`Ernstig verontreinigde grond is zoek'

Het Service Centrum Grond (SCG) ligt onder vuur vanwege betrokkenheid bij handel in vuile grond. Directeur Van Zoelen ziet het met lede ogen aan. Fundamentele vragen over een terugtredende overheid blijven namelijk onbesproken.

,,Dit verdient deze organisatie niet'', zegt Henk van Zoelen. ,,Ik dacht dat we na enkele moeilijke jaren vooruit konden. Het optreden van politie en justitie zet ons terug in de tijd.''

Van Zoelen is directeur van het Service Centrum Grond (SCG). De afgelopen dagen zag hij met lede ogen aan dat dit zelfstandig bestuursorgaan van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) het nieuws haalde met geschiedenis. De Rotterdamse politie heeft omvangrijke valsheid in geschrifte vastgesteld bij verklaringen die het SCG in de periode 1995-1998 heeft verstrekt. Dankzij deze verklaringen zouden afvalondernemers en stortplaatsen milieuheffingen van miljoenen guldens hebben ontlopen. Daarom adviseert de politie het SCG en vijf (ex-)personeelsleden te vervolgen.

Zelf werkt Van Zoelen pas anderhalf jaar bij het SCG. Hij kwam toen de transformatie van het SCG al was ingezet. Jarenlang beheerde het orgaan drie NV's met een omzet van circa honderd miljoen per jaar. Daarmee werd geprobeerd de grondreinigersmarkt te stimuleren. Dat private werk is afgestoten, de mogelijke vermenging met publieke taken beëindigd. Ook was het SCG jarenlang een stichting met een bestuur van beroepspolitici en ambtenaren, dat een onheldere relatie met VROM had. Nu wordt aangestuurd op vorming van een zelfstandig bestuursorgaan. Van Zoelen: ,,Onze organisatie is ingekrompen. Vijf jaar gelden werkten hier nog dertig á veertig mensen. Nu twaalf. We zijn terug naar de basis.'' De bulk van het nieuwe werk behelst het adviseren van overheden en bedrijven hoe om te gaan met verontreinigde grond. Puur service, zegt Van Zoelen, gericht op een beter imago voor de bodemsaneringsbranche.

De wettelijke taak van het SCG is gebleven. Nog altijd geeft men verklaringen af waarmee verontreinigde grond als `niet-reinigbaar' wordt bestempeld. Die verklaringen zijn geld waard. In het politieonderzoek bleek dat het SCG die verklaringen destijds verstrekte zonder noemenswaardige controle. ,,Nu houden wij meer en intensievere steekproeven'', aldus Van Zoelen.

Het probleem van de betwiste verklaringen leek eerder dit jaar definitief achter de rug, zegt Van Zoelen, omdat eindelijk een definitie van `grond' werd gepubliceerd. Voordien bestond zo'n definitie niet. Dat maakte de afwikkeling van verzoeken om verklaringen ingewikkeld. Van Zoelen: ,,Ik dacht dat we eruit waren, toen we met de ministeries van Financiën en VROM een akkoord bereikten over de definitie van grond. Dan is het zuur daarná te worden geconfronteerd met problemen die zijn ontstaan omdat de definitie met terugwerkende kracht lijkt te worden toegepast door politie en justitie.''

Het vernieuwde SCG staat er onderwijl fris en stevig voor, benadrukt Van Zoelen. Tegelijk baart het hem en zijn `senior adviseur' Thom Maas zorgen dat `incidenten' uit het verleden de aandacht voor de fundamentele problemen rond bodemsanering wegduwen. In de eerste plaats is er het verschijnsel dat niemand – het SCG noch de overheid – goed zicht heeft op de grondstromen in Nederland. Maas: ,,Er wordt al sinds medio jaren negentig vastgesteld dat ernstig verontreinigde grond zoek is.'' Een verontreiniging wordt gesignaleerd, een perceel afgegraven, daarna raakt een partij foetsie. ,,Het gaat niet naar stortplaatsen, het wordt niet gereinigd, het komt waarschijnlijk terecht in het hergebruik.'' Het hoeft niet ernstig te zijn, zeggen Van Zoelen en Maas. Dat weet je pas als bekend is waar partijen blijven. Maar er komt iets bij. ,,De overheid trekt zich steeds verder terug uit de bodemsanering. Het beleid is goed, maar niet goed genoeg vertaald in regels. De ontwikkelingen die we in de markt hebben gezien, tonen aan dat het beleid niet wordt gevolgd. In de markt volgen grondstromen vooral de weg van de laagste tarieven.''

Ondernemers willen zo goedkoop mogelijk uit zijn. ,,Overheveling van beleidsuitvoering naar private partijen roept een permanente spanning op tussen milieubelang en het financieel belang van een bedrijf. Zolang het ontlopen of ontwijken van de regels financieel voordeel oplevert, blijf je problemen houden.''

Een oplossing is de verantwoordelijkheid voor verontreinigde grond te leggen bij de eerste `ontdoener'. ,,Een particulier die nu verontreinigde grond uit zijn achtertuin haalt, belt een aannemer. Die haalt het afval op, en de particulier denkt: ze zoeken het verder maar uit. Zo werkt het ook met grotere partijen ernstig verontreinigde grond die afkomstig is van bedrijven of overheden. Iedereen denkt: als ik het maar kwijt ben, vind ik het verder best, en anderen – handhavers – controleren het wel. Maar dat is bijna onmogelijk.''

Er is een oplossing. ,,Stel de eerste ontdoener verantwoordelijk voor de afhandeling van de grond. Dan is altijd een particulier, bedrijf of overheid aansprakelijk. Zo verloopt de bodemsanering veel zorgvuldiger. Doe je dat niet, dan blijf je zitten met het verschijnsel dat in Nederland voortdurend grote hoeveelheden ernstig verontreinigde grond `zoekraken'.''