`Besmettingsgevaar sporters is nihil'

Nu Nederland in Vitesse-speler Job Komol zijn eerste hiv-sporter heeft, denkt de KNVB hardop na over een verplichte aidstest. Onverstandig, menen artsen. ,,Als clubs zonodig op hiv willen testen, moeten ze op alle ziektes testen.''

Vitesse maakte vorige week bekend dat de 18-jarige Job Komol uit Kameroen besmet is met het aidsvirus. De Arnhemse voetbalclub wilde daarmee een discussie uitlokken. Wat als een tegenstander weigert tegen Komol te spelen? Moeten voetballers voortaan hiv-testen ondergaan, vroeg Vitesse zich af.

Richtlijnen van de Nederlandse voetbalbond (KNVB) zijn er immers niet. Han Inklaar, bondsarts van de KNVB, sprak zich indirect uit voor een verplichte hiv-test. Dat stuitte op grote weerstand van de HIV-vereniging Nederland, die stigmatisering van hiv-besmette voetballers vreesde.

GGD-directeur in Amsterdam, Roel Coutinho, acht richtlijnen overbodig. ,,Het is een non-probleem'', meent Coutinho, tevens hoogleraar epidemiologie en preventie infectieziekten aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Het besmettingsgevaar is verwaarloosbaar. De kans dat een chirurg die bloed van een hiv-patiënt in zijn ogen krijgt, hiv-besmet raakt, is 9 op de 10.000. Bij bloed-bloedcontact neemt die kans toe tot 3 op de 1.000. Maar voetballers moeten meteen verbonden worden als ze bloeden. Hoe groot is dan de kans dat een met hiv-besmette voetballer met een open wond een andere voetballer met een open wond besmet? Nihil.''

Toch beschrijft het medisch vaktijdschrift The Lancet in 1990 het geval van een voetballer in Italië, die na een botsing in een kopduel met een tegenstander seropositief bleek te zijn. De man was een jaar eerder getest bij een keuring voor militaire dienst, bleek toen negatief en had een stabiele relatie met een (seronegatieve) vrouw. Van een andere relatie, druggebruik en/of bloedtransfusie was geen sprake.

Zijn tegenstander daarentegen bleek seropositief en speelde in een team bestaande uit ex-druggebruikers. Coutinho: ,,Dit voorbeeld is uitzonderlijk en niet bewezen. Het onderzoek is uitgevoerd met verouderde technieken. Ik vind niet dat je hieruit de conclusie moet trekken dat iedereen maar getest moet worden. Als clubs zonodig op hiv willen testen, moeten ze consequent zijn en op alle ziektes testen. Dat is schier onmogelijk. In andere beroepsgroepen mag dat niet eens.''

In Nederland is niemand verplicht zich aan een aidstest te onderwerpen. Daarvoor bestaat een dubbele grondwettelijke barrière: het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en het recht op bescherming van de lichamelijke en psychische integriteit.

In de internationale sport bestaan wel bepalingen. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) kwam met richtlijnen nadat in 1995 hiv-besmetting bij een schoonspringer, viervoudig olympisch kampioen Greg Louganis, aan het licht kwam. Voortaan zouden gewonde atleten uit de competitie moeten worden genomen en worden verzocht zich (vrijwillig) op hiv te laten testen. Het IOC gaf zichzelf de bevoegdheid om atleten met hiv in sommige gevallen te weren. De Internationale Federatie van Sportgeneeskunde vaardigde soortgelijke richtlijnen uit.

Voetbalclubs Ajax en Feyenoord zijn tegen verplichte hiv-tests. Volgens Piet Bon, clubarts van Ajax en voorzitter van de vereniging van clubartsen (CCC), moet de voetbalwereld grote voorzichtigheid betrachten. ,,De besmettingskans is miniem. Er zijn argumenten om te testen, maar nog meer argumenten tégen. Een speler met hiv kan zijn hele voetbalcarrière kerngezond blijven. En de meeste contracten zijn kortlopend.''

Cees-Rein van den Hoogenband, clubarts van PSV, adviseert de KNVB geen overhaaste beslissingen te nemen. ,,Paniek is nergens voor nodig. Je krijgt een ongezonde discussie als je het gaat hebben over Afrikaanse spelers die getest zouden moeten worden. Wij testen onze spelers op vrijwillige basis. Alleen spelers die voor meer dan drie ton een levensverzekering willen afsluiten, worden verplicht tot een hiv-test.''

Coutinho heeft bewondering voor Komol. ,,Hij heeft voetballers gedemythologiseerd'', zegt de GGD-directeur. ,,Ook de nieuwe helden kunnen aids krijgen.''

Buiten Nederland is het taboe op een hiv-coming out al eerder doorbroken. In 1991 schokte de Amerikaanse basketbalheld Magic Johnson de natie met de mededeling na veelvuldig onveilig seksueel contact hiv-besmet te zijn. Een jaar later bekende tennisser Arthur Ashe, de eerste gekleurde speler die Wimbledon won, dat hij na een bloedtransfusie in 1983 besmet was geraakt met hiv. Ashe stierf in 1993 op 49-jarige leeftijd.

De begripvolle reacties in Nederland staan in schril contrast met de behandeling van hiv-voetballers in het buitenland. Zo werd in 1992 hiv geconstateerd bij de Zambiaanse voetballer Webster Chikabala van het Belgische Eendracht Aalst. Hij werd op staande voet ontslagen. In 1998 zette een Australische amateurclub een van zijn werknemers, voetballer Matthew Hall, op straat. Hall vocht zijn ontslag met succes aan: in 1999 oordeelde de rechter dat het ontslag onrechtmatig was. Tot ongenoegen van de Australische voetbalbond, die waarschuwde dat nu alle 10.000 voetballers het gevaar liepen hiv-besmet te raken.