Oud-kampioen

De oud-kampioen en oud-Nederlands recordhouder zuchtte: ,,De wereld is een grote leugen. En vroeger was het niet beter.'' Tegelijkertijd ontsnapte uit zijn mond een dampwolkje vermengd met wat nostalgie. Ik stak mijn handen dieper in mijn zakken en zei niets terug. In de novemberavond bleven we naar het spektakel van de verregende training in stilte staren. Aan de overkant van de baan viel iemand over een horde. De oud-kampioen blies een nieuw wolkje de droeve avond in: ,,Iedereen heeft wel gepakt in die tijd. Je kon aan bijna alles komen. De controles stelden ook niets voor. Je werd van tevoren keurig gewaarschuwd. M. de Subtopper was gewoon de grootste dealer op de baan. Het was ook een grote klootzak. Niet omdat hij het spul verhandelde. Moest-ie zelf weten. Hij was gewoon een klootzak.''

In de verte zagen we dat een trainer de gevallen horde weer recht zette. De oud-kampioen begon te schateren: ,,En de keer dat de olympisch kampioene half naakt uit de kleedkamer moest vluchten. Ah! Ah! Er werd onaangekondigd gecontroleerd.'' Ik haalde mijn schouders op: ,,Wel tien keer gehoord dit verhaal.'' De oud-kampioen deed alsof hij mijn woorden niet had opgevangen en vervolgde: ,,Ah! Ah! Ze had het haar nog vol shampoo. En met dat haar smerig van de shampoo is ze zo in haar autootje gestapt.'' Ik wilde opmerken dat de olympisch kampioene in die tijd haar gouden medaille nog niet had gehaald, maar realiseerde me dat dit detail niets aan het verhaal toevoegde. ,,Ik had geen problemen met controle'', lachte de oud-kampioen alsof ik hem een vraag had gesteld. ,,Als de mensen van de bond moesten controleren, wisten ze dat ze bij mij altijd terechtkonden. `Hé jongen', zeiden ze, `je wilt toch wel piesen, jij?' Geen punt, zei ik, ik pies wel.''

Een groep junioren met nat haar en natte schoenen sleepte zich over de baan voort met de snelheid van volksvertegenwoordigers tussen de bankjes van de Eerste Kamer. ,,Je wilt me toch niet zeggen – of liever gezegd – je wilt me toch niet laten geloven dat je nooit hebt gebruikt?'' En ik begon op mijn beurt te schaterlachen. Maar dan op een slinkse manier, met gemene en zure kreetjes die in feite wilden zeggen: ik hoef niet op je antwoord te wachten, ik weet het al. De oud-kampioen liet zich niet kennen. Een brede glimlach verscheen op zijn lippen en in het half duister zag ik zijn ogen knetteren van pret. ,,Ik ga jou zeker mijn privé-leven prijsgeven. Je bent even rot als al die andere krantenmensen.''

Ik haalde mijn schouders op, kreeg een klap van regen en wind in mijn gezicht en zei verder niets. Soms heb ik het gevoel dat ik de oud-kampioen als mijn broekzak ken. Een vriendelijk en praatgraag mens dat niet tegen stilte kan. Ik hoefde inderdaad kort te wachten. Hij priemde een vinger tegen mijn borst. ,,Laat ik het zo zeggen: wat ik heb gebruikt heb ik gebruikt omdat ik wist dat ik het kon gebruiken.'' In de verte riep een trainer tegen zijn atleten dat ze eerst nog moesten uitlopen. ,,Dat betekent'', vervolgde de oud-kampioen, ,,dat wat ik destijds gebruikte nog niet op de dopinglijst stond. Wat het was zeg ik niet. Zal ik nooit zeggen trouwens. En zeker niet tegen jou.''

De baan liep leeg. Kinderen raapten oranje pionnetjes op waarmee het drassige veld was bezaaid. Met de oud-kampioen liep ik door de striemende regen naar de verlichte kantine. Hij legde een stevige arm over mijn schouder. ,,Ga je binnenkort naar Frankrijk? Het schijnt dat je daar legaal een prestatie bevorderend medicijn vrij kan kopen. Zomaar, zonder recept bij de apotheek.''