Frau Antje, der Rudi en de coffeeshops

Nederlanders houden niet van Duitsers, zo wil het cliché. Maar ook in Duitsland denkt men in clichés. Een tentoonstelling in Bonn moet die wegnemen.

Strand en windmolens, Frau Antje en Rudi Carell, coffeeshops en tulpenvelden. Dat kennen de meeste Duitsers. Verder zijn de Lage Landen ten noord-westen van Duitsland het `onbekende Holland'. Eén ding schijnen de Duitsers zeker te weten. De Nederlanders zijn `anti-Duits'. ,,Het beeld dat Duitsers van Nederland hebben wordt gedomineerd door clichés'', meent de historicus Ulrich Op de Hipt van het Haus der Geschichte in Bonn. ,,Dat komt omdat de desinteresse van de meeste Duitsers voor het kleine buurland helaas groot is.''

Om die kennis te vergroten hebben de Nederlandse koningin Beatrix en de Duitse president Johannes Rau vandaag de tentoonstelling `Duitsland-Nederland. Helder tot bewolkt' in het historisch museum van Bonn geopend. De expositie schetst de moeilijke weg naar normalisering tussen de twee buurlanden. ,,We willen ook vooroordelen wegnemen, want sommige clichés zijn in werkelijkheid allang achterhaald'', zegt Op de Hipt.

Zo is Rudi Carell bij de Duitsers populairder dan bij de Hollanders, de coffeeshops waar in harddrugs wordt gedeald stuiten bij menig Nederlander op evenveel weerstand als bij de Duitsers en `de Teutoon' wordt niet langer als de grote boeman van Europa beschouwd.

,,Nederlanders vinden Duitsers steeds sympathieker'', schreef het dagblad Die Welt onlangs. De Groningse onderzoeker Jan Pieter van Oudenhoven stelt vast dat Nederlanders inmiddels meer van Duitsers houden dan van Italianen of Fransen. Vonden jongeren begin jaren negentig de Duitsers nog `oorlogszuchtig', het beeld van het democratische Duitsland begint volgens Van Oudenhoven steeds meer te overheersen. Een groeiend aantal Nederlanders vindt Duitsland het favoriete land om te wonen, blijkt uit zijn onderzoek.

In sommige gevallen lopen Nederlanders zelfs te hoop tegen vooroordelen ten aanzien van de Duitse buur. Enkele maanden geleden schoot een reclame van een Duitse loterijorganisatie die het scheldwoord moffen gebruikte, een aantal Nederlanders helemaal in het verkeerde keelgat. Bij de Duitse ambassade in Den Haag regende het verontwaardigde telefoontjes over de smakeloze reclamecampagne van de loterij, die met teksten als `De moffen komen' en `De dood kost niets' goklustige Nederlanders dacht te kunnen aanspreken.

Ook werd oud-bondskanselier Helmut Kohl – in eigen land verguisd om de zwartgeldaffaire – nog recentelijk met egards in Nederland ontvangen om door de universiteit van Groningen als ,,groot Europeaan'' te worden geëerd. Demonstratief wilden de eigenzinnige Nederlanders laten zien dat voor hen Kohls verdiensten nog altijd overheersen. Zelden waren de betrekkingen tussen de twee landen zo goed geworden als tussen Kohl, toen hij nog kanselier was, en de Nederlandse premier Wim Kok.

Toch vindt Op de Hipt het te vroeg om van een ommekeer in de betrekkingen te spreken. De politieke en economische betrekkingen zijn uitstekend, maar in het verleden hebben opiniepeilingen, protestacties en gedenkwaardige voetbalwedstrijden telkens weer geleid tot irritaties over en weer. Het David- en Goliathcomplex levert onderhuids regelmatig wrevel op. Overigens geen ongezond fenomeen tussen een groot en een klein buurland, merkte de Duitse historicus Horst Lademacher eens op.

Zo ligt het wereldkampioenschap voetbal in Italië (1990), waarbij Frank Rijkaard spuugde naar Rudi Völler, nog vers in het geheugen. Net als de handtekeningenactie `Ik ben woedend' in 1993. Ruim 1,2 miljoen Nederlanders protesteerden met een briefkaart aan de Duitse kanselier tegen de rechts-radicale aanslag in Solingen waarbij vijf buitenlanders om het leven kwamen.

In hetzelfde jaar bleek uit een enquête van het Haagse Instituut Clingendael (Bekend en onbemind) dat een meerderheid van de Nederlandse jongeren er een negatieve opvatting over Duitsers op na hield. Voor de Duitsers was dat een onaangename verrassing, maar ook voor menig Hollander. ,,De afwijzing van de Duitsers is onze nationale variant van afkerigheid van buitenlanders'', schreef de toenmalige Nederlandse ambassadeur Peter van Walsum, die zich geërgerd in het debat mengde.

De gedachte aan de bezettingstijd ,,leeft in ons collectieve geheugen verder, als geleefde werkelijkheid, als mythe en soms als alibi'', kritiseerde de publicist J.L. Heldring zijn landgenoten al in de jaren tachtig. Volgens hem zijn de Nederlanders net zo nationalistisch als andere volken, al zullen ze dat natuurlijk heftig bestrijden.

Sinds publicatie van het Clingendael-onderzoek, dat omstreden was gezien de oppervlakkige vraagstelling, hebben Nederland en Duitsland veel energie gestoken in vergroting van de kennis over elkaar. Zo zijn er tal van uitwisselingsprogramma's tussen scholieren en journalisten. ,,Maar nog altijd spelen de oorlogservaringen uit de nationaal-socialistische tijd een grote rol in de beeldvorming, net als bij de andere buurlanden van Duitsland'', zegt Op de Hipt, die eerder tentoonstellingen organiseerde over de betrekkingen tussen Duitsland en Polen en Duitsland en Frankrijk.

Daarom besteedt de expositie in Bonn met affiches en foto's niet alleen aandacht aan het thema clichés, ook aan de `hypotheek van het verleden'. Aan de hand van jodensterren, foto's, kleding die in concentratiekampen werd gedragen en affiches van de Dokwerker wordt het nationale trauma bij het kleine buurland verbeeld. Ook is de tentoonstelling voor Nederlanders leerzaam om hun eigen clichés tegen het licht te houden. Wie weet nog waar het woord mof vandaan komt, dat de oorspronkelijke bewoners van het gewest Holland reeds gebruikten als scheldnaam voor de bewoners van Gelderland en Overijssel.

Een monument bij de Duits-Nederlandse grens met de tekst `Laat vriendschap helen, wat grenzen delen' sluit de expositie af. Of Duitsers en Nederlanders werkelijk van elkaar gaan houden, daarover is Op de Hipt gereserveerd. ,,Hoe kun je van iemand houden die je niet goed kent. Daaraan moeten we werken.'' Hij vindt het in ieder geval hoopvol dat Nederlanders gek zijn op inspecteur Schimanski en Duitsers op Maarten 't Hart.