Euthanasie gaat van kwaad tot erger

De `zaak-Brongersma' heeft het euthanasiedebat nieuw voedsel gegeven. B.J. van der Vlies ziet zijn vrees bewaarheid en stelt vast dat het hellend vlak is betreden. Vanuit zijn christelijke overtuiging pleit hij voor het beginsel van levensbescherming.

Anton van Hooff meent daarentegen dat een tussenstadium in de afbraak van het zelfmoordtaboe is bereikt en wil terugkeren naar aanvaarding van de klassieke wilsdood.

Opnieuw is de euthanasiediscussie opgelaaid. Navrant was dat juist toen de Tweede Kamer overlegde over de `paarse' liberalisering van de toch al ruim bemeten euthanasiepraktijk, de rechter uitspraak deed in de `zaak-Brongersma'. Hoewel lichamelijk én psychisch gezond, werd de voormalige PvdA-senator toch `uit zijn lijden verlost'. Door de omstandigheden waarin de `patiënt' zich bevond was er namelijk wel degelijk sprake van een ondraaglijke situatie, oordeelde de rechter. De `helpende' arts werd vrijgesproken.

In betrekkelijk korte tijd is de euthanasiepraktijk stapje-voor-stapje opgerekt. Als een van de weinige Kamerleden die er vanaf de eerste stap `bij is geweest', herinner ik me nog goed hoe amper twintig jaar geleden alleen gesproken werd over medisch uiterst uitzonderlijke gevallen, mensen in de stervensfase van wie herstel, medisch gesproken, ten enenmale niet meer te verwachten viel. Daar kwamen allengs de criteria van `de uitzichtloze situatie' en `het ondraaglijk lijden' bij. Een volgende stap werd gezet in het arrest in de zaak-Chabot. Dat haalde euthanasie uit de strikt terminale fase, omdat ook psychische nood werd erkend als grond. De uitspraak in de zaak-Brongersma dreigt hier nu dus een nieuwe overweging of omstandigheid aan toe te voegen: het `klaar-met-het-leven'-motief.

Een van de argumenten die tegen euthanasie worden aangevoerd is het gevaar van het `hellende vlak'. Het is mij verweten dat ik daar al te snel een beroep op doe en zo inspeel op angstgevoelens. Maar de feiten onderstrepen de door mij gevreesde ontwikkeling. Het hellende vlak bestaat! Helaas. Wat enkele jaren geleden nog ondenkbaar was, gebeurt nu.

Neem de zaak-Brongersma. De uitspraak van de rechter is een treffende illustratie van een tot in uiterste consequentie doorgevoerd denken vanuit het zelfbeschikkingsrecht van de mens. Dat `baas-over-eigen-leven-denken' klinkt ook duidelijk door in de reacties op het vonnis van de Haarlemse rechtbank. Maar wie redeneert vanuit het uitgangspunt van het zelfbeschikkingsrecht, heeft geen houdbaar verweer tegen welke euthanasievraag dan ook. In onze samenleving zal uiteindelijk geen weerstand meer geboden kunnen worden tegen een door iemand opgeëist recht om een, al dan niet medisch begeleide, `zachte dood' te mogen sterven op een daartoe zelf gekozen moment.

Zelfbeschikkingsrecht wil zeggen: zelf beschikken over de grenzen van je leven. Dat impliceert dat je zelf voluit bekwaam moet zijn je beslissing te nemen. Tot nu toe is door de euthanasievoorstanders altijd beklemtoond dat het alleen maar kan en mag gaan om mensen die wilsbekwaam zijn, mensen dus die hun wil geheel zelf in volle bewustzijn en onafhankelijk kunnen bepalen en kenbaar maken. Wilsonbekwamen – comateuze patiënten, pasgeborenen, dementerenden, ernstig verstandelijk gehandicapten – werden lange tijd bewust en weloverwogen buiten de discussie gehouden. De huiver om ook in deze situaties euthanasie toe te staan was – terecht – erg groot.

Die stap is inmiddels gezet. Het meest helder en uitgesproken hierover is de fractie van D66. Ik hoor het de toenmalige D66-woordvoerder in het euthanasiedebat, nu minister Van Boxtel, in 1998 nog benadrukken: de grens van het zelfbeschikkingsrecht is voor ons absoluut. En wat merk ik nu bij mijn D66-collega Dittrich, net twee jaar later? Dat D66 inziet dat een strak vasthouden aan het uitgangspunt van het zelfbeschikkingsrecht in theorie en praktijk een blokkade oplevert om levensbeëindigend handelen ook straffeloos te doen toepassen in bepaalde gevallen van wilsonbekwamen. Subtiel nam hij met deze woorden afstand van het criterium van het zelfbeschikkingsrecht.

De eerste aanzet is trouwens al gegeven: de paarse coalitiefracties hebben ruimte gemaakt voor euthanasie op mensen die ernstig dement zijn. Natuurlijk gelden daarbij zeer stringente voorwaarden, zoals een in het verleden opgestelde wilsverklaring. Maar we weten precies hoe het gaat met stringente voorwaarden. Die blijken rekbaar. Zó rekbaar, dat ze in de praktijk niet of nauwelijks functioneren. Deze omslag in het denken over euthanasie heeft niet de aandacht gekregen die ze verdient. Ten onrechte, want feitelijk wordt met deze redenering een bres geschoten in het uitgangspunt dat euthanasie alleen mag als betrokkene het zélf op dat moment wil. Dat is zowel letterlijk als figuurlijk een levensgevaarlijke ontwikkeling. De logische en uiterste consequentie hiervan is dat mensen kunnen gaan beslissen over leven en dood van anderen. Het perspectief dat zich daarmee voor de toekomst opent, is te huiveringwekkend om hier en nu verder uit te werken.

Vanuit mijn (christelijke) levensovertuiging geloof en belijd ik dat mijn leven in Gods hand ligt en daar veilig is, wat er ook gebeurt. Mensen moeten het beschikkingsrecht over leven en dood niet in eigen hand nemen. Ik ontken niet dat we een grote verantwoordelijkheid dragen voor hoe we met ons leven omgaan. Ook plaatst de voortschrijdende medische technologie ons voor zeer indringende en erg moeilijk te beantwoorden vragen en dilemma's rondom ziek- en sterfbedden. Maar het staat voor mij ook vast dat mensen af moeten blijven van het leven van zichzelf en dat van anderen. Dat is de enige `veilige' grens die de overheid tot voor kort nog tot norm strekte in haar wetten en regels. Wil zij aanspraak kunnen maken op de naam `rechtsstaat', dan zou zij dat beginsel van de levensbescherming opnieuw tot uitgangspunt moeten nemen.

Dit uitgangspunt en fundament zegt nog maar weinigen iets en mijn overtuiging wordt slechts door een minderheid in onze samenleving gedeeld. De meesten leven vanuit een andere levensbeschouwing. Hen kan ik alleen maar voorhouden wat de praktijk was en is en zijn zal. Het gaat van kwaad tot erger. Daar hoef je geen profeet voor te zijn, daarvoor moet je slechts de geschiedenis kennen. Gelet op de ervaringen uit het verleden vrees ik voor de toekomst dan ook het ergste.

Ir. B.J. van der Vlies is voorzitter van de SGP-fractie in de Tweede Kamer