijft, en het risico inhoudt van een plots kelderende dollar. En de nog steeds hoge koersen op de aandelenmarkten en het gevaar van een correctie.

In de Economic Outlook van de OESO zijn de twee beren oud en mak geworden. Over de aandelenkoersen schrijft de OESO nu dat de overwaardering veel bescheidener is wanneer niet de historische reële groei van dividenden van 2,7 procent wordt gehanteerd, maar een getal van 4 procent wordt gebruikt - in lijn met de verwachte en opgehoogde potentiële volumegroei van de Amerikaanse economie over de lange termijn. Op die manier gerekend is de risicopremie op aandelen niet een gevaarlijk lage 0,9 procent, maar een historisch gezonde 2,2 procent.

De hogere verwachte dividendstroom maakt volgens de OESO dat buitenlanders bereid zullen blijven om het Amerikaanse tekort te financieren, hetgeen het betalingsbalansgevaar flink minder maakt.

Waar komt deze ingrijpende draai vandaan? De OESO noemt het nergens, maar wie de cijfers doorploegt komt tot de ontdekking dat de organisatie over vrijwel de gehele linie de potientiële groei van de aangesloten landen heeft opgehoogd. Dat is te merken aan de schatting van de zogenoemde output gaps. Die geven aan hoeveel een economie op dit moment produceert ten opzichte van waar die economie qua capaciteit eigenlijk op berekend is. Een positieve output gap geeft aan dat een economie te hard gaat, en er krapteproblemen en dus ook loon- en prijsdruk kunnen optreden. In mei voorspelde de OESO dat de economie van de VS met 4,9 procent zou groeien in 2000. De VS hadden daarbij een output gap van 3,1 procent - dat is in de gevarenzone. In de Outlook van vanmorgen is de groeiraming voor 2000 nog hoger, namelijk 5,2 procent. Logischerwijs zou de output gap nog verder moeten zijn gestegen, maar dat is niet het geval: het is gedaald naar 2,5 procent.

De enige manier waarop dit mogelijk is, is dat de OESO zijn inschatting van de potentiële groei, de groei die de Amerikaanse economie structureel kan doormaken, flink heeft opgehoogd.

Ook voor Nederland geldt dat. In mei voorspelde de OESO een economische groei in 2000 van 4,3 procent en een output gap van 2,1 procent. Vanmorgen werd de groei hoger geraamd op 4,5 procent, maar is de output gap die daar bij hoort gedaald tot 1,6 procent. Interessant is dat ook voor de raming van het structurele saldo op de begroting - een belangrijke maatstaf om te bepalen of er beleid is gevoerd of botweg geprofiteerd van de economische voorspoed. Voor Nederland werd dat in mei nog werd geraamd op -0,7 procent. Dat was wat genant voor een regering die al zo lang zo'n enorme economische meewind heeft. In de raming van vanmorgen is het structurele tekort, met nog maar 0,1 procent, zomaar verdwenen.

Verwijnende beursangst, probleemloze betalingsbalanstekorten, dalende output gaps en verdwijnende structurele begrotingstekorten. Wat een heimelijke verhoging van de potentiële groei allemaal niet vermag. Optimisme en statistiek sluiten ditmaal bij de OESO een gelukkig huwelijk.

    • Maarten Schinkel