Hier heeft gewoond

Piet Paaltjens (François Haverschmidt), dichter-predikant, 1835-1894. Leiden (ZH), Nieuwe Rijn 64, hoek Hooigracht. Aan Hooigrachtzijde steen met de volgende tekst: ,,Piet Paaltjens 1835-1894. Op 't hoekje van de Hooigracht / en van den Nieuwen Rijn / daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang / mijn boezemvriend zou zijn.''

Dit versje schreef Piet Paaltjens, pseudoniem van François Haverschmidt (ook wel HaverSchmidt), over zijn studententijd in Leiden, waar hij zich voorbereidde op het ambt van predikant. Hij vervolgde:

En halverwege tussen

de Vink en de Haagse Schouw,

daar brak hij, zes weken later zowat,

den eed van vriendentrouw

Maar die laatste vier regels ontbreken op de steen, die immers op dat speciale hoekje (Hooigracht/Nieuwe Rijn) betrekking heeft. Wie inzicht wil krijgen in de Leidse topografie kan ook elders bij Paaltjens zijn licht opsteken, want hij heeft heel wat locaties, althans in de oude binnenstad, in zijn verzen verwerkt.

Zijn hele studententijd, van 1852 tot 1858, woonde Haverschmidt boven een doodbidder op de Hogewoerd 63. Ook daar is een gedenksteen aangebracht met zijn pseudoniem en genoemde jaartallen. Omdat hij opvallend snel liep, kreeg hij de bijnaam `haas'. 's Middags plachten François en zijn vrienden te eten bij Vater Müller in de Breestraat, waarna ze al snel in een kroeg belandden. Ook op feesten kwam hij graag. Daar bespeelde hij de Turkse trom of declameerde hij beurtelings vrolijke en droevige balladen.

Een typisch trekje van de romanticus of eerder nog melancholicus die hij was. Enerzijds gebukt onder zwaarmoedigheid en anderzijds geneigd daarmee de spot te drijven. Zijn voornaamste bundel, waarin ook die verbroken eed van vriendentrouw is opgenomen, heet dan ook Snikken en Grimlachjes.

Na zijn theologische studie in Leiden was Haverschmidt dominee in Foudgum en Raard (Friesland), Den Helder en Schiedam, waar hij verreweg het langst op de kansel heeft gestaan: van 1864 tot zijn dood op 19 januari 1894. Het was geen natuurlijke dood. Zijn depressies, gevoegd bij toenemende twijfels omtrent het geloof en nog verergerd door het overlijden van zijn vrouw (1891), liepen ten slotte uit op zelfmoord.

* Piet Calis, `Onze literatuur tot 1916', 1984.

    • F.G. de Ruiter