Te veel seks bij Rietman

Voor De vossejacht is het theater van de Paardenkathedraal ingrijpend verbouwd. Een trap leidt naar een tussenverdieping met een tribune tot pal onder de nok. Vanaf die tribune kijken we neer op een vloer van doorzichtig glas. We weten hoe diep de afgrond eronder is en de spelers lopen als op ijs.

Kil spul, dat ijs, en uiterst onbetrouwbaar. Maar glitteren en schitteren doet het ook. En in die schitterwereld voelt de kille, onbetrouwbare hoofdpersoon zich thuis. Het ijspaleis van de schatrijke Volpone is volgestouwd met goud. Niet dat we dat goud letterlijk te zien krijgen maar de suggestie wordt gewekt door de gouden stralen waarin Volpone zich baadt. Kwiek stapt hij na zijn bad de Venetiaanse ochtend in. Hij heeft iets bedacht dat hem nóg rijker moet maken.

Door te doen alsof hij doodziek is wil hij iedereen die op zijn erfenis uit is naar hem toe lokken. In ruil voor de belofte dat hij hen in zijn testament zal bedanken moeten zij hun vriendschap bewijzen met behulp van dure cadeau's. Goud is altijd goed natuurlijk, maar wat ook mag, dat is een mooie vrouw.

Hugo Claus bewerkte de strakke mannenkomedie Volpone or the foxe van Shakespeares tijdgenoot Ben Jonson in 1972 tot een drama met meer vrouwelijk gezelschap en meer erotiek. Volpone krijgt van Claus direct een playmate, het hoertje Caterina, en ook nog eens een dochter. Die is weliswaar zwaar gestoord maar toch een knuffeldier. De ouwe geilaard komt dus niets tekort, maar omdat Jonson voorschrijft dat een van de erfenisjagers zijn gade aan Volpone moet afstaan gebeurt dat bij Claus ook. De kuise Celia valt voor Volpones liefdeswoordjes – en op het moment van haar aanranding begint voor hem de catastrofe. Anders dan bij Jonson wordt de rijke bedrieger niet geveld door de rechter maar door zijn eigen kind.

Zeker in de enscenering van Mark Rietman leiden al die vrouwen nogal af van de essentie. Dat Volpone met zijn list óók uit eenzaamheid aandacht wil trekken, dat snap je nu hij al zo goed verzorgd is niet meer. Dat deze schurk (Herman Bolten) tevens tragisch is omdat zijn goud als een muur tussen hem en de liefde in staat, dat ontgaat je door de breed uitgemeten boerenlol-seks en de overkill aan leuk bedoelde schuine moppen. En, het ergste: de schoonheid van de taal gaat verloren in geschreeuw, gebral en overbodige gebaren.

Deze productie bij de Paardenkathedraal is de tweede regie van de gedeserteerde acteur Mark Rietman en hij haalde zijn inspiratie in de eerste plaats bij Frans Strijards. Van hem leende hij de gewoonte om alle acteurs van een tic te voorzien. Niet alleen Volpone, die druk móet zijn, maar ook de overige personages gaan zich te buiten aan spastische sprongetjes, loopjes en rollebolpartijen, zodat ik een toeschouwer hoorde verzuchten: `Wat een aanstellerij!'

Omdat sommigen ook nog karikaturale kostuums en pruiken dragen verzuchtte de toeschouwer verder: `Wat een poppenkast!' Vreemd genoeg draagt Volpone, de Vos, geen pruik, zelfs geen rooie. Zijn kale, goorwit gegrimeerde kop en ook die van zijn gebochelde dochter lijkt, blijkbaar Rietmans inspiratiebron nummer twee, sprekend op de hebzuchtige gedrochtjes in Pierre Audi's enscenering van Wagners Ring des Nibelungen. Maar waar Audi diepte en gruwelijkheid aan de goudkoorts van zijn gedrochtjes wist te verlenen zakken Rietman en zijn spelers weg in domme grofheid. Zonde van het mooie decor.

Voorstelling: De vossejacht, van Hugo Claus, door de Paardenkathedraal. Regie: Mark Rietman. Decor: Bart Clement. Licht: Uri Rapaport. Spel: Herman Bolten, Thomas de Bres, Harriët Stroet e.a. Gezien: 16/11 Paardenkathedraal, Utrecht. Aldaar t/m 30/12. Inl. 030-2711414.