EU-leger zal al vóór 2003 inzetbaar zijn

Al voordat de eigen militaire interventiemacht in 2003 gereed is wil de Europese Unie op kleine schaal vredesoperaties uitvoeren. Dit heeft de Franse minister van Defensie, Alain Richard, gisteren gezegd.

Volgens een hoge functionaris van het Franse ministerie van Defensie kan een militaire inzet voor de Verenigde Naties – zoals Nederland uitvoert in Eritrea – al spoedig niet meer door nationale militairen, maar door een EU-formatie gebeuren.

Nederland heeft gisteren aangekondigd ten behoeve van de EU-interventiemacht 100 miljoen euro te willen investeren in strategische luchttransportcapaciteit samen met Duitsland. Daarover moeten volgens minister Frank de Grave met Duitsland nog concrete afspraken worden gemaakt, ook voor het geval Nederland wel en Duitsland niet aan een EU-vredesoperatie deelneemt.

De Franse minister Richard noemde gisteren de toezeggingen van de EU-lidstaten voor de levering van manschappen en materieel voor de EU-defensie ,,het vertrek van een trein''. Over wat er allemaal in die `trein' zit bestaat grote verwarring. De documenten over de militairen en het materieel en de toezeggingen van de EU-lidstaten zijn officieel geheim. Bovendien zijn de cijfers van de verschillende landen moeilijk met elkaar te vergelijken. Minister De Grave noemde het daarom ,,een beetje lastig'' om over het exacte aantal Nederlandse militairen te praten dat hij heeft aangeboden.

Een van de geheime scenario's voorziet in een actie ongeveer 4.000 kilometer van Brussel in een klimaat zoals dat heerst nabij de Adriatische Zee. Om twee vijandige partijen daar uit elkaar te houden zouden 58.000 soldaten, 75 marineschepen en tussen de 300 en 350 vliegtuigen nodig zijn. Een ander scenario voorziet in de inzet van 38.000 manschappen om bij spanningen in een grensgebied op te treden. Met 8.600 militairen denkt de EU Europese burgers bij een conflict op een afstand van 10.000 kilometer te kunnen evacueren.

Volgens de plannen moet er in 2003 een interventiemacht van totaal 60.000 militairen zijn. Maar omdat voor verschillende soorten van militaire operaties geheel uiteenlopende specialisten nodig zijn, zijn gisteren veel meer militairen aangeboden. Op deze manier kan een militaire interventiemacht van maximaal 60.000 manschappen samengesteld worden uit een aanbod van 117.595 manschappen. De interventiemacht kan bovendien worden aangevuld met manschappen uit Europese landen die geen lid zijn van de EU.

Nederland heeft 8.975 militairen aangeboden waaruit een keuze van tussen de 3.500 en 4.000 manschappen kan worden gemaakt. Nederland hanteert de regel dat militairen van een interventiemacht in een jaar een keer afgelost moeten worden, zodat de daadwerkelijke inzet tussen de 7.000 en de 8.000 kan worden. Groot-Brittannië heeft 18.964 militairen aangeboden, waaruit in de praktijk 12.000 manschappen gekozen kunnen worden. Voor de aflossing van militairen gelden in de EU-lidstaten uiteenlopende regels.