Meer bekend over landing euro-economie

Geen spraakmakende Amerikaanse macrocijfers deze week, maar des te meer Europese. Die kunnen uitwijzen of er een conjunctureel dal aankomt.

Of de Amerikaanse economie wel of geen zachte landing zal doormaken is al een paar maanden een belangrijk onderwerp op de financiële markten, maar Europa is er ook nog. De indruk bestaat dat de euro-economie in het tweede kwartaal van dit jaar heeft gepiekt, en nu onder invloed van de hoge olieprijs en opgelopen korte-rentevoeten van de Europese Centrale Bank (ECB) gas aan het terugnemen is.

Of dat zo is moet blijken uit voorlopende indicatoren, waarvan de Duitse Ifo-indicator een van de belangrijkste is. De Ifo-indicator, die vooruitloopt op de economische activiteit in West-Duitsland, daalt al sinds de zomer. Morgen komt de indicator over november uit, en de meeste analisten zien een verdere daling, zij het in een bescheiden tempo. Dat zou de vijfde daling op rij worden.

De daadwerkelijke bevestiging van de veronderstelde Europese landing moet komen uit de economische groei zelf. Daarover wordt deze week meer bekend. Frankrijk publiceert waarschijnlijk vrijdag de groei van het bruto binnenlands product (bbp) in het derde kwartaal van dit jaar. Nederland doet dat donderdag al. Woensdag komt de Duitse centrale bank, de Bundesbank, met de eerste schatting over de Duitse economische groei.

De meeste prognoses gaan ervan uit dat in alledrie deze landen de economische groei zowel op jaarbasis als op kwartaalbasis zal afnemen. De gevolgen die deze tendens zal hebben op het monetaire beleid zijn ongewis. Teruglopende economische groei kan ervoor zorgen dat de ECB de rente voorlopig niet meer verhoogt. Maar de inflatiedruk blijft wel in Euroland, hoewel de novembercijfers nog twee weken op zich zullen laten wachten.

Een vroege indicatie komt deze week uit Italië, dat de inflatie uit de twaalf grote steden bekendmaakt. Misschien geeft ECB-president Duisenberg meer duidelijkheid wanneer het Europees Parlement hem morgen aan de tand voelt.