Kinderen

Een Nederlands gezin vader, moeder, twee kleine kinderen – betrad in het Haagse Museon een zaaltje dat tijdelijk gewijd is aan het thema `kinderen en de holocaust'. Het is een kleine, fascinerende expositie die laat zien met welk speelgoed en spelletjes joodse kinderen de oorlogsjaren doorkwamen.

Het Museon, vroeger een museum voor de schooljeugd, trekt nog steeds veel jong publiek. Men zal gedacht hebben: hoe maken we de holocaust voor de kindertjes aanschouwelijk? Ook de ouders van dat gezin hadden ongetwijfeld zulke goede, stichtende bedoelingen.

Moeder en dochtertje gingen voor een videoscherm zitten dat dodelijk sombere beelden uit Auschwitz-Birkenau vertoonde. Het meisje werd snel ongedurig en keek om zich heen. Intussen boog de vader zich met zijn zoontje over een van de vitrines.

Er stond een foto in van ene Judith Stein, een brillend meisje van een jaar of tien met vlechtjes dat naast een geitje stond. De foto was genomen achter de Friese boerderij waar Edith lang ondergedoken had gezeten. Volgens een begeleidende tekst had Judith er niet met andere kinderen kunnen spelen. Ook was er geen normaal speelgoed beschikbaar geweest. In plaats daarvan had Judith lucifersmerken verzameld. Ze was daarin beslist niet eenkennig gewest, want ook het merk met de Duitse Adelaar had ze gespaard.

Verder was het kaartspel bewaard gebleven dat ze met haar Friese onderduikouders gespeeld had. `Het Frysk Boeren-kwartetspil' heette het.

De vader van het Nederlandse gezin deed pogingen de informatie aan zijn zoontje voor te lezen.

,,Wat gaan we verder doen?'' vroeg het kind.

,,Weet ik nog niet'', zei de vader. Je kon aan de uitdrukking op zijn gezicht zien dat hij getroffen was door dat stapeltje lucifersmerken, dat een joods meisje door de eenzaamste jaren van haar leven had heengeholpen.

,,Gaan we iets lekkers eten?'' vroeg het jongetje.

De vader knikte en staakte zijn educatieve pogingen, alsof hij in een flits besefte dat je kinderen niet te veel moet lastigvallen met zaken die zelfs voor volwassenen nog altijd onvatbaar zijn. Hij maakte met zijn kind een snelle ronde langs de andere vitrines.

Zo kwamen ze ook langs de vitrine met de drie kinderboekjes van Ido van Blijdesteijn. Ido was vier jaar toen hij zonder zijn ouders moest onderduiken bij `tante Jo en haar zusters' in Den Haag. Bij het bombardement op het Bezuidenhout in 1945 raakte Ido gewond: bomscherven (`een heel lucifersdoosje vol') belandden in zijn achterhoofd. Ido lag nog in het ziekenhuis toen hij op 13 maart 1945 zeven jaar werd. `Tante Jo en haar zusters' kwamen hem opzoeken. Ze hadden die kinderboekjes voor hem meegenomen. Ze hadden ze gekocht in ruil voor zilveren voorwerpen uit hun bezit.

Dát leek me nou een mooi verhaal om aan je kinderen te vertellen.

    • Frits Abrahams