Blonde soldaat maakt harde jongens zacht

De een komt binnen met de boodschappen terwijl de ander zich af zit te trekken: zo gaat dat blijkbaar in een jongenshuishouden. Max, de rukker, is nog te beroerd om voor Alex, de sjouwer, een kop thee te zetten, maar coke heeft hij wel en na een gemeenschappelijke snuif zit de stemming er goed in. Muziekje erbij, biertje erbij, beetje dollen, no problems.

Seks en drugs en margefiguren, het is bij jonge toneelschrijvers uit Groot-Brittannië een populaire constellatie. Zie Disco Pigs van Enda Walsh, Blasted van Sarah Kane en Shopping an' fucking van Mark Ravenhill. En dan nu weer Penetrator van Anthony Neilson.

Niet hun schuttingtaal maakt Max en Alex interessant. Niet hun preoccupatie met het mannelijk lid of hun puberale geklier. Nee, er is iets dat hen boven hunzelf uittilt en dat is hun vermogen om lief te hebben. Maar dat krijgen ze niet van de auteur cadeau, daar moeten ze een beproeving voor ondergaan, in de gedaante van Joeker.

Ineens staat hij voor de deur. Een grote blonde soldaat, bebloed en met een wilde blik in zijn ogen. De arme jongen komt kennelijk uit de Golfoorlog, want hij raaskalt over Arabieren en over Stormin' Norman Schwarzkopf. Bovendien weet hij zeker dat hij wordt achtervolgd, door de Penetrators. Maar hij is zelf ook een Penetrator, een indringer, en zo iemand heeft sinds de indringende indringersstukken van de oudere Brit Harold Pinter de taak het dagelijks leven finaal te laten ontsporen.

Joeker zwaait met een mes, vernietigt een teddybeer, zaait angst en tweedracht.Tegelijkertijd laat hij iets moois ontkiemen. Vooral bij Max. Die vindt door Joekers weet-je-nog-verhaaltjes zijn kindertijd terug. Max en Joeker delen een handvol herinneringen aan iets puurs van heel lang geleden dat het lelijke heden voor schut zet. De wonden van de soldaat, de armzaligheid van de woning: het doet er niet meer toe. Ook Alex doet er niet meer toe, die hoort niet bij het oudnieuwe verbond en moet, hup één, twee drie, opdonderen. Dus is de kracht van de herinnering zowel wreed als teder. Dat spreekt niet alleen uit Nelsons alweer zeven jaar oude en nog niet eerder in het Nederlands opgevoerde tekst maar ook uit de regie van Ivar van Urk.

Zij is, in deze werkplaatsproductie van Het Nationale Toneel, even gevoelig als heftig, even losjes als precies en even vrolijk als ernstig. Temidden van de kleurloze tweedehandsmeubeltjes vormen Dries Vanhegen, Vincent Linthorst en Dimme Treurniet een temperamentvol ensemble dat het over twee tribunes verdeelde publiek onijdel maar effectief in de tang neemt.

Voorstelling: Penetrator, van Anthony Neilson, door Het Nationale Toneel. Vertaling: Maaike Bleeker. Regie: Ivar van Urk. Gezien: 17/11 Guido de Moorzaal, Schouwburgstraat 8, Den Haag. Daar t/m 2/12; res 0900-3456789.