Limburgse Don Pasquale mist lach en traan tegelijk

Erik Vos gaat volgend jaar bij de Opera van Tatarstan Verdi's Falstaff regisseren om het westerse artistieke ambitieniveau te introduceren tussen Karpaten en Oeral. Maar er is ook een tegenbeweging: bij het Limburgse Opera Zuid regisseert de Litouwse Dalia Ibelhauptaite nu Donizetti's Don Pasquale met een oost-west gemixte zangerscast: Nederlanders, Engelsen en de Laplandse Jenny Grahn als Norina. Geen kunstvorm zo internationaal als opera: bij De Nederlandse Opera wordt de rol van Rosina in Il barbiere di Siviglia nu gezongen door Vivica Genaux uit Alaska.

Of aan de Baltische kust de van oorsprong Duitse dramaturgie en het `regieconcept' al zijn ontdekt, wordt niet duidelijk uit deze voorstelling van Dalia Ibelhauptaite. Ze werkt al sinds 1991 in Londen en maakt met Don Pasquale (1843) haar debuut in de komische sector. Donizetti's opera is een karikatuur op de klucht: de oude bok Pasquale lust nog wel groen blaadje, maar komt bedrogen uit als Norina na het schijnhuwelijk een feeks blijkt, die de vermaledijde minnares is van neef Ernesto, die haar dan mag huwen. Zelden in de theatergeschiedenis was de tournure zo kort en compleet als die van Pasquale: ,,Ik wil alles vergeten. Wees gelukkig.''

Ibelhauptaite suggereert `diepgang' door er een tragi-komedie van te willen maken. Pasquale is een rijke industrieel, die zijn werknemers ziet als onderdelen van zijn machinerie – Charlie Chaplin liet het al zien in Modern Times. Uiteindelijk blijken de jonge Norina en Ernesto zijn evenbeelden. Norina's personeel marcheert onder haar autoritaire blik even gedisciplineerd en Ernesto is een even onaantrekkelijke stijve hark als de oude Pasquale.

De slotscène is dan ook een breuk met het liefdescliché: geen enkel teken van liefde tussen Norina en Ernesto, wel een ménage à trois van drie personages die met elkaar niets meer gemeen hebben dan hun overvloedige kapitaal en zich elk afzonderlijk laten verwennen door stoeten van personeel. Dat is misschien een aardig idee, maar de uitwerking schiet juist langs het tragische èn het komische. Althans, anders dan sommige anderen bij de première, kon ik niet om de gebeurtenissen treuren of lachen, behalve dan om dat poedeltje op wieltjes.

Muzikaal en vocaal is de voorstelling wel aardig, zij het niet altijd stijlvast. Het Limburgs Symphonie Orkest lijkt onder leiding van de Japanner Junichi Hirokami eerder Rossini dan Donizetti te spelen. De fameuze trits in de derde acte met het accelerando-duet Aspetta, aspetta, de serenade Com'è gentil en de nocturne Tornami a dir – waarvoor we toch komen – klinkt net te weinig overrompelend, smeltend en meeslepend. Marcel Reijans maakt als de jonge verleidelijke Ernesto zijn belcanto-debuut, maar moet – gestoken in driedelig grijs – in deze enscènering een erg ouwelijke indruk maken en mist in zijn goeddeels éénkleurige zingen nog het vereiste dolce-affect. De goed zingende Jenny Grahn heeft als Norina een animerende présence. En de bijna bejaarde Henk Smit, die hier nog een leuk dansje doet en in 1987 bij De Nederlandse Opera al Don Pasquale, voelt zich thuis in deze rol tussen jeugd en ouderdom.

Voorstelling: Don Pasquale door Opera Zuid, Zuidelijk Theaterkoor en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Junichi Hirokami. Gezien: Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Herh.: 23/11 Tilburg; 28/11 Venlo; 30/11 Eindhoven; 2/12 Den Bosch; 5/12 Utrecht; 7/12 Heerlen; 9/12 Rotterdam.