THOMAS CHAPIN

Waarom fluitist/rietblazer Thomas Chapin (1958-1998) nooit beroemd werd is geen raadsel. Hij speelde voornamelijk eigen werk, had nooit een groot platenlabel achter zich, liet zich zelden interviewen en droeg de verkeerde kleren. Chapin was een artiest die bevlogen zijn eigen gang ging zonder loopbaanbegeleiding of business plan. Net als de musici door wie hij zich liet inspireren: Eric Dolphy en Roland Kirk, buitenbeentjes uit de jaren '60. Ook door het format dat hij koos bleef hij ver van de heersende trends. Voor Chapin geen mechanische beats, samples, rappers of flemende `arrenbie'-zangeressen; een akoestisch ritme-tandem was hem genoeg. Toch kreeg hij het publiek altijd aan zijn voeten, zoals voorjaar '94 in het Utrechtse Vredenburg, dankzij zijn tomeloze inzet en zijn rijkdom aan ideeën. Naast gewone dwarsfluit en saxofoons bespeelde hij ook curiosa, van basfluit en `pinkullo' tot mezzo-sopraansax.

In de 8cd-box Alive zijn de zeven platen verenigd die Chapin van '90 tot '96 maakte voor het label van de New Yorkse Knitting Factory club. Meestal met bassist Mario Pavone en drummer Michael Sarin plus soms gasten: een strijkerstrio, een koperkwintet of collega John Zorn op altsaxofoon. Op de achtste bonus-cd staan nooit-uitgebrachte tour-opnamen uit '92 met het trio in een uitgelaten bui, plus een video vastgelegd tijdens het Newport Festival '95.

De box is uitgevoerd als een album uit één stuk, zoals in de tijd van de 78-toeren plaat. Met voor elke cd een hoesje, met achterop, verkleind, de oorspronkelijke covers en op de voorkanten kleurige collages vervaardigd door Thomas Chapin zelf. Dat deze collectie wordt aangeboden voor slechts 180 gulden is prettig en passend want veel zal Chapin op de Knitting Factory niet hebben verdiend.

Thomas Chapin: Alive (Knitting Factory Records).

    • Frans van Leeuwen