Chicago aan de Amstel

EEN JAPANS RESTAURANT in het hart van de stad. Twee mannen met hun vriendinnen zitten genoeglijk aan een tafeltje te eten. Een onbekende man in vermomming komt binnen, schiet zijn pistool leeg, wandelt het restaurant uit en verdwijnt in het publiek op straat. Op de vloer liggen drie doden. De vierde tafelgenoot, een vrouw, blijft ongedeerd omdat ze tijdig wegduikt. Een filmscène uit Chicago in de jaren twintig van de Amerikaanse drooglegging? Nee, dit is Amsterdam op een gure novemberavond in 2000.

De schietpartij in het Japanse restaurant aan de Nieuwezijds Voorburgwal was de derde afrekening in korte tijd in Amsterdam. Vermoedelijk ging het om een Joegoslavische crimineel, de andere twee slachtoffers hadden de pech met hem aan tafel te zitten.

Vorige maand werd de crimineel Sam Klepper op klaarlichte dag neergeschoten bij zijn huis in Amsterdam-Buitenveldert. Kort daarvoor was het raak op de Haarlemmerdijk, waar een ander kopstuk uit de hoofdstedelijke onderwereld, Jan Femer, in zijn auto werd omgelegd. Beiden stonden in nauw contact met Mink K., een criminele godfather die zijn veroordeling afwacht. Er vonden al meer spectaculaire liquidaties plaats in Amsterdam en als de cirkel iets wijder wordt getrokken, kan ook nog de moord op vier Hell's Angels in een Haarlemse seksclub worden genoemd.

IS ER SPRAKE van een trend? Het aantal doden door geweld in Amsterdam is dit jaar (vijfenveertig tot dusver) hoger dan in 1999, maar wijkt niet af van het gemiddelde van de afgelopen jaren (tussen de vijftig en zestig). Alarmerend is dat het gemak om tegenstanders op klaarlichte dag of op publiekrijke locaties te liquideren, lijkt toe te nemen. Voor een deel heeft dit te maken met de instroom van criminelen uit landen zoals Joegoslavië of Colombia, die de tarieven voor huurmoorden drukken. Hierbij kan het gaan om persoonlijke afrekeningen, maar evenzeer om afbakeningen in de politieke economie van de hoofdstedelijke onderwereld.

Na het onzalige avontuur van de overheid die de massale import van drugs probeerde te regisseren, uitmondend in het debacle van het IRT in 1995, is het permanent onrustig in het criminele circuit. Sindsdien is een aantal verdachten veroordeeld, zijn er namen losgelaten en is er sprake van verschuivingen in de markten. Rivaliserende Nederlandse en buitenlandse bendes bestrijden elkaar in de handel in drugs, wapens en vrouwen, terwijl door de open grenzen voor goederen en mensen de winstmarges onder druk staan.

Er is, met andere woorden, vermoedelijk sprake van een bikkelharde concurrentieslag op markten die bij uitstek oligopolistische trekken hebben. Die slag wordt niet uitgevoerd op de beursvloer via fusies en overnames, maar op straat door middel van liquidaties van de tegenstanders. Hoog tijd voor politie én politiek om greep op deze situatie te krijgen, maar te vrezen valt dat er nog heel wat afrekeningen zullen volgen totdat de criminele marktorde zich herstelt in Chicago aan de Amstel.